Kort verslag van de conferentie ‘Immaterieel erfgoed verzamelen’

Met immaterieel erfgoed je museum relevanter maken

Na de conferentie in Tilburg, gehouden op 11 oktober 2019, mag het een understatement heten dat musea het immaterieel erfgoed ontdekt hebben. Liefst 130 mensen kwamen vrijdag 11 oktober naar de door Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland in samenspraak met Werkplaats immaterieel erfgoed georganiseerde werkconferentie. Met immaterieel erfgoed kunnen musea maatschappelijk relevanter worden en hun collectie verrijken. Dat bleek al uit het inspiratieboekje bij de conferentie.

5

De conferentie werd bijgewoond door grote en kleine musea. Van het Stadsmuseum in Tilburg, dat het zonder gebouw moet stellen, tot en met het grote Museum aan de Stroom (uit Antwerpen, Vlaanderen). Wat ze allemaal gemeen hebben is dat ze de mogelijkheden van het verzamelen van immaterieel erfgoed willen verkennen. Velen hadden er al ervaring mee, en deden er verslag van in korte, inspirerende sessies. Het Textielmuseum, als een museum van en voor makers, vertelde over haar experimenten om het textiel ambacht ‘levend’ te houden met behulp van ondermeer designers en kunstenaars. Imagine IC vertelde over haar verzamelprojecten in de Amsterdamse Bijlmer, ondermeer een project over Grootstedelijk geloof. En zo was er nog heel veel meer. Het geheel werd omkaderd door twee inhoudsrijke keynotes uit het buitenland, van Filomena Sousa (over immaterieel erfgoed in de context van het UNESCO verdrag en participatief verzamelen) en Joanne Orr (over multiperspectiviteit en de rol van het museum voor ‘indigenous communities’ in met name Canada). In het middagprogramma werden ervaringen uitgewisseld en nieuwe bondgenootschappen gesmeed in een reeks van kleinere werkgroepsessies, met stellingen als ‘Verzamelen van immaterieel erfgoed erfgoed is oneindig (waar begint en eindigt het?). Daarom is het noodzakelijk om een verzamelbeleid te ontwikkelen’.

12

Verrijken

Immaterieel erfgoed kan je collectie verrijken en maatschappelijker relevanter maken. Het Stadsarchief in Rotterdam heeft bijvoorbeeld als doelstelling dat de collectie een betere afspiegeling moet vormen van de stad. Via immaterieel erfgoed kun je niet alleen spullen verzamelen van nieuwe groepen in de Rotterdamse samenleving. Immaterieel erfgoed gaat ook over herkenbare onderwerpen, die aan de emoties van mensen raken. Natuurlijk roept immaterieel erfgoed soms ook onenigheid op, denk aan de discussie over Zwarte Piet. Vandaar het belang van meerstemmigheid en het verzamelen van vele verschillende perspectieven.

Het museum kan er zijn voordeel mee doen. Het verrijkt de collectie met het zingevingsaspect en laat zien wat mensen hier en nu belangrijk vinden. Maar is er ook een belang voor de immaterieel erfgoedgemeenschappen? Volgens Filomena Sousa is het belangrijk voor musea om contact te leggen met het immaterieel erfgoed in situ, buiten hun museum. Met hun tentoonstellingen kunnen musea immaterieel erfgoed zichtbaar maken en in een historische context plaatsen. Maar ze kunnen ook de immaterieel erfgoedgemeenschappen helpen in de borging van hun immaterieel erfgoed, zoals het in het UNESCO verdrag inzake de bescherming van het immaterieel erfgoed wordt omschreven.

Deel van de gemeenschap

Niet iedereen was al op de hoogte van de UNESCO benadering van immaterieel erfgoed. Sommige musea vatten immaterieel erfgoed nog vooral op als het vertellen van het verhaal achter het materieële erfgoed. Zij gaan verhalen over materieel en immaterieel erfgoed verzamelen en gebruiken daar oral history voor als methode. De rol van het museum is dan vooral documenteren en vastleggen. Andere musea benadrukten dat ze midden in de samenleving staan en met hun verzamelingen ook willen bijdragen aan borgen. Een museum als PARCUM, in België, zet zich in voor de dialoog tussen de verschillende religies, en werkt daarin nauw samen met immaterieel erfgoed gemeenschappen, bijvoorbeeld de organisatoren van religieuze processies. PARCUM maakt zichtbaar hoe immaterieel erfgoedgemeenschappen hun erfgoed in situ beoefenen. Fatima Oulad Thami, als hennakunstenares aanwezig als één van de immaterieel erfgoedbeoefenaren, noemde de stelling dat musea zelf ook bij de community horen aantrekkelijk, maar constateerde tegelijk dat het nog teveel om twee gescheiden werelden gaat. ‘Het immaterieel erfgoed bevindt zich op veel plekken waar jullie (de musea) niet komen.’

 

16

Werken aan participatieve methodieken

Het verschil tussen ‘levend’ en ‘gemusealiseerd’ erfgoed werd duidelijk in de voordracht van poppenspeler Paul Contryn. De essentie van het poppenspel zit volgens hem in de techniek en de vaardigheid om een pop te kunnen bespelen, tot leven te brengen. Het is die techniek die een museum moet documenteren om ook in de collectie de pop tot leven te brengen.

Een dergelijke benadering van immaterieel erfgoed verzamelen vraagt om nieuwe vaardigheden bij de museumprofessional. Van iemand die alles weet van objecten (en hoe je die kunt conserveren) moet je iemand worden die kan werken met mensen en die mensen, de makers van immaterieel erfgoed, een plek geven in je museum. Hier valt nog veel te winnen. Zoals Filomena Sousa het formuleerde: ‘We ziten nog steeds op een elementair niveau, waarbij erfgoedgemeenschappen nog slechts gevraagd worden als adviseur. Doel is om door te schakelen naar een meer geavanceerd niveau, waarbij erfgoedgemeenschappen worden ingeschakeld als ‘mobiliser’ en waarin wordt samengewerkt met en binnen teams van uiteenlopende specialisten die experimenteren met participatieve methodieken.’

Werken met erfgoedgemeenschappen vraagt om specifieke technieken waaraan Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland komend jaar verder mee aan de slag gaat om eind volgend jaar een mooie toolkit voor museumprofessionals op te leveren. Natuurlijk weer in nauwe samenwerking met Werkplaats immaterieel erfgoed in Vlaanderen, onze partner in het Intangible Heritage & Museums Project. Daarnaast komt er ook een uitgebreider verslag van deze conferentie.

Alle rechten voorbehouden