Immaterieel erfgoed gaat over levende tradities, ambachten, festiviteiten en culturele praktijken die mensen met elkaar delen en doorgeven. Denk aan feesten, ambachten, rituelen, muziek, eten of manieren van samenleven die betekenis geven aan identiteit en verbondenheid.
Het UNESCO-verdrag benadrukt dat dit erfgoed niet “vastgezet” moet worden, maar juist levend moet blijven. De mensen en gemeenschappen die het erfgoed beoefenen staan daarbij centraal.
Kern van het UNESCO-verdrag over immaterieel erfgoed
Het UNESCO-verdrag beschrijft immaterieel erfgoed als een bron van culturele diversiteit en een bijdrage aan duurzame ontwikkeling. Het versterkt het gevoel van identiteit en continuïteit van gemeenschappen, groepen en individuen en bevordert respect voor culturele diversiteit en menselijke creativiteit.
De belangrijkste doelstellingen van het verdrag zijn:
- het beschermen en ondersteunen van immaterieel erfgoed;
- het vergroten van bewustzijn over het belang ervan;
- het bevorderen van respect voor dit erfgoed;
- en het stimuleren van internationale samenwerking.
Een belangrijk uitgangspunt is dat immaterieel erfgoed alleen kan blijven bestaan als het wordt doorgegeven binnen gemeenschappen zelf.
Klik hier om het hele Verdrag in het Nederlands te lezen.
Borgen/safeguarding: immaterieel erfgoed een toekomst geven
Binnen het UNESCO-verdrag wordt niet gesproken over “beschermen” in de zin van bewaren achter glas, maar over safeguarding, ofwel borging: het levend houden van erfgoed.
Dat betekent dat niet alleen het erfgoed zelf belangrijk is, maar vooral de omstandigheden waarin het kan blijven bestaan. Denk aan:
- het doorgeven van kennis en vaardigheden;
- educatie en training; documentatie en onderzoek;
- en het zichtbaar maken van erfgoed in de samenleving.
Safeguarding of borging gaat dus over het creëren van goede voorwaarden zodat erfgoed kan blijven voortbestaan en zich kan ontwikkelen.
Ethische uitgangspunten voor het borgen van erfgoed
Het UNESCO-verdrag bevat ethische uitgangspunten die richting geven aan hoe met immaterieel erfgoed wordt omgegaan. Deze principes beschermen gemeenschappen tegen ongewenste inmenging van buitenaf en zorgen voor respectvolle samenwerking.
KIEN heeft deze uitgangspunten samengevat in zes kernprincipes:
- Wederzijds respect staat altijd centraal in samenwerking met erfgoedgemeenschappen;
- Gemeenschappen bepalen zelf de waarde en toekomst van hun erfgoed;
- Zij worden altijd betrokken bij borging en beslissen mee over plannen en uitvoering;
- Diversiteit wordt gerespecteerd, met aandacht voor gelijke rechten en inclusie;
- Het levende karakter van erfgoed wordt gerespecteerd en niemand wordt buitengesloten;
- Erfgoed wordt benaderd in dialoog, ook wanneer er verschillende opvattingen bestaan.
Daarnaast geldt dat erfgoed dat in strijd is met internationale mensenrechten of Nederlandse wetgeving geen plek kan krijgen in de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland.
Meer lezen over de ethische uitgangspunten.
Immaterieel erfgoedgemeenschappen centraal
Een kernprincipe van het UNESCO-verdrag is de centrale rol van erfgoedgemeenschappen: de mensen die het erfgoed beoefenen en doorgeven.
Zij bepalen zelf wat hun erfgoed betekent, hoe het wordt doorgegeven en hoe het zich ontwikkelt. KIEN ondersteunt hierbij, maar eigenaarschap ligt altijd bij de gemeenschap zelf.
Een erfgoedgemeenschap kan bestaan uit een groep mensen, meerdere groepen of soms ook individuen. Ook organisaties zoals musea kunnen onderdeel zijn van zo’n netwerk, zolang zij verbonden zijn met de praktijk van het erfgoed.
De verschillende internationale UNESCO-lijsten
Het UNESCO-verdrag heeft ook internationale lijsten waarop landen immaterieel erfgoed kunnen laten opnemen. Deze lijsten worden beheerd door UNESCO en zijn bedoeld om wereldwijd zichtbaar te maken wat gemeenschappen belangrijk vinden om door te geven.