Beschrijving

Op veel plaatsen in Nederland horen we op bepaalde tijden muziek van een carillon. Beiaardiers zorgen voor zo’n klokkenconcert. Een carillon bestaat uit een reeks chromatisch (steeds een halve toon verspringend) gestemde klokken en wordt met een zogenoemd stokkenklavier, bestaande uit een manuaal en een pedaal, bespeeld. Het manuaal wordt met de vuisten bespeeld, de toetsen staan daarom verder uit elkaar dan bij een piano. De toetsen (zowel van manuaal als pedaal) scharnieren achteraan het klavier. De toetsen zijn verbonden met de klepels van de respectievelijke klokken. Elke toets is met een kabel verbonden aan een klepel die in een klok hangt. De klokken zelf bewegen niet. De klepel hangt aan de binnenkant van de klok en wordt door het aanslaan van een toets onderaan tegen de klokwand getrokken. Het gebruikelijkst zijn carillons met een bereik van vier octaven (tussen de 47 en 49 klokken). De klokken zijn gegoten uit brons. De diameter en het profiel van de klok bepalen de toonhoogte en de klank. Veel carillons kunnen ook bespeeld worden met behulp van een automaat of speeltrommel. Dikwijls wordt dan elk kwartier een korte melodie en op het hele uur en halve uur een langere versie gespeeld. De beiaardier zorgt dan voor de programmering van de automaat. Hij moet de speeltrommel ‘versteken’. Er zijn ook moderne systemen die computergestuurd zijn.

Beoefenaars en betrokkenen

Zonder beiaardiers, gediplomeerde en amateurs, is er geen beiaardmuziek. Veel beiaardiers zijn lid van de Nederlandse Klokkenspel-Verening. Een belangrijk kennis- en informatiecentrum voor de beiaardcultuur in Nederland is het Beiaard Centrum Nederland te Amersfoort. De Nederlandse Beiaardschool, verbonden aan de HKU Utrechts Conservatorium, biedt een professionele opleiding tot beiaardier. Daarnaast zijn er elders in het land nog opleidingen en cursussen voor het bespelen van een carillon. Veel mensen genieten geregeld van het spel op de beiaard. Dikwijls zijn gemeentebesturen de eigenaren van de carillons. Ook universiteitsbesturen, kerkbesturen en particulieren kunnen een carillon bezitten. In Nederland zijn enkele klokkengieterijen waar nieuwe klokken gegoten worden.

Geschiedenis en ontwikkeling

De beiaard heeft zijn oorsprong in de steden van de Lage Landen. In de tweede helft van de veertiende eeuw werden op vele stadstorens uurwerken geplaatst. Om de mensen de eerste slag niet te laten missen, werden vooraf enkele kleine klokjes, de voorslagklokken, bespeeld. Daarnaast gingen kosters en klokkenluiders ritmische patronen spelen. Door uitbreiding van het aantal klokken konden er eenvoudige melodieën klinken. In de zestiende eeuw kwam de speeltrommel in gebruik. Aan de buitenkant van deze trommel worden metalen pinnen (nootjes) gezet. De plaats van de pinnen bepaalt de akkoorden. In 1510 kreeg Jan van Spiere in Oudenaarde de opdracht een klavier met klokken te maken. Dit verschijnsel verspreidde zich snel. Door de economische achteruitgang in de achttiende eeuw was er geen geld voor onderhoud van carillons en aanschaf van nieuwe instrumenten. Er kwam een kentering in 1875, pastoor J.W. Brouwers hield toen een pleidooi voor het in eer herstellen van de beiaard. De Mechelse (B.) beiaardier Jef Denyn heeft een grote bijdrage geleverd aan de opleving van de beiaardcultuur. In 1918 werd de Nederlandse Klokkenspel-Vereniging opgericht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is meer dan de helft van de luid- en carillonklokken door de Duitse bezetter geroofd. In 1953 werd de Nederlandse Beiaardschool opgericht. In 1969 werd in Asten het Nationaal Beiaardmuseum geopend. Vanuit de Lage Landen is de beiaardcultuur ook een traditie geworden in de Verenigde Staten en Canada. De functie voor tijdsaanduiding is verloren, de muziek is steeds belangrijker geworden.

Contact

Nederlandse Klokkenspel-Vereniging
Goeverneurkade 128
2274 KN Voorburg
Website