- Muziek, theater, vertelkunst, dans en zang
Op veel plekken in Nederland waaiert op gezette tijden muziek van een carillon uit over pleinen en straten. Wie goed luistert, hoort niet alleen klokmuziek maar de stem van een beiaardtraditie die na ruim vijf eeuwen nog altijd springlevend is.
Muziek die klinkt als een klok
Beiaard spelen vindt zijn oorsprong in de Lage Landen, het huidige Nederland en België. Vanaf de veertiende eeuw verrezen in welvarende handelssteden klokkentorens. Die werden gebruikt om de stedelingen op te roepen tot gebed, maar gaven ook de tijd aan. Veel mensen konden in die tijd namelijk geen klok lezen. Om ervoor te zorgen dat niemand de eerste slag van de klok miste, speelden klokkenluiders vooraf korte melodieën op zogenoemde ‘voorslagklokken’. Mettertijd werd de voorslag langer en complexer. Er klonken steeds langere melodieën op een steeds groter arsenaal aan klokken. Om alle klokken in de klokkentoren van Oudenaarde bespeelbaar te houden, gaf het stadsbestuur in 1510 de opdracht aan instrumentbouwer Jan van Spiere om die van een klavier te voorzien. De beiaard was geboren.
Via het project 'Immaterieel Erfgoed Spotten' maakte we eerder een video over de Beiaardcultuur. Meer weten over dit project? Ga dan naar www.immaterieelerfgoed.nl/spotten
Stokkenklavieren en speeltrommels
Een beiaard, ook wel carillon of klokkenspel genoemd, bestaat uit een reeks nauwkeurig gestemde bronzen klokken die meestal in een toren hangen. De beiaardier bespeelt het instrument via een ‘stokkenklavier’, niet met de vingers maar met de vuisten. Daarnaast zijn veel carillons uitgerust met pedalen, net als bij een orgel. Stalen kabels verbinden de toetsen en pedalen aan de klepels die de klokken tot klinken brengen.
“Het bespelen van een carillon begint eigenlijk al met het beklimmen van de toren,” vertelt Richard de Waardt, stadsbeiaardier van Rotterdam en secretaris van de Koninklijke Nederlandse Klokkenspel-Vereniging. “Die lange wenteltrap op, dat is bijna een ritueel op zich. Eenmaal boven hoor en ruik ik de stad. Ik zie de mensen lopen op straat en weet dat zij elke noot die ik speel zullen horen. Dat besef maakt het telkens weer bijzonder.”
"Rotterdam is een stad met meer dan 170 nationaliteiten. Het zou vreemd zijn om alleen westerse muziek te spelen. Een tijd terug heb ik me voorgenomen om van elke gemeenschap minstens één lied op te nemen in mijn repertoire."
- Richard de Waardt (2025)
Toch is het spel van een carillon niet altijd live. Veel klokkenspellen zijn al eeuwenlang uitgerust met een automatisch speelmechaniek dat op vaste tijden korte melodieën laat horen, bijvoorbeeld elk kwartier of heel uur. “Vroeger gebeurde dat met een speeltrommel,” vertelt De Waardt. “Die kun je vergelijken met zo’n cilinder met pinnetjes in een speeldoosje, maar dan groter. In de Laurenskerk in Rotterdam hangt nog zo’n trommelmechaniek. Als ik daarop andere muziek wil laten klinken, moet ik de trommel met de hand ‘versteken’, de pinnen verplaatsen dus. Tegenwoordig gaat ook veel digitaal. Dan is het carillon verbonden met een computer die de beiaardier gewoon vanuit huis kan programmeren.”
Verval en opleving
Een beiaard is een kostbaar instrument. Het gieten van tientallen klokken vergt vakkundigheid en duizenden kilo’s brons. Ook het onderhoud is een veeleisende klus. Eenmaal geïnstalleerd hangt het carillon hoog boven de stad, waar het blootstaat aan slijtage door weer en wind. In de achttiende eeuw, een periode van economische stagnatie, raakte dat onderhoud in het slop. Mechanieken versleten, muziek verstomde.
Rond 1900 keert het tij. De stadsbeiaardier van het Belgische Mechelen, Jef Denyn (1862-1941), speelt een sleutelrol in de herwaardering van het instrument. Zijn wekelijkse maandagavondconcerten trekken volle pleinen. Met internationale concoursen draagt hij bij aan de verspreiding van de beiaardcultuur naar het buitenland – tot Amerika, Canada en Japan aan toe.
Ook in Nederland groeit het besef dat de beiaardtraditie bescherming verdient. Sinds 1918 zet de Koninklijke Nederlandse Klokkenspel-Vereniging (KNKV) zich in voor het beschermen, bewaren en verspreiden van de beiaardcultuur. Op veel plekken worden instrumenten gerenoveerd en nieuwe carillons geïnstalleerd. In Amersfoort opent bovendien in 1953 de Nederlandse Beiaardschool waar, tegenwoordig onder de vlag van het Utrechts Conservatorium, jonge generaties beiaardiers afstuderen. In Asten, tevens de thuisbasis van klokkengieterij Koninklijke Eijsbouts, geeft het Nationaal Beiaardmuseum (nu Museum Klok & Peel) sinds 1969 context en verdieping bij deze rijke geschiedenis.
Tommy van Doorn doet in 2020 als student aan de Nederlandse Beiaardschool examen in de Onze Lieve Vrouwetoren in Amersfoort.
Doe-beiaard, zomerconcerten en een songbook voor de stad
De KNKV ontplooit continu initiatieven om de beiaardcultuur levend te houden en onder de aandacht te brengen van nieuwe generaties. Zo ontwikkelde de vereniging de ‘doe-beiaard’: een compleet carillon in miniatuurformaat dat eenvoudig te vervoeren en op te bouwen is.
“Het instrument is opgezet als een bouwpakket,” vertelt De Waardt. “Door het zelf in elkaar te zetten, ontdekken kinderen hoe een beiaard werkt en waar al die kabels en stokken toe dienen. Uiteraard mogen ze het ook zelf bespelen.”
Daarnaast kent Nederland een groot aantal concertseries waarin het carillon centraal staat. Bekende voorbeelden zijn de Zomeravondconcerten op het carillon van de Domtoren in Utrecht, de wekelijkse concerten bij het Vredespaleis in Den Haag, en de Torenmuziek Zomerconcerten in Rotterdam, waar elk jaar een enthousiast publiek komt luisteren naar beiaardiers uit binnen- en buitenland.
Door het zelf in elkaar te zetten, ontdekken kinderen hoe een beiaard werkt en waar al die kabels en stokken toe dienen. Uiteraard mogen ze het ook zelf bespelen.
- Richard de Waardt (2025)
Ook het repertoire blijft in ontwikkeling. “Rotterdam is een stad met meer dan 170 nationaliteiten,” aldus De Waardt. “Het zou vreemd zijn om alleen westerse muziek te spelen. Een tijd terug heb ik me voorgenomen om van elke gemeenschap minstens één lied op te nemen in mijn repertoire.”
Bij ons bekend
Immaterieel erfgoed wordt in heel Nederland beoefend. Benieuwd welke gemeenschappen, stichtingen, cultuurdragers en enthousiastelingen zich actief inzetten om de Beiaardcultuur levend te houden en door te geven? Hieronder vind je een overzicht van alle erfgoedgemeenschappen en beoefenaars die bij ons bekend zijn en zich inzetten voor de Beiaardcultuur.
- Koninklijke Nederlandse Klokkenspel-Vereniging (KNKV)
- Beiaardcentrum Nederland
- De Nederlandse Beiaardschool
Draag jij ook bij aan het borgen van de Beiaardcultuur en wil je jouw organisatie, vereniging of naam toevoegen aan deze pagina? Wat leuk! Neem contact met ons op via info@immaterieelerfgoed.nl of telefonisch via 026 357 6113.