Beschrijving

Het ambacht van vlechten is een constructietechniek waarbij de vlechter met weinig gereedschap en zijn of haar beide handen vlechtwerk doet ontstaan volgens eeuwenoude technieken. Het ambacht is nog altijd gericht op het vervaardigen van gebruiksvoorwerpen en nuttige producten, zoals manden. Er worden daarnaast ook luxe producten en kunstwerken gemaakt. Vlechten gebeurt met wilgentenen, biezen, stro, verschillende grassoorten, bramentwijgen en andere flexibele twijgen uit Nederland. Er wordt ook gevlochten met rotan, materiaal dat aanvankelijk als ballast uit Nederlands-Indië kwam. Er zijn diverse vlechttechnieken, soms aangepast aan het materiaal. Er zijn drie hoofdtechnieken: 1. staak en inslagtechniek (vergelijkbaar met weven), 2. plaitingtechniek (uit platvlechtwerk worden ruimtelijke vormen gecreëerd), 3. bindtechniek (het omwikkelen van op zich weinig fraai materiaal met mooi materiaal). Het ambacht omvat behalve het daadwerkelijk vlechten van gebruiksvoorwerpen ook het kweken van wilgenteen en de bewerking van teen: het drogen, weken en eventueel kloven en schaven.

Beoefenaars en betrokkenen

De vlechtgemeenschap bestaat uit hobbyisten en professionals die geïnteresseerd zijn in het ambacht en de traditionele technieken. Consumenten hebben belangstelling voor vlechtwerk als gebruiksvoorwerp en dikwijls ook omdat het met een traditie te maken heeft. De Vereniging van Vlechters (2004) telt ongeveer tweehonderdvijftig leden. Veel leden zijn betrokken bij het doorgeven van het ambacht aan de volgende generatie. Zij geven cursussen en demonstraties.

Geschiedenis en ontwikkeling

De techniek van het vlechten moet zeer oud zijn. In 1978 werd in Bergschenhoek een gevlochten visfuik opgegraven die stamt uit circa 4300 voor Christus. Het Meisje van Yde, een mummie in het Drents Museum, moet rond het begin van onze jaartelling met het gevlochten bandje om haar nek zijn gewurgd. Halverwege de negentiende eeuw was het vlechten met wilgentenen een belangrijke huisindustrie geworden. Doordat er een tekort aan wilgentenen kwam, ging men over op andere materialen, zoals rotan. Aan het eind van de negentiende eeuw ontstonden er met name rond Noordwolde werkplaatsen van stoelenvlechters. Notabelen uit Noordwolde begonnen onderzoek te doen naar betere vlechttechnieken. Op hun initiatief werd in 1908 de Rijksrietvlechtschool geopend. In de jaren zestig moest de school wegens gebrek aan leerlingen opgeheven worden. Op 28 april 2001 opende het Nationaal Vlechtmuseum zijn deuren in het voormalige schoolgebouw. Een voorname taak van het museum is het in stand houden van het vlechten als ambacht. Sinds 2003 is het Kenniscentrum Vlechten een belangrijk onderdeel van het museum. Het organiseert onder andere om de paar jaar de Nationale Vlechtdagen. In de vorige eeuw verdween de beroepsvlechter vrijwel geheel van het toneel. Sommige (beroeps)vlechters gingen nieuwe technieken toepassen en in samenwerking met ontwerpers en kunstenaars geheel nieuwe producten maken. Er worden nu bijvoorbeeld doodsmanden gemaakt. Er is de laatste jaren ook veel aandacht voor het duurzame karakter van het ambacht.

Contact

Vereniging van Vlechters
Rietstraat 27
5662 RB Geldrop
Website