Beschrijving

Oudejaarsavond gaat aan weinig mensen in Nederland ongemerkt voorbij. Het meest hoor- en zichtbaar is wel het vuurwerk dat rond middernacht wordt afgestoken. Rond dat tijdstip gaat menigeen naar buiten om te kijken naar het vuurwerk. Zo schieten we het oude jaar weg en heten we het nieuwe welkom. Op de drie werkdagen voor 1 januari kunnen mensen bij een goedgekeurd verkooppunt Nederlands consumentenvuurwerk kopen. De vuurwerkwinkels staan de laatste drie dagen vol met voornamelijk vaders en zoons die hun 'buit' komen ophalen. Het gekochte vuurwerk mag men zelf afsteken op oudejaarsdag vanaf 18.00 uur tot 2 uur in de nieuwjaarsnacht. Het is gebruikelijk dat volwassenen vuurwerk op straat ‘voor de deur’ afsteken. Buren, vrienden en familie grijpen de gelegenheid aan om elkaar een gelukkig nieuwjaar te wensen. Zo versterkt het afsteken van vuurwerk de sociale cohesie in de buurt. Het afsteken van vuurwerk door particulieren staat ter discussie. De weerstand groeit vanwege de geluidsoverlast en de ongelukken die elk jaar weer gebeuren, vooral bij het afsteken van zwaar, illegaal vuurwerk.

Beoefenaars en betrokkenen

Een deel van de Nederlandse bevolking steekt met de jaarwisseling vuurwerk af. Een ander, groot deel kijkt naar het vuurwerk van de buren. Politie, brandweer en medewerkers van de Spoedeisende Hulp in ziekenhuizen zijn altijd extra paraat. De werkgroep Behoud Consumentenvuurwerk Nederland (BCN) is een groep vuurwerkliefhebbers die zich verenigd hebben om het afsteken van consumentenvuurwerk in ere te houden. De werkgroep probeert met voorlichtingsmateriaal het imago van vuurwerk te veranderen en een discussie te starten op een positieve manier. Zij zijn tegen illegaal, gevaarlijk vuurwerk en asociaal gedrag.

Geschiedenis en ontwikkeling

Chinezen kennen een lange traditie van het gebruik van vuurwerk bij religieuze gebeurtenissen om boze geesten te verdrijven. Met de uitvinding van het buskruit in de dertiende eeuw werd het gemakkelijker om vuurwerk te maken. Na enkele eeuwen werd het buskruit ook in Europa bekend. Hier werd het toegepast bij oorlogsvoering, maar het werd ook gebruikt in groot vuurwerk. In de zeventiende eeuw waren er grote vuurwerkspektakels aan het hof van Versailles. Ook in Nederland werd vuurwerk bij feestelijke en voorname plechtigheden afgestoken zoals bij huwelijksfeesten van de Oranjes. In de loop van de negentiende eeuw ging de gegoede burgerij meer vuurwerk afsteken met oud en nieuw. Er kwamen vuurwerkfabrieken in Nederland. Na de Tweede Wereldoorlog werd vuurwerk populair onder brede lagen van de bevolking. De toegenomen welvaart maakte het mogelijk dat iedereen vuurwerk kon kopen. Pas rond 1965 kwamen vuurpijlen en gillende keukenmeiden massaal in trek. In 1980 kwam er nationale wetgeving die het geluidsvolume dat met het vuurwerk gemaakt mocht worden aan banden legde. Veel knalvuurwerk werd hiermee officieel verboden en zo groeide er ongewild een markt voor illegaal vuurwerk. Tegelijk werd het siervuurwerk – door de wettelijke verruiming van de maximale kruitinhoud bij vuurwerk – steeds beter en mooier en het aanbod ervan nam toe. Om de consumenten te waarschuwen voor de gevaren van verkeerde omgang met vuurwerk kwamen er vanaf de jaren zeventig steeds meer campagnes (‘Je bent een rund, als je met vuurwerk stunt’). Na rampen in een vuurwerkfabriek (Culemborg 1991) en in een vuurwerkopslag (Enschede 2000) werden alle fabrieken gesloten. In 2014 werd de aanvangstijd van afsteken verschoven van 10.00 uur naar 18.00 uur op 31 december. Hiermee ging een stuk van de traditie, het zogenoemde dagstoken, verloren.

Contact

Stichting Behoud Consumentenvuurwerk Nederland
Website