De Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland bevat immaterieel erfgoed waarvan de erfgoedgemeenschap, groep of individu een borgingsplan heeft geschreven om het erfgoed toekomst te geven. Dat plan is getoetst door een onafhankelijke Toetsingscommissie. De erfgoedzorg wordt elke twee jaar geëvalueerd.

Beschrijving

De traditie van het vertellen van anansiverhalen leeft sterk in het Caribisch gebied en West-Afrika. Via Suriname en de Antillen is de spin in Nederland bekend geraakt. De verhalen gaan niet echt over een spin, maar over de mens in het algemeen. Anansi is een sterke, archetypische figuur, die allerlei rollen kan aannemen. Binnen de verteltraditie bestaan grote verschillen. Hij kan bijvoorbeeld zeer egoïstisch zijn, een slimme schurk, lui, moedig, ondeugend, maar ook eerlijk. Hij verenigt goed en kwaad en heeft bovendien een lijntje met het goddelijke, want hij kan via een gesponnen draad van de aarde naar de hemel reizen. De verhalen liggen niet vast. Er kan ieder moment een nieuw verhaal ontstaan. De wisselwerking met andere culturele uitingen (zoals muziek, theater en televisie) voedt nieuwe verhalen.

Er bestaan min of meer vaste karakters rond de spin, zoals zijn vrouw Akuba en zijn tegenstander Tigri (tijger). De vernederlandsing bracht met zich mee dat de zwarte kant van Anansi nogal werd afgevlakt. Hij werd meer een sympathieke deugniet. Met de plaatsing van de Anansiboom in het Nederlands Openluchtmuseum, waar vertellers met een Afro-Caribische achtergrond Anansi tot leven brengen, krijgt hij de kans om zijn oorspronkelijke karakter te tonen. Het past wel in de traditie dat de spin de ‘kleur’ krijgt van de omgeving waarin de verhalen worden verteld. Anansiverhalen worden verteld in huiselijke sfeer, hoewel ze in Nederland het meest in geschreven vorm worden gebruikt. In de streken waar Anansi vandaan komt, vertelt men deze verhalen bij begrafenissen, verjaardagen, op scholen of in het theater. Hoewel de verhalen leuk zijn om te lezen, zijn ze op hun best als ze verteld worden.

Beoefenaars en betrokkenen

De Anansi verteltraditie is van iedereen, maar vooral van mensen met een Afro-Caribische achtergrond. Wijnand Stomp, verhalenverteller, en Jean Hellwig, documentairemaker, producent en antropoloog, droegen de traditie voor de inventaris voor. Zij zijn ook de initiatiefnemers van de Anansiboom in het Openluchtmuseum. De voordracht is ondersteund voor vertellers uit het Caribisch gebied, Suriname en Ghana. Kinderen kunnen enorm genieten van de verhalen, waarin vaak veel humor zit.

Geschiedenis en ontwikkeling

De Anansiverhalen zijn ontstaan in West-Afrika, bij de Akan. In hun taal is anansi het woord voor spin. De oorsprong van deze orale traditie is niet vast te stellen. Zeker is dat de verhalen bij het begin van de intercontinentale slavenhandel in de zeventiende eeuw al bestonden. Via de slaventransporten verspreidde de traditie zich van West-Afrika naar het Caribisch gebied en naar Noord- en Zuid-Amerika. Oorspronkelijk was Anansi een godheid, een schepper. Met een lange, gesponnen draad betrad hij de aarde en werd vervolgens steeds menselijker en met de tijd meer een schelmenfiguur, een lachspiegel voor de luisteraar.

Verhalen vertellen was enorm belangrijk bij tot slaaf gemaakten, die vaak niet mochten zingen of dansen. Via zwarte kindermeisjes deed Anansi zijn intrede in blanke gezinnen. Met de komst van Surinamers, Ghanezen en Antillianen na de Tweede Wereldoorlog deed Anansi zijn intrede in Nederland. Er werden veel (kinder)boeken uitgebracht over Anansi en de NOT wijdde er een schooltelevisie-uitzending aan. Daarna taande de interesse weer, maar intussen was Anansi wel een onderdeel van de Nederlandse cultuur geworden. Op vele basisscholen worden Anansiverhalen verteld. Tegenwoordig is Anansi ook een hedendaagse figuur, die gerust in een Boeing 747 kan zitten of een smartphone hebben. Ook gaat hij op inburgeringscursus naar de Albert Cuypmarkt in Amsterdam, zo dynamisch is deze orale traditie.

Borgingsacties

2021-2024

  • Mensen erop blijven wijzen wat de geschiedenis en het aanpassingsvermogen van Anansi is.
  • Doorgaan met theater, filmpjes op sociale media, nieuwe verhalen maken.
  • Ondersteunen van andere makers/ kunstenaars die iets willen doen met een nieuwe vorm van een Anansiverhaal.
  • Meewerken aan interviews voor radio, tv en andere media.
  • Conferentie op Curacao over de geschiedenis en de toekomst van Anansi: hoe ontwikkelt Anansi zich?
  • (Nieuwe) Anansiboom vertellers in Arnhem blijven trainen.
  • Jongerengroep Story Comedy Club in theater Elswout in Overveen (Huisje van Anansi) voortzetten met trainen.
  • Samen met kunstenaar uit de Bijlmer voor tentoonstelling over Anansi in een cultuurcentrum in Zuidoost.
  • Blijven doorgaan met meewerken aan aanvragen voor onderzoek e.d.
  • Blijven doorgaan met samenwerkingen: NOM, musea, universiteiten, kunstenaars enz.
  • Grote Wens: Anansifestival.
  • Doorgaan met de Anansiplekken (Huisje en Boom van Anansi), vooral in periode van corona en polarisatie.  Meehelpen met de wereld kleurrijk en divers te houden.
  • Betrokken volgen van de ontwikkelingvan Anansi en eventueel bijsturen als dat nodig is, door uitleg en informatie te bieden.
  • Doorgaan met schoolvoorstellingen via de Schrijverscentrale.

2016-2020

  • Vertellers opleiden om Anansi verhalen te vertellen onder de Anansiboom in het Nederlands Openluchtmuseum.
  • Wereldwijd vertelworkshops en trainingen geven. 
  • Samenwerken met de Caribische eilanden in borging. 
  • Anansiverhalen vertellen in combinatie met theater.
  • Anansiverhalen vertellen door middel van filmproducties.
  • Eigentijdse aanpassingen maken van de verhalen en verschijningsvormen.
  • Nieuwe verhalen blijven maken en presenteren.
  • Opleiden van verhalenvertellers met de nadruk op het zelf verhalen maken. 
  • Benadrukken dat de kern van Anansi zijn aanpassingsvermogen is. 

Contact

Stichting Kalebas
Tulpenkade 2
2015AA
Haarlem
Website