Het Netwerk Immaterieel Erfgoed laat de variƫteit aan cultuuruitingen zien die erfgoedgemeenschappen, groepen of individuen zelf erkennen als immaterieel erfgoed. Dit immaterieel erfgoed is door henzelf in het Netwerk aangemeld. Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland is derhalve niet verantwoordelijk voor de inhoud van de beschrijving.
De Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland bevat immaterieel erfgoed waarvan de erfgoedgemeenschap, groep of individu een borgingsplan heeft geschreven om het erfgoed toekomst te geven. Dat plan is getoetst door een onafhankelijke Toetsingscommissie. De erfgoedzorg wordt elke twee jaar geƫvalueerd.

Beschrijving

Circus in Nederland kent veel vormen. De bekendste vorm is het klassieke tentcircus, waarbij de circusartiesten in woonwagens van plaats naar plaats trekken om in een kleurige tent op te treden. Maar er zijn ook theatercircussen, jeugdcircussen en kerstcircussen. In veel plaatsen in Nederland strijkt met enige regelmaat een circus neer. Met kleurige affiches kondigt het zijn komst aan. Uiteindelijk verrijst er als het ware een klein dorp met wagens, waar de artiesten (en soms dieren) wonen. Het middelpunt van het circusdorp is een grote tent. Het publiek zit op tribunes rond de piste. Bij een klassiek circus bestaat het programma uit tien tot vijftien verschillende nummers. Meestal is het een variëteit van dierennummers en optredens met acrobaten, jongleurs en clowns. Ieder nummer bestaat uit zeven tot tien tricks. Bij een jongleur kan dat bijvoorbeeld zijn het jongleren met vijf ballen, dan met tien ballen en vervolgens met ringen, iedere keer iets moeilijker, waardoor de spanning wordt opgebouwd. Er zijn circusfamilies waarbij het circus niet alleen een middel van bestaan is, maar ook een manier van leven.

Beoefenaars en betrokkenen

De circusgemeenschap bestaat uit artiesten, medewerkers, kinderen, vrienden, verzamelaars en soms dieren. Er zijn ruim twintig Nederlandse circusbedrijven die met een tent reizen of in het theater een voorstelling geven. De meeste circussen zijn georganiseerd in de Vereniging van Nederlandse Circus Ondernemingen (VNCO) en/of de European Circus Association (ECA). De circuscultuur wordt gedragen door ongeveer 1,5 miljoen bezoekers per jaar.

Geschiedenis en ontwikkeling

Vanaf 1770 gaf Phillip Astley voorstellingen in zijn New British Riding School in Londen. In een piste van ongeveer dertien meter doorsnee gaf hij shows met paarden. Nog steeds wordt de piste in alle circussen gebruikt. Na de paardennummers van Astley kregen ook al snel clowns, acrobaten en jongleurs een plekje in het circus. De eerste circusvoorstelling in Nederland werd in 1796 in Delft gegeven door Pieter Magito. Hij gaf voorstellingen met koorddansers, paardenacrobaten, jongleurs en paljassen. De eerste circussen gaven hun voorstellingen op de kermis en pas later kwamen er voorstellingen buiten de kermis om. Vanaf 1850 kwamen er steeds meer grote dierennummers in circussen. Dompteurs lieten aanvankelijk vooral zien hoe wild de exotische dieren waren, na 1870 lieten zij dieren kunstjes doen. In 1901 bezocht het grote Amerikaanse Circus Barnum and Bailey ons land. Andere buitenlandse circussen, zoals Krone, Carré, Sarrasani en Strassburger verzorgden optredens in Nederland. De circussen van Carré en Strassburger werden uiteindelijk Nederlandse bedrijven. Van 1945 tot 1960 bloeide het circus in Nederland, met bekende namen als Mullens, Mikkenie en Boltini. Rond 1980 ontstond in Nederland ook het fenomeen kerstwintercircus. Inmiddels wordt wel op dertig locaties een dergelijk circus georganiseerd. Vanuit Frankrijk en Canada is het Nouveau Cirque of circustheater naar Nederland overgewaaid. De shows worden meer voorstellingen, met een verhalend karakter of thematische aanpak. Tegenwoordig hebben diverse theaters een jaarlijks programma met het nieuwe circustheater.

Borgingsacties

2016-2017

  • Er wordt een agenda circus 2025 ontwikkeld voor een vitaal circusklimaat. Het organiseren van bijeenkomsten met interne en externe stakeholders om de agenda op te stellen.
  • Het maken van een erfgoedinventarisatie. Nader onderzoek is nodig om te bepalen hoe de resultaten gepresenteerd worden. 
  • Komen tot een hechter samenwerkingsverband met de VNCO en Circomundo, krachtenbundeling voor betere kwaliteit en een sterker profiel.

2012-2015

  • De onderlinge samenwerking wordt geïntensiveerd door het houden van bijeenkomsten. 
  • In 2014-2015 wordt het Nationaal Circus Jaar georganiseerd met een symposium, festival, gala en parade.
  • Het samenstellen van een pool van circusambassadeurs, die op verzoek presentaties op basisscholen gaan verzorgen met het bestaande lesmateriaal.
  • Het erfgoed wordt zichtbaar gemaakt op een tentoonstelling en in een boek.
  • Het blad van de Club van Circusvrienden wordt gedigitaliseerd evenals de circuscollectie van de UvA.
  • Er wordt meer samenwerking gezocht met verwante bedrijven, zoals kermissen en festivals

Contact

Stichting Circus Cultuur
1e Spechtstraat 8
3514 TV Utrecht
Utrecht
Nederland
Website