Beschrijving

Circus in Nederland kent veel vormen. De bekendste vorm is het klassieke tentcircus, waarbij de circusartiesten in woonwagens van plaats naar plaats trekken om in een kleurige tent op te treden. Maar er zijn ook theatercircussen, jeugdcircussen en kerstcircussen. In veel plaatsen in Nederland strijkt met enige regelmaat een circus neer. Met kleurige affiches kondigt het zijn komst aan. Uiteindelijk verrijst er als het ware een klein dorp met wagens, waar de artiesten (en soms dieren) wonen. Het middelpunt van het circusdorp is een grote tent. Het publiek zit op tribunes rond de piste. Bij een klassiek circus bestaat het programma uit tien tot vijftien verschillende nummers. Meestal is het een variëteit van dierennummers en optredens met acrobaten, jongleurs en clowns. Ieder nummer bestaat uit zeven tot tien tricks. Bij een jongleur kan dat bijvoorbeeld zijn het jongleren met vijf ballen, dan met tien ballen en vervolgens met ringen, iedere keer iets moeilijker, waardoor de spanning wordt opgebouwd. Er zijn circusfamilies waarbij het circus niet alleen een middel van bestaan is, maar ook een manier van leven.

Beoefenaars en betrokkenen

De circusgemeenschap bestaat uit artiesten, medewerkers, kinderen, vrienden, verzamelaars en soms dieren. Er zijn ruim twintig Nederlandse circusbedrijven die met een tent reizen of in het theater een voorstelling geven. De meeste circussen zijn georganiseerd in de Vereniging van Nederlandse Circus Ondernemingen (VNCO) en/of de European Circus Association (ECA). De circuscultuur wordt gedragen door ongeveer 1,5 miljoen bezoekers per jaar.

Geschiedenis en ontwikkeling

Vanaf 1770 gaf Phillip Astley voorstellingen in zijn New British Riding School in Londen. In een piste van ongeveer dertien meter doorsnee gaf hij shows met paarden. Nog steeds wordt de piste in alle circussen gebruikt. Na de paardennummers van Astley kregen ook al snel clowns, acrobaten en jongleurs een plekje in het circus. De eerste circusvoorstelling in Nederland werd in 1796 in Delft gegeven door Pieter Magito. Hij gaf voorstellingen met koorddansers, paardenacrobaten, jongleurs en paljassen. De eerste circussen gaven hun voorstellingen op de kermis en pas later kwamen er voorstellingen buiten de kermis om. Vanaf 1850 kwamen er steeds meer grote dierennummers in circussen. Dompteurs lieten aanvankelijk vooral zien hoe wild de exotische dieren waren, na 1870 lieten zij dieren kunstjes doen. In 1901 bezocht het grote Amerikaanse Circus Barnum and Bailey ons land. Andere buitenlandse circussen, zoals Krone, Carré, Sarrasani en Strassburger verzorgden optredens in Nederland. De circussen van Carré en Strassburger werden uiteindelijk Nederlandse bedrijven. Van 1945 tot 1960 bloeide het circus in Nederland, met bekende namen als Mullens, Mikkenie en Boltini. Rond 1980 ontstond in Nederland ook het fenomeen kerstwintercircus. Inmiddels wordt wel op dertig locaties een dergelijk circus georganiseerd. Vanuit Frankrijk en Canada is het Nouveau Cirque of circustheater naar Nederland overgewaaid. De shows worden meer voorstellingen, met een verhalend karakter of thematische aanpak. Tegenwoordig hebben diverse theaters een jaarlijks programma met het nieuwe circustheater.

Contact

Stichting Circus Cultuur
1e Spechtstraat 8
3514 TV Utrecht
Utrecht
Nederland
Website