De Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland bevat immaterieel erfgoed waarvan de erfgoedgemeenschap, groep of individu een borgingsplan heeft geschreven om het erfgoed toekomst te geven. Dat plan is getoetst door een onafhankelijke Toetsingscommissie. De erfgoedzorg wordt elke twee jaar geëvalueerd.

Beschrijving

Levende Nederlandse folkloredansen zijn gezelschapsdansen in (streek)kostuums op traditionele muziek die in sommige gevallen voorzien zijn van nieuwe choreografieën. 

De folkloredans heeft de volgende kenmerken: 

  • Dansen in paren, in een kring, carré of rij. Paren blijven niet altijd bij elkaar, soms schuiven mannen of vrouwen door naar een andere partner.  
  • De verschillende melodieën waarop gedanst wordt, vereisen verschillende passen zoals de wals, mazurka, polka. Daarnaast zijn er passen die bij een specifieke dans horen, zoals de Horlepiep pas, die alleen bij de Horlepiep gedanst wordt. 
  • Tijdens uitvoeringen voor publiek worden kostuums c.q. streekdrachten gedragen. Sommige groepen dansen allen in eenzelfde dracht, andere groepen kiezen ervoor om drachten uit verschillende delen van het land te laten zien. 
  • De optredens die door de groepen verzorgd worden, zijn vaak in de buitenlucht en voor iedereen toegankelijk, zoals op markten of braderieën.   

Levende folkloredans komt voort uit de traditionele, overgeleverde dansen en worden al dan niet in een hedendaagse choreografie uitgevoerd. Door het gebruik van nieuwe choreografieën wordt de traditionele dans dynamischer gemaakt en kunnen er nieuwe passen worden gebruikt die de dansen aantrekkelijker maken voor zowel dansers als publiek. De dansers kunnen zowel niet-streekgebonden en niet-authentieke kostuums als moderne kostuums dragen al dan niet met nepsieraden als accessoires. Ofschoon er soms gebruikt wordt gemaakt van nieuwe muziek om de choreografieën te begeleiden, wordt er meestal muziek gebruikt die overgeleverd is vanuit vroegere tijden. Tijdens uitvoeringen koppelen de muzikanten de verschillende melodieën wel aan elkaar zodat de nummers in elkaar overvloeien. 
 

Beoefenaars en betrokkenen

De Stichting Levende Folklore, die de Levende Nederlandse Folkloredans heeft voorgedragen voor de Inventaris, is van mening dat de hedendaagse dans de folkloredans is voor morgen. Men wil geen grens vastleggen die bepaalt wanneer een dans ‘oud genoeg’ is om gedanst te worden. Een van de aangesloten dansgroepen danst bijvoorbeeld folkloredans uit de rock&roll periode in Nederland. Hun kostuums matchen deze periode: zo dansen ze in petticoats. In theorie zou zelfs de gabbertrend uit de jaren ‘90 in een folkloredans gevat kunnen worden. Het is voor de beoefenaars een liefhebberij die zij tijdens optredens graag tonen aan een breed publiekAan de hand van dansbeschrijvingen en begeleidende melodieën, live (o.a. met accordeon, harmonica, klarinet, viool, draailier, gitaar) of via geluidsdragers, oefenen de dansers onder begeleiding van een dansdocent voor hun optredens.

Geschiedenis en ontwikkeling

De danskunst heeft zijn oorsprong in de adellijke kringen, in de hofdansen. Dansmeesters trokken van de ene naar de andere residentie en lieten daar dansen zien, en leerden de dansen aan de leden van de hofhouding. Deze dansen zijn later in de steden en dorpen door de bevolking overgenomen, waarbij de passen en figuren vereenvoudigd werden. 

 
De folkloredansen in Nederland die nu nog beoefend worden gaan terug naar het einde van de 19e, begin 20e eeuw. Uit de 19e eeuw zijn weinig tot geen dansbeschrijvingen bekend, waarin aangegeven wordt hoe een dans uitgevoerd werd. Er zijn wel geschriften bekend met beschrijvingen welke muziek gebruikt werd bij de dansen op feesten en festiviteiten. Sinds begin vorige eeuw zijn vele streekdrachten uit het dagelijks beeld verdwenen. Onderzoek dat vanaf de jaren vijftig is uitgevoerd, laat zien dat meerdere Europese landen van invloed zijn geweest op de dansen, die eerst als karakteristiek voor Nederland werden gezien. In de 80-tiger jaren van de vorige eeuw zijn door dansleiders traditionele dansen beschreven uit Terschelling, Noord-Holland, en Twente. Daarnaast zijn er ook nieuwe dansen ontwikkeld op traditionele muziek. Dit heeft in die jaren veel belangstelling gewekt bij dansgroepen. 

 
Bij de traditionele folkloristische groepen worden de dansen uitgevoerd op basis van gegevens van begin 20e eeuw als zijnde de Nederlandse traditie. Daarbij wordt er vooral op gelet dat er geen wijzigingen in de dansen worden aangebracht die de traditie kunnen aantasten. De dansen moeten blijven zoals ze ooit gedanst werden.  

 
Bij de levende folkloredansen worden de Nederlandse folkloredansen echter dynamisch gemaakt: de uitgevoerde muziek wordt soms meer eigentijds gemaakt en bij de podiumpresentatie worden de dansen aangepast. Daarnaast wordt er met choreografieën gewerkt waardoor het programma aantrekkelijk wordt voor het hedendaagse publiek. 

Borgingsacties

  • Er wordt gestart met een strategisch imago versterkingstraject 
  • In de eigen PR gaat men de goede uitvoeringen, die aantrekkelijk zijn voor publiek om naar te kijken, uitgebreid belichten om het imago te verhogen  
  • Er worden meer contacten met dansopleidingen door Nederland gelegd, zoals MBO-dansopleidingen, om gastlessen te kunnen aanbieden. 
  • Folkloregroepen worden gestimuleerd om hun kennis vast te leggen en te delen met nieuwelingen. 
  • De uitwisseling tussen de verschillende folkloregroepen wordt bevorderd. 
  • Er worden video’s gemaakt over hoe bijvoorbeeld de kanten kappen opgemaakt worden.  
  • De traditionele folkloredansgroepen worden gestimuleerd hun kennis vast te leggen en openbaar te maken. Dat gaat men doen door enkele inspirerende pilotprojecten te organiseren, waarbij folkloregroepen geholpen worden om bepaalde aspecten te verfilmen en digitaal vast te leggen. 
  • Er wordt advies gevraagd aan Netwerk Digitaal Erfgoed hoe de bronnen en de archieven van de dansgroepen op het gebied van de folklore in Nederland openbaar gemaakt kunnen worden. 
  • Regelmatig en intensiever overleg met de traditionele folkloristische groepen en de Nederlandse festivals om de mogelijkheden te bespreken voor meer samenwerking om de folkloredans in Nederland uit te dragen. 
  • De samenwerking met de Nederlandse Kostuum Vereniging en de Koningin Wilhelmina Klederdracht Stichting wordt geïntensiveerd om de kennis over de kostuums te borgen. 
  • Bij optredens zal aan het publiek, met name aan jongeren, gevraagd worden wat zij van de uitvoering vonden om hun tips of ideeën meenemen. 
  • Men gaat meer jongeren interesseren voor folkloredans onder andere via de dansopleidingen, zodat het niveau omhoog gebracht kan worden. 
  • Er wordt een keurmerk ingesteld voor de aantrekkelijkheid van de dans (snelheid, dynamiek), zodat festivals de kans krijgen om goede groepen te contracteren. 
  • Er wordt contact gelegd met lerarenopleidingen, om uiteindelijk gastlessen te kunnen geven over levende folkloredansen. 
  • Er wordt lesmateriaal ontwikkeld voor gebruik op basisscholen en/of spreekbeurten. 

Contact

Stichting Levende Folklore
Vrugginklanden 4
7542XK Enschede
Overijssel
Nederland
Website