Beschrijving

Valkerij is de jacht met slechtvalken en haviken. De band tussen de valkenier en zijn vogel is heel sterk. De training is gericht op conditie, jachttechniek en terugkomen naar de handschoen van de valkenier. In Nederland jagen valkeniers met gefokte slechtvalken en haviken. Er zijn twee hoofdvormen in de valkerij: de hoge en de lage vlucht. Bij de hoge vlucht wordt een slechtvalk als aanwachter gevlogen, dat wil zeggen dat de vogel hoog boven de valkenier en een jachthond blijft wachten tot het wild wordt opgejaagd. Bij de lage vlucht vliegt de havik of slechtvalk vanaf de arm van de valkenier direct op zijn prooi af. Bij beide jachtvormen gaat het vooral om de schoonheid van de vlucht, de buit is noodzakelijk voor de motivatie en ervaring van de jachtvogel. De prooien worden meestal gebruikt als beloning en als aas voor de vogel, in een enkel geval ook voor menselijke consumptie. Valkeniers gebruiken specifieke hulpmiddelen, ook wel ‘fournituren’ genoemd, zoals de huif, het kapje dat de vogel het zicht ontneemt en de loer, de kunstprooi die aan een lijn rondgedraaid wordt om de vogel terug te roepen. Hiermee is ook een specifiek taalgebruik ontstaan.

Beoefenaars en betrokkenen

Drie valkerijverenigingen, het Valkeniersverbond Adriaan Mollen, Valkerij Equipage Jacoba van Beieren en de Orde der Nederlandse Valkeniers, hebben zich verenigd in een overkoepelende stichting Nationaal Overleg Valkerij Organisaties, kortweg NOVO, gevestigd in Venhorst. Bij elkaar opgeteld hebben zij ongeveer tweehonderd leden. In Valkenswaard is sinds 1986 ook gevestigd het Valkerij- en Sigarenmakerijmuseum, hier wordt een beeld gegeven van de geschiedenis van de valkerij in de periode 1650-1855.

Geschiedenis en ontwikkeling

Al ten tijde van Karel de Grote, die op het Valkhof in Nijmegen kwam en overleed in 814, werd de valkerij op het grondgebied van het huidige Nederland bedreven. De jacht en de valkerij waren adellijke activiteiten. Het hertogdom Brabant lag op de trekroute van de slechtvalk. In plaatsen als Leende en Valkenswaard ontwikkelde de valkerij zich vanaf de zestiende eeuw. De streek was door de uitgestrekte heidevelden heel geschikt voor de vangst van jachtvogels. Die kregen een training en werden daarna verkocht in heel Europa. Valkeniers uit Valkenswaard en omgeving gingen equipages leiden en vonden emplooi bij alle grote vorstenhuizen in Europa. Na de Franse Revolutie verdween de valkerij bijna geheel. In het midden van de negentiende eeuw beleefde de valkerij nog een opleving onder leiding van prins Alexander, broer van koning Willem III. Hij werkte met Nederlandse valkeniers als Jan Bots en Adriaan Mollen. Niettemin stierf in 1935 de laatste professionele valkenvanger in Nederland, Karel Mollen. Kort na zijn overlijden richtte een aantal mensen het Nederlands Valkeniersverbond ‘Adriaan Mollen’ op. Ze wilden de Nederlandse valkerij nieuw leven inblazen. Hun missie slaagde en er werden in de twintigste eeuw meer verenigingen opgericht. Het aantal valkeniers nam toe, maar ze waren niet meer beroepsmatig met de valkerij bezig. Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw kwam de valkerij onder druk te staan. Roofvogels werden toen in de natuur ernstig bedreigd. De maatschappelijke discussie over jacht heeft zijn weerslag op de populariteit van de valkerij.

Contact

Nationaal Overleg Valkerij Organisaties
Höhenweg 10
69250 Schönau
Duitsland
Website