De Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland bevat immaterieel erfgoed waarvan de erfgoedgemeenschap, groep of individu een borgingsplan heeft geschreven om het erfgoed toekomst te geven. Dat plan is getoetst door een onafhankelijke Toetsingscommissie. De erfgoedzorg wordt elke twee jaar geëvalueerd.

Beschrijving

Brabantse Orgelcultuur betreft de cultuur van het pijporgel. Het pijporgel is een muziekinstrument waarbij het geluid klinkt via kleine en grote pijpen die in een orgelkas staan opgesteld. De orgelpijpen staan in verbinding met toetsen waarmee het orgel bespeeld wordt. De gekozen tractuur (de verbinding tussen toets en de pijpen) is typebepalend. Hierbij zijn globaal drie typen orgels te onderscheiden: een mechanisch, pneumatisch of elektro-pneumatisch orgel. Een orgel kan bij goed onderhoud eeuwen meegaan. De orgels staan veelal in kerken en een enkel exemplaar staat in een concertzaal.

De Brabantse Orgelcultuur bestaat uit drie onderdelen: orgelbouw, organisten en componisten.

 

Orgelbouw
De Brabantse orgelbouw wordt nog steeds door een beperkt aantal orgelbouwers beoefend. Zij bouwen niet alleen orgels in Brabant maar over de gehele wereld. Daarnaast hebben deze orgelbouwers veel orgels in Brabant en daarbuiten in jaarlijks onderhoud.

 

Organisten
Organisten bespelen het orgel onder andere tijdens de erediensten en concerten in kerken en concertzalen. Een orgel wordt met de handen (vingers) via een of meer klavieren en de voeten (via het pedaal) bespeeld.

 

Brabantse componisten
Hedendaagse Brabantse componisten componeren werken voor orgel al of niet met zangstemmen of andere instrumenten.

www.brabantorgel.nl/

Beoefenaars en betrokkenen

De Brabantse Orgelfederatie (BOF) heeft de Brabantse Orgelcultuur bijgeschreven in de Inventaris.
Bij de Brabantse Orgelfederatie zijn zowel individuele personen als organisaties aangesloten. Dit zijn onder andere organisten (professioneel en amateurs), orgelbouwers, orgeldeskundigen, orgelonderzoekers, conservatoria en muziekopleidingen.

Naast de directe beoefenaars zijn er ook een aantal ondersteunende organisaties/beoefenaars actief zoals Orgelkids, het maandblad De Orgelvriend, de Katholieke Dirigenten-en Organisten Vereniging (KDOV) en de Koninklijke Vereniging van Organisten en Kerkmusici (KVOK).

Geschiedenis en ontwikkeling

In Brabant worden vanaf de middeleeuwen pijporgels gebouwd. Rond 1500 maakte het orgel een grote ontwikkeling door, met als voornaamste kenmerk de mogelijkheid een of meer rijen pijpen - registers - afzonderlijk te laten klinken én de introductie van nieuwe geluiden, zoals imitaties van bestaande muziekinstrumenten als fluit, kromhoorn, cornet, trompet, schalmei etc. Door middel van andere klankkleuren zoals registers mixtuur en cymbel kreeg het orgel een heldere en doorzichtige zilverachtige klankkleur. Brabantse orgelbouwers stonden aan de basis van vernieuwingen. Aanvankelijk bestond de orgelmuziek niet uit zelfstandige composities maar waren het omzettingen van bestaande geestelijke muziek. Brabant kende in de 15e en 16e eeuw een twaalftal vooraanstaande componisten die veel geestelijke muziek voor de eredienst componeerden. Bij het uitbreken van de tachtigjarige oorlog en de beeldenstorm verdween een deel van het muzikaal areaal naar de uiteinden van de Zuidelijke Nederlanden. Het gebruik van het orgel en daarmee de orgelcultuur kwam op een laag pitje te staan of werd zelfs geheel verboden. Eind 17e eeuw kwam de (katholieke) orgelcultuur schoorvoetend terug. De orgel- en vocale muziek stond in het teken van de eredienst maar het non-paapse bewind tussen 1648 en 1795 bleef een belemmering. Het tij keerde bij het herstel van de bisschoppelijk hiërarchie in 1853, dat leidde tot de bouw van veel nieuwe kerken. De kerkmuziek kreeg eind 19e eeuw een kerkelijk keurmerk dat de creativiteit van de componisten ernstig hinderde. Met de ontkerkelijking in de zeventiger jaren van de 20ste eeuw kwam ook de Brabantse orgelcultuur onder druk te staan. Door de ontkerkelijking is een neerwaartse spiraal van de orgelcultuur waarneembaar. De religieuze orgelpraktijk is verminderd en de concertpraktijk kreeg meer aandacht. In de 21ste eeuw is nog een handvol Brabantse orgelmakers actief. De Brabantse componisten genieten echter bekendheid buiten de provinciegrenzen. De opleiding van organisten geschiedt via de plaatselijke muziekscholen, privé onderwijs en conservatoria.

Borgingsacties

  • De BOF gaat via excursies naar orgels in kerken en concertzalen het orgel door heel Brabant als concertinstrument promoten.
  • Er worden van cycli van Festivals georganiseerd; een Festival nieuwe muziek, een Festival improviseren en een Festival Brabantse componisten.
  • Men gaat het orgel promoten als concertinstrument om het orgel uit de kerkelijke context te plaatsen.
  • De geproduceerde cd’s van de in Brabant aanwezige orgels worden wereldwijd via het digitale kanaal organroxx.com ten gehore gebracht.
  • De samenwerking met de KVOK, Koninklijke Vereniging van Organisten en Kerkmusici en het maandblad De Orgelvriend wordt geïntensiveerd door middel van excursies.
  • De band met Fontys Conservatorium Tilburg wordt versterkt.
  • Er worden regionale bijeenkomsten georganiseerd voor professionele Brabantse organisten.
  • Met gaat door met het samenwerken met andere Orgelkringen in Nederland.
  • De samenwerking met Orgelkids Nederland, waarmee jongeren worden betrokken bij het pijporgel, wordt gecontinueerd.
  • Bij de sluiting van kerken wordt contact opgenomen met de betrokken parochies om het orgel te behouden.

Contact

Brabantse Orgelfederatie
van den Berghstraat 15
5831GP Boxmeer
Brabant
Nederland
Website