Beschrijving

De koto is de dracht die door velen gezien wordt als de nationale feestkleding van de Afro-Surinaamse vrouwen. Het belangrijkste onderdeel van de koto is een lange rok. De overtollige lengte van de rok wordt in een grote plooi, de kotobere, weggewerkt. Bij feestelijke gelegenheden wordt die opgevuld met een rol die de koto wijd uit laat staan en de heupen meer accentueert. Verder bestaat de dracht uit een ruimvallend, wit katoenen hemd, de empi. Dat is vaak versierd met borduurwerk of kant en eroverheen wordt een jak gedragen, jaki. Het jaki is altijd gevoerd en aan de achterkant hangen twee witte banden die harmonicavormig gevouwen kunnen zijn. Over één schouder wordt een omslagdoek (toepoeskinpangi) gedragen. Op het hoofd wordt de angisa gedragen. Dit is een doek van ongeveer een vierkante meter die gesteven wordt. De doek wordt eerst plankhard gesteven en daarna diagonaal gevouwen zodat er een driehoek ontstaat. Vervolgens wordt de diagonale vouw nog een keer drie centimeter omgevouwen. Deze laatste vouw geeft de angisa extra stevigheid. De doek kan vervolgens op diverse verschillende manieren worden gebonden en de stof wordt vastgezet met knopspelden. Een goed gebonden angisa wordt op- en afgezet als een hoed. De bindwijze van de angisa, de wijze waarop de linten op de rug van het jaki gevouwen zijn en de manier waarop de pangi (een lap stof) over de schouder wordt gedragen, zeggen iets over de gemoedstoestand van de draagster of hebben een symbolische betekenis. De angisa wordt door veel vrouwen ook zonder de traditionele koto gedragen. Er is ook een speciale versie van de koto voor de rouw. De omslagdoek wordt daarbij over beide schouders gedragen en de angisa, waarbij in de rouw geen spelden worden gebruikt, wordt diep over de ogen gedragen. De kleur van de rouwkoto is wit.

Beoefenaars en betrokkenen

">Sinds de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 woont er een grote gemeenschap Afro-Surinaamse vrouwen in Nederland. De koto en de angisa zijn voor veel van deze vrouwen sterk verbonden met hun identiteit. Tijdens de viering van Keti Koti gaan dan ook veel vrouwen gekleed in de koto. Tegelijkertijd is de link die gelegd wordt met de slavernij voor andere vrouwen de reden om nooit een koto te dragen.

Geschiedenis en ontwikkeling

>De koto zoals we die tegenwoordig kennen, is na 1879 ontstaan. In dat jaar verbood de Nederlandse overheid vrouwen met ontbloot bovenlichaam te lopen. Als gevolg van dit verbod is het wijde jaki ontstaan. Het dragen van hoofddoeken is echter een veel oudere traditie. Vrouwelijke slaven die uit Afrika gehaald werden, droegen reeds doeken die om het hoofd gebonden werden. In Suriname heeft de hoofddoek zich in de negentiende eeuw gevormd tot de angisa zoals wij die nu kennen. De koto en de angisa zijn in de negentiende eeuw voor het eerst naar Nederland gekomen. In de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn veel Afro-Surinaamse vrouwen naar Nederland gekomen. Zij hebben de koto en de angisa een definitieve plaats in Nederland gegeven en ervoor gezorgd dat de koto is gemoderniseerd.

Contact

Stichting Surinaamse Vrouwen Bijlmermeer
amsterdam zuidoost