Educatie

Immaterieel erfgoed binnen het curriculum

Immaterieel erfgoed beslaat cultuuruitingen die we van generatie op generatie willen doorgeven. Het onderwijs speelt daarin een belangrijke rol. Niet alleen om tradities, festiviteiten, kunsten en ambachten toekomst te geven, maar ook om leerlingen te ondersteunen in de vorming van creatief, kritisch en historisch denken, identiteit, een eigen mening en begrip voor de mening en cultuur van een ander. Immaterieel erfgoededucatie sluit aan bij de kerndoelen en leergebieden zoals Burgerschap, Kunst & Cultuur en Mens & Maatschappij. Op deze pagina vindt u handvatten voor docenten en erfgoedgemeenschappen om immaterieel erfgoed te integreren in het po, vo of MBO.

Wat is immaterieel erfgoededucatie?

Met erfgoededucatie ontwikkelen leerlingen kennis, vaardigheden en attituden aan de hand van erfgoed als primaire instructiebron. Dat betekent niet alleen leren uit een boekje, maar ook proeven, zien, maken, doen, ervaren en beleven. Daarbij staat de betekenis die mensen (door de tijd heen) aan erfgoed geven centraal. Door zelf betekenis te geven aan het erfgoed en door hier verschillende perspectieven op te leren kennen, zien leerlingen hoe betekenisgeving kan verschillen en veranderen en waarom sommige mensen tradities willen blijven doorgeven. Immaterieel erfgoededucatie verbindt heden, verleden en toekomst en stelt de vraag waarom we erfgoed willen borgen. 

Huh, maar dat doe ik al!

Op school besteedt u in de les misschien aandacht aan het vertellen van verhalen, is er een voorleeswedstrijd, kinderpostzegelactie of aandacht voor schrijven met de hand. U zoekt aansluiting bij actualiteiten zoals carnaval, Sint Maarten, Holi of 4 en 5 mei of geeft creatieve lessen over culturele dansen en muziek. Misschien brengen de leerlingen wel eens een bezoek aan een plaatselijke ambacht of bespreekt verschillende visies op erfgoed waar een maatschappelijk debat over bestaat. Kortom, op school wordt volop lesgegeven over immaterieel erfgoed, maar hoe plaats je deze lessen binnen het curriculum?

Immaterieel erfgoed en de kerndoelen

Kerndoelen gelden in het primair onderwijs en in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. In kerndoel 56 staat dat de leerlingen kennis verwerven over en waardering krijgen voor aspecten van cultureel erfgoed. Immaterieel erfgoed sluit, afhankelijk van de les en het erfgoed, echter aan bij meerdere kerndoelen. Denk bijvoorbeeld aan het beoordelen van informatie in discussies en het vormen van een opinie, ze leren respectvol opgaan met verschillen in opvattingen, ze leren over belangrijke historische personen en gebeurtenissen en leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken. 

Burgerschap: identiteit en culturele diversiteit

Burgerschapsonderwijs laat leerlingen kennismaken met de democratische samenleving en leidt ze op tot kritische burgers. Ook gaat het over identiteitsvorming en meervoudige perspectieven op maatschappelijke ontwikkelingen. Immaterieel erfgoed staat vaak dicht bij de belevingswereld van leerlingen. Ze ontlenen er identiteit aan. Cultuuruitingen zoals polderen en het publieke debat over maatschappelijke onderwerpen zorgen ervoor dat er plaats is voor meerdere perspectieven. Maar erfgoed gaat ook samen met in- en uitsluiting. Daarom is het van belang om begrip te stimuleren voor verschillende cultuuruitingen.

Lestip: Leerlingen zoeken overeenkomsten tussen diverse vormen van immaterieel erfgoed.

Pride, Keti Koti en 4 en 5 mei zijn op veel vlakken verschillend. Misschien identificeren de leerlingen zich wel met het een, maar niet met het ander. Kunnen ze de overeenkomst vinden dat allen over het vieren van vrijheid gaan? En ondanks hun verschillende culturele achtergrond zijn Hennakunst en Delfsblauw beide schilderkunsten en gaan snert koken, Brabants worstenbroodjes en Indische rijsttafels allen over samenkomen rondom eten. Verhalen vertellen is ook immaterieel erfgoed, maar wat zijn verschillen en overeenkomsten tussen het doorgeven van volksverhalen, herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog en de Anansiverhalen die via Suriname en de Antillen naar Nederland zijn gekomen? En hoe verhoudt erfgoed in jouw buurt zich tot dat in andere provincies?

Lestip: Leerlingen gaan de dialoog aan over immaterieel erfgoed waar verschillende perspectieven op bestaan.

Immaterieel erfgoed is altijd in beweging. Om voort te blijven bestaan past het zich aan aan maatschappelijke ontwikkelingen. Onveilig erfgoed wordt veiliger, ambachten gebruiken machines en erfgoed met dieren wordt diervriendelijker. Soms bestaan er meningsverschillen tussen mensen die het erfgoed toekomst willen geven zonder het aan te passen en mensen die juist graag veranderingen willen. Bij Burgerschap hoort ook het ontwikkelen van een eigen mening en je inleven in het standpunt van een ander. Kunnen leerlingen zich inleven in diverse standpunten?

Kunst en Cultuur: (mee)maken en betekenis geven

Dans, muziek, verhalen, recepten en ambachten; het zijn creatieve vormen van immaterieel erfgoed die zich lenen voor een praktische les en voor de reflectie op de totstandkoming van kunst en cultuur. Kunst kan amuseren, uitdagen, verwonderen of aan het denken zetten, zo ook uitvoerende kunsten en traditioneel vakmanschap.

Lestip: Leerlingen ervaren en geven hier betekenis aan.

Beleef immaterieel erfgoed aan de hand van een praktische les met een lesbrief of schoolbezoek. Breng een bezoek aan immaterieel erfgoed, bekijk een van de video’s of loop een (snuffel)stage om het erfgoed mee te maken. Na het maken of meemaken volgen de betekenisgeving en reflectie. Waarom denken de leerlingen dat dit erfgoed van generatie op generatie doorgegeven wordt? Vinden ze dat zelf belangrijk? 

In de muziekles kun je bijvoorbeeld kennismaken met Tambú, afkomstig van de Nederlandse Antillen, of met shanties, liederen die vroeger aan boord van schepen werden gezongen. Ook een praktische les over ambachten is hier op zijn plaats, zoals Staphorster stipwerk, boerenkaas maken, papierscheppen, houtsnijden, decoratief schilderen of een bezoek aan een molenaar.

Mens en Maatschappij – historisch denken en oriëntatie op jezelf en de wereld

Mens en Maatschappij gaat o.a. over oriëntatie op jezelf en de wereld, aardrijkskunde en geschiedenis. In het basisonderwijs kan je leerling vanuit zijn persoonlijke belevingswereld langzaam vergelijkingen maken met lokaal erfgoed, erfgoed in de provincie en tenslotte (inter)nationaal erfgoed. Immaterieel erfgoed helpt historisch denken te ontwikkelen door verschillen en overeenkomsten tussen vroeger en nu en de dynamiek door de tijd heen te laten zien. Dat maakt leerlingen bewust van standplaatsgebondenheid en van dat hoe we iets nu vieren of herinneren meer over vandaag dan over het verleden zegt.  

Lestip: Leerlingen brengen de veranderingen van immaterieel erfgoed door de tijd heen in kaart door hun grootouders en ouders te interviewen of door zelfontdekkend onderzoek te doen op onze website.

Immaterieel erfgoed is dynamisch en de ideeën erover zijn divers. De eerste herdenking op 4 mei in 1946 was heel anders dan de herdenking van nu, vanwege een publieke discussie over wie we wel en niet herdenken. De Sinterklaasviering van twee generaties terug zag er heel anders uit dan die van nu. Wat is er veranderd? En hoe passen die veranderingen in hun tijd? Er zijn gebruiken die hun oorsprong vinden in het koloniale verleden of in de slavernij. Hoe hebben deze vormen zich ontwikkeld? In het Netwerk en op de Inventaris vind je veel van de antwoorden. Hoe denken leerlingen dat het erfgoed er in de toekomst uit zal zien?

Alle rechten voorbehouden