De Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland bevat immaterieel erfgoed waarvan de erfgoedgemeenschap, groep of individu een borgingsplan heeft geschreven om het erfgoed toekomst te geven. Dat plan is getoetst door een onafhankelijke Toetsingscommissie. De erfgoedzorg wordt elke twee jaar geëvalueerd.

Beschrijving

Eerst vinden brainstormsessies plaats met ontwerpers, de beste ideeën worden uitgewerkt en in het voorjaar kiest elke corsogroep één ontwerp. In grote tenten worden de onderstellen aan elkaar gelast. Tijdens de zomermarkt in juli presenteren de deelnemende groepen hun ontwerpen. De gelaste vormen worden bedekt met papier-maché en in de juiste kleuren geschilderd. In de laatste dagen voor het corso worden de dahlia’s op de wagens geplakt en getikt. En dan is het zover: de tweede zondag van september, de dag waarop alle wagens aan het publiek getoond worden én waarop de kermis van start gaat. ’s Ochtends worden de corsowagens beoordeeld door de vakjury die bestaat uit wagenbouwers van andere corso’s in Nederland, aangevuld met (bloemsier)kunstenaars en ontwerpers. Aan het begin van de middag trekken de wagens door de straten van Lichtenvoorde, het Kindercorso voorop. Tussen de wagens door treden muziekkorpsen en straattheatergroepen op. Na het corso worden alle wagens opgesteld op een terrein, waar iedereen ze rustig kan bewonderen. De dag wordt feestelijk afgesloten in diverse horecagelegenheden. Maandag zijn de prijsuitreikingen. Daarna is de kermis weer geopend, vindt het jaarlijkse vogelschieten plaats en wordt er veel gedanst en gefeest. Dinsdag is de laatste dag van de corsovreugde van dat jaar en wordt er afgesloten met vuurwerk.

Beoefenaars en betrokkenen

Het Bloemencorso Lichtenvoorde is een sociaal-cultureel evenement, dat de gemeenschap in al haar geledingen verbindt. Het staat symbool voor de trots en passie van vele generaties. Het evenement wordt georganiseerd door de Stichting Bloemencorso Lichtenvoorde, die ook de promotie verzorgt. De wagens worden gebouwd door de achttien corsogroepen. Om de jeugd al vroeg bij het corso te betrekken, hebben zij een eigen afdeling binnen het corso: CorsoKIDS met een eigen mascotte Dahleo die op aansprekende manier de kinderen laat meedoen met het corso.

Geschiedenis en ontwikkeling

In de beginjaren trok het corso niet jaarlijks door de straten en werden kleine karren, kruiwagens en fietsen versierd met voornamelijk gras en heide en soms wat bloemen. Vanaf 1926 werd het een jaarlijks terugkerend corso met als doel de begeleiding van de vogel voor het koningsschieten, het hoogtepunt van de kermis. Het feest rond de bevrijding en het duizendjarig bestaan van Lichtenvoorde in 1946 moet bij de bewoners een gevoel van saamhorigheid hebben losgemaakt. Buurtverenigingen gingen meedoen aan het corso. In 1957 besloot men dat de wagens zoveel mogelijk moesten worden versierd met dahlia’s. De afmeting van de wagens nam toe en eind jaren zestig waren er deelnemende wagens met meer dan 20.000 bloemen. De jaren tachtig kenmerkt zich door recordaantallen deelnemers en bezoekersaantallen. Er werden showorkesten en straattheater toegevoegd aan het corso en er kwamen wel 50.000 mensen op het corso af. Ook het aantal bloemen op de wagens nam flink toe. Het corso ontwikkelde zich tussen 1990 en heden van een statische optocht tot een dynamische. Figuranten op de wagens spelen een rol bij de uitbeelding van het onderwerp en de wagens zelf bewegen steeds meer. Deze aanpassingen en vernieuwingen zorgen ervoor dat het een aansprekend evenement blijft.

Borgingsacties

2017-2019

  • Gesprekken voeren met verzekeringsmaatschappijen om de beste prijs- en kwaliteitscondities te krijgen. Hierin samenwerken met andere corsoplaatsen.
  • Binnen de relevante werkgroepen (optocht, techniek en veiligheid) extra veel aandacht voor veiligheid. 
  • De corsogroepen geven de jonge ontwerpers volop gelegenheid om met ontwerpen te komen. Het (blijven) aanbieden van lascursussen voor jongeren om ze ook bij het bouwen te betrekken. 
  • Een lesprogramma voor basisscholen samenstellen waarin alle aspecten van het corso aan bod komen. Hiervoor worden lesprogramma's van carnavalsgroepen uit zuid-Nederland gebruikt als voorbeeld.
  • Oudere lassers gaan onderstellen maken voor circa 10 kleine wagentjes voor deelnemers aan Corsokids. Deze worden in eigen stalling gestald. In deze stalling kunnen kinderen in de opstapklasse van Corsokids ook hun kleine karretjes en fietsen beplakken en stallen.
  • In navolging van de zes Syrische asielzoekers met verblijfstatus die nu helpen bij corsogroepen zal dit aantal uitgebreid worden. Op die manier probeert het corso de maatschappelijke verantwoording te vergroten en een breder draagvlak op te bouwen. 

2013-2015

  • Er zijn veel gesprekken gevoerd met de gemeente. Alle corsogroepen hebben nu een bouwlocatie, er is een gedoogbeleid ingesteld voor alle bestaande bouwlocaties en het bestemmingsplan buitengebied is aangepast. De gemeente erkent het belang van het corso voor de gemeenschap.
  • Er is een eigen locatie verworven waar deelnemers aan Corsokids hun wagentjes kunnen beplakken en stallen. Hiervoor zijn financiën geworven bij externe sponsoren.
  • Er is extra aandacht voor veiligheid: aanpassing van het corsoreglement, verscherpte controles en advisering bij de wagens, controle en het schrijven van veiligheidsplannen voor de bouwlocaties, afstemming met gemeente en politie over verkeersplannen, een goede aansturing op het Coördinatiepunt Optocht en voortdurende verbetering van de instructie van de begeleiders bij de corsowagens.
  • Basisschoolleerlingen zijn betrokken bij het corso door: nieuwsbrieven, ansichtkaarten, de kinderspelen, door mascotte Dahleo, lokale kranten, bezoeken aan de deelnemende CorsoKIDS, informatiebijeenkomsten, Corsokriebels (ontwerptalenten).
  • Het corso is in Duitsland succesvol gepromoot. Er zijn veel Duitse bezoekers en er zijn contacten gelegd met Duitse corso's.
  • De aanbevelingen in de scriptie zijn uitgevoerd: meer Duitse bezoekers, sociale media inzetten, een promotiekaravaan voor sponsors, betere informatievoorziening.
  • Mensen met een beperking zijn betrokken bij het corso middels het project Corsotuin.
  • Asielzoekers met een verblijfsstatus worden bij de corsogroepen betrokken. Deze inzet wordt gewaardeerd door zowel de gemeente als door sponsors.
  • Door het aanbieden van lascursussen voor jongeren worden zij actief bij de traditie betrokken.
  • Er is een beleidsnotitie geschreven voor het samenstellen van een lesprogramma.

 

Contact

Stichting Bloemencorso Lichtenvoorde
Het Brook 23
7132 EH Lichtenvoorde
Website