Beschrijving

Het op een traditionele manier werken houdt in dat de herder het hele jaar door de zorg voor een kudde heeft en daarmee vrijwel dagelijks in het veld is. Vooral in voorjaar, zomer en najaar trekt hij rond over de heide en schrale graslanden, waardoor hij een belangrijke bijdrage levert aan het in stand houden van de biodiversiteit. Het scheperen houdt in dat de herder bij de kudde aanwezig is en de kudde, al dan niet op basis van een begrazingsplan, aanstuurt. De herder maakt daarbij gebruik van zijn honden en herdersstaf. ‘s Avonds keert hij terug naar de schaapskooi  of vaste nachtweide. In de winter wordt doorgaans in de schaapskooi gezorgd voor de lammeren. In Drenthe zijn tien gescheperde kuddes, in Overijssel twee, in Gelderland elf, in Utrecht twee en in zowel Noord-Brabant, Noord-Holland, Friesland als Limburg is er nog één kudde met herder die traditioneel werkt. De traditioneel werkende herder die is aangesloten bij het gilde werkt met een van de streekrassen die zijn ontstaan: Drents heideschaap, Groot heideschaap, Schoonebeeker, Veluws en Kempisch heideschaap en Mergellandschaap. Deze oude rassen hebben een genenpakket waarmee ze zich op de heide en schrale graslanden in leven te kunnen houden. Vanwege de vele vereiste diverse kennis duurt het jaren voor een herder opgeleid is.

Beoefenaars en betrokkenen

Ten eerste bestaat de gemeenschap uit de veertig herders, van wie er 26 zijn aangesloten bij het Gilde. Zij hebben te maken met Terrein Beherende Organisaties (TBO’s), zoals Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, provinciale  en particuliere landschapsbeheerders en overheden. De herders hebben soms stagiaires of aspirant-herders in opleiding en er werken vrijwilligers bij de kuddes. Het publiek dat recreëert in de begrazingsgebieden is een belangrijk deel van de gemeenschap. 

Geschiedenis en ontwikkeling

In Nederland worden al vele eeuwen schapen gehouden. Vanwege hun goede kwaliteit mest werden schaapskuddes ingezet om schrale heide- en zandgronden te begrazen. De mest werd vervolgens gebruikt om de akker- en landbouwgronden mee te verbeteren. De meeste herders waren vroeger gebonden aan een dorp of gemeenschap waarvandaan zij dagelijks met hun kudde naar de heide trokken. Vanaf de zestiende eeuw waren in de dorpen potstallen te vinden, waar de kuddes overnachtten en overwinterden. Leuk detail is de aanbeveling in een boek uit 1835 om met de kudde ’s ochtends naar het westen te trekken en ’s avonds naar het oosten – tegen de zon in – waardoor de schapen hun kop uit de warme zon hielden. Bijzonder was dat in de negentiende eeuw grote kuddes vanuit de Peel naar de markten in Parijs of zelfs Londen trokken. In de eerste helft van de twintigste eeuw kwam vrijwel een einde aan de lange traditie door grote ontginningen, herindeling van het landschap en ander mestgebruik. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw kwam vanuit toeristisch oogpunt een beweging op gang om de kuddes te behouden. Weer later kwam vanuit ecologisch oogpunt belangstelling voor inzet van kuddes voor heidebeheer. Door begrazingsbedrijven wordt een herder ingezet als seizoensarbeider, zonder binding met zijn gronden  en met kuddes van wisselende samenstelling. De traditioneel werkende herders willen dat tij keren.

Contact

Gilde van traditionele Schaapherders
Brinkgreverweg 17
8161NW Epe
Nederland
Website