Het Netwerk Immaterieel Erfgoed laat de variëteit aan cultuuruitingen zien die erfgoedgemeenschappen, groepen of individuen zelf erkennen als immaterieel erfgoed. Dit immaterieel erfgoed is door henzelf in het Netwerk aangemeld. Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland is derhalve niet verantwoordelijk voor de inhoud van de beschrijving.

Beschrijving

De gamelan komt oorspronkelijk uit Indonesië. Het kwam in Suriname terecht door de georganiseerde migratie van voornamelijk Javanen uit Nederlands-Indië, vanaf 1890 tot 1939. Deze migranten namen de plaats in van de geëmancipeerde slaven en werkten als contractarbeiders op de Surinaamse plantages. Gamelan is de naam voor zowel de instrumenten als de muziek. Het Javaans woord ‘gamel’ betekent ‘slaan’ of ‘kloppen’. De instrumenten zijn een verzameling van percussie instrumenten die bespeeld worden met een knuppel of hamer en non-percussie instrumenten, waaronder de fluit, viool en citer. In Suriname zijn de non-percussie instrumenten niet gebruikelijk.

De gamelan verzorgt de muzikale begeleiding bij wayang kulit (schimmentoneel met lederen poppen), wayang wong (levend toneel), ludrug (ludiek volkstoneel), jaran kepang (paardendans), serimpi (Javaanse dansen), tembang (gezongen poëzie). Bovendien wordt gamelan gespeeld bij feesten en culturele evenementen. Als de gamelan verloren gaat, gaan deze kunstvormen en uitingen van beleven en vieren ook verloren.

In 1903 importeerde de Nederlandse Handels Maatschappij een set gamelaninstrumenten uit Semarang voor de arbeiders van suikerplantage Mariënburg. Dit was vermoedelijk de aanzet voor de ontwikkeling in Suriname. De Javanen bouwden hun eigen gamelan van ijzer uit afvalmateriaal zoals afgekeurde spoorrails en olievaten. Antropoloog/musicoloog G.D. van Wengen beschrijft in ‘The cultural inheritance of the Javanese in Suriname’(1975), de gamelan van Suriname en stelt dat deze het prototype dat te vinden is in het grensgebied tussen midden en oost-Java benadert. In Suriname worden de muziekplaten gevormd door snijden en uithameren van ijzer; in Indonesië door verhitting en uithameren van brons. De houten onderstellen zijn in Suriname eenvoudig geverfd en versierd, meestal met de naam van het gezelschap. In Indonesië wordt het hout bewerkt tot fraai houtsnijwerk en gekleurd in goud e.a. kleuren. Voor de ‘kendang’ (drum) wordt bamboe en leer gebruikt. De instrumenten van Suriname zijn ‘slendro’ gestemd; van Indonesië op ‘pelog’ en ‘slendro’. Kortom, de Surinaamse is anders in verschijning, toon en klank.

Volgens Van Wengen heeft bijna elke Javaanse nederzetting, ongeacht klein of groot, wel één en in sommige gevallen zelfs meer dan één gamelan. Dit schrijft ook Harrie Djojowikromo in ‘Het ontstaan van de Javaans-Surinaamse gamelaninstrumenten- en cultuur’(2011). Elk dorp deed zijn uiterste best om met een mooie gamelan elkaar bij uitvoeringen te overtreffen. In de periode 1930 – 1960, waren er ca. 90-95 ensembles, in nagenoeg alle plaatsen/districten waar Javanen wonen. Dit aantal slonk tot 8 ensembles in de periode 2002-2008. In 2019 waren er slechts 6 ensembles actief (bron: interview met gamelanmeesters). De teloorgang is te wijten aan meerdere interne (Javaanse gemeenschap) en externe omgevingsfactoren. Met de migratiestroom naar Nederland bij de onafhankelijkheid van Suriname (1975), kwamen ook Javanen mee. Op verschillende plekken in Nederland begonnen zij hun eigen sociaal-culturele organisaties. Voor de gamelan werden muziekplaten uit Suriname gehaald om ze vervolgens met de gewenste bekisting tot instrumenten te bouwen. Bij uitzondering werden de muziekplaten in Nederland gemaakt. Zo ontstonden gamelangroepen in Rotterdam, Delfzijl, Sint-Michielsgestel, Groningen, Hoogezand, Amsterdam, Den Haag en Alkmaar.

Contact

Stichting Comite Herdenking Javaanse Immigratie
Vaartdreef, 126
2724 Zoetermeer
Nederland