Beschrijving

Een duif kan aan wedstrijden meedoen als hij goed getraind is. De training start, als de jonge duif zelfstandig kan vliegen, door verkenning van de directe omgeving die steeds verder weg voert van het hok, tot er steeds grotere afstanden gevlogen worden. De duiven kunnen dan tussen ongeveer maart en september meedoen aan speciaal georganiseerde wedstrijden, waarbij ze weggebracht worden naar een start plek en daar allemaal tegelijk losgelaten. De afstand varieert van 25 tot soms wel 1200 km. Het vervoer van de duiven vindt plaats in speciale vrachtwagens die ingericht zijn voor duiven, met voer en water toevoer en goede ventilatie. De duiven worden tijdens een wedstrijd door middel van een chip in hun ring on-line gevolgd. De duif die het snelst weer in het eigen hok terug is, heeft gewonnen. Er kunnen ook met meerdere wedstrijden punten worden gehaald, waardoor er een competitie ontstaat. Er zijn competities op verschillende niveaus (vereniging, regionaal, afdeling, landelijk).
Als er geen vluchten georganiseerd kunnen worden, in de maanden oktober t/m februari, worden door veel verenigingen tentoonstellingen gehouden. De duiven worden beoordeeld door speciaal opgeleide keurmeesters. De mooiste duif wint een prijs.

Beoefenaars en betrokkenen

De Nederlandse Postduivenhouders Organisatie is een overkoepelende organisatie die de belangen van postduivenhouders behartigt. De organisatie heeft elf afdelingen over heel Nederland verspreid. Zo'n 19.000 duivenliefhebbers, in ruim 700 verenigingen, in 11 afdelingen, zijn bezig met hun sport. Daarnaast zijn er o.a. vervoerders en wedstrijd-officials betrokken bij de duivensport, evenals dierenartsen en voermakers en -mengers.

Geschiedenis en ontwikkeling

De postduivenhobby waarbij men wedstrijden ging houden, is tussen 1815 en 1825 in België ontstaan. Vanuit België verspreidde de hobby zich over Europa en ook in Nederland werd het houden van duiven populair. In de Tweede Wereldoorlog werd het houden van postduiven door de Duitse bezetter verboden. De postduif werd door het leger en het verzet namelijk gebruikt om te communiceren. Na de oorlog was het juist weer een bezigheid waar heel veel Nederlanders hun heil in vonden. Met name in de volksbuurten hield eigenlijk iedereen zich bezig met de sport. In 1947 werd ook de nationale organisatie opgericht, de Nederlandse Postduivenhoudersorganisatie. Na de oorlog waren er meer dan 100.000 mensen die de hobby beoefenden. 20 jaar geleden waren dat er nog 60.000. Waar de duivensport vroeger een echte volkssport was, wordt tegenwoordig de hobby beoefend in alle lagen van de bevolking.

Van oudsher worden kregen duiven voor een wedstrijd een gummi ring om, die bij binnenkomst zo snel mogelijk afgedaan werd en geklokt om de tijd te bepalen. Sinds iets meer dan 15 jaar wordt nu meestal gebruik gemaakt van chips en een digitale klok. De duif krijgt een ring met chip om de poot. Bij het hok ligt een antenne die verbonden is met een digitaal systeem. Loopt de duif over de antennne, dan registreert de klok dat de duif thuis is.
Op dit moment zijn de ontwikkelingen al zo ver, dat het mogelijk is de thuiskomst van de duiven, online te volgen.

Vroeger was het heel gewoon om vluchten te organiseren met postduiven, tegenwoordig wordt wedstrijdsport met dieren door sommigen met argusogen bekeken. Welzijn van dieren is belangrijker geworden. De postduivensport is zich daarom ook meer bezig gaan houden met het welzijn van de duiven. Er is een wetenschappelijke commissie die bekijkt wat duiven wel en niet aankunnen.

Contact

Nederlandse Postduivenhouders Organisatie
Papendallaan 60
6816 VD Arnhem
Gelderland
Website