Beschrijving

In de Oosterschelde ter hoogte van Bergen op Zoom liggen zandplaten die een aantrekkelijke paaiplaats zijn voor vissen zoals de ansjovis. In deze zandplaten worden weren, weervisserijen of visserijen gestoken.

Een weer bestaat uit twee rijen (vleuken) van houten takken van 800 tot 1.000 meter lang die in een V-vorm zijn gestoken. Ze eindigen in een fuik die precies in de watergeul van het bij eb weglopende zeewater staat. Het weerhout is doorgaans eik, wilg, beuk of es.

Vanwege het grote getijdenverschil kan men bij laag water wadend het fuikgat bereiken. De vis, die bij hoog water de ondiepe delen van de Oosterschelde opzoekt, komt binnen het houtwerk van de weer terecht. Als de vis aan het einde van het hoge water probeert het diepere water te bereiken stuit hij op het staketsel. De meeste vissoorten kunnen gemakkelijk tussen de takken door zwemmen, maar het staketsel schrikt de ansjovis af. Die zwemmt steeds verder de weer in, tot ze bij het fuikgat komen. De hartvormige ruimte voor het fuikgat wordt weerkamer genoemd. Voor het fuikgat plaatst men een fuik, waarna de vissers met een waadpak te voet de weer ingaan. Met een drijfnet wordt de vis vanaf de achterzijde van de weerkamer naar het fuikgat gedreven.

In de periode eind april tot medio juli varen de vissers twee maal per etmaal uit voor de ansjovisvangst die een uur voor laagwater plaatsvindt. Na het seizoen worden de netten verwijderd om schade te voorkomen. Herfststormen, paalworm en ijs brengen het weerhout in de winter veel schade toe. Daarna worden afgebroken en verdwenen staken vervangen. Een deel van de ansjovisvangst wordt ingezouten en als filetjes in potjes verkocht.

 

Beoefenaars en betrokkenen

Weervisser van Dort uit Bergen op Zoom is de laatste visser die professioneel actief is. Hij wordt daarbij ondersteund door Stichting Behoud Weervisserij. Er is een groep van zo'n 30 vrijwilligers, die weer financieel ondersteund worden door de Vrienden van de Weervisserij, een groep van zo'n 75 mensen.

De Stichting Bezichtiging Monumenten (in 1995 opgericht) verzorgt sinds 2012 met een drietal gidsen uitleg over de Weervisserij en het gebied aan de deelnemers van vaartochten.

Brabants Landschap en Gemeente Bergen op Zoom wijzen jaarlijks houtwallen aan waar in de winter hout gekapt kan worden voor het onderhoud en herstel van de weren in het vroege voorjaar.

Geschiedenis en ontwikkeling

De oudste vermelding van de Weervisserij dateert uit 1673 bij de oprichting van het Vissersgilde van Bergen op Zoom. De ansjovis was de belangrijkste vissoort die daarbij gevangen werd en door de kwaliteit en verwerking (zouten) werd deze een begrip.

In de 17e en 18e eeuw werden de weren voor de duur van zeven jaren verpacht. In de 19e eeuw vond de toewijzing van een weer door loting plaats en vanaf 1877 was weer sprake van openbare veiling, in eerste instantie voor een periode van 14 jaar en vanaf 1890 voor perioden van drie jaar. Vanaf 1940 worden de weren via een soort erfpacht uitgegeven. Pas als de pachter zijn pacht opzegt, wordt de weer opnieuw uitgegeven. Tot WOII zijn er 25 weervisserijen in gebruik geweest.

In essentie is de vangstmethode van de Weervisserij niet veranderd.

Het materiaal en de techniek zijn in de loop der eeuwen wel ontwikkeld. De houten zeilschepen zijn na WOII vervangen door ijzeren motorschepen en later door aluminium. De staken die tot WOII met een grondboor werden gestoken worden nu met behulp van een waterspuit met compressor gestoken. De weerkamer is niet meer van weerhout gemaakt, maar van netten. De uitvinding van nylon zorgde er bovendien voor dat de netten maanden in het water kunnen blijven zonder kapot te gaan.

Door de aanleg van de Oesterdam in 1986 is het areaal visgronden drastisch verminderd en deed vele vissers besluiten te stoppen. Het aantal van 25 weervissers zakte sinds de jaren zestig geleidelijk naar drie weervissers in 1987. In 1993 en 2005 stoppen nog twee weervissers. Sinds die tijd bevist 

Contact

Stichting Behoud Weervisserij
bouwmanlaan 4
4614ah bergen op zoom
Noord-Brabant
Nederland
Website