Beschrijving

Papierscheppen is het maken van papier van pulp. Dat kan van oud papier of van iedere plant of boom, als het maar vezels heeft. De vezels worden kleingescheurd, -gesneden of -gesnipperd en in water geweekt tot het een papje is. In een schepkuip wordt het mengsel (1 à 2% vezels, de rest water) gelijkmatig verdeeld. De papierschepper haalt een zeef met een losse rand (het schepraam) door de kuip heen tot boven het wateroppervlak. De pulp blijft in de zeef achter. Als het meeste water eruit gelopen is, wordt de zeef met een drukkende beweging omgedraaid op een vochtige vilten doek (koetsen). Op dit vel in wording wordt een vilten doek gelegd, waarop weer een vers geschept vel kan komen. Als er zo een stapel is ontstaan, wordt deze geperst tot al het water eruit is. Vervolgens worden de vellen te drogen gehangen aan lijnen. Als ze droog zijn, worden ze nog minimaal één dag geperst en dan kan het papier een nabehandeling krijgen, zoals een coating (een lijmlaagje zodat er met inkt op geschreven kan worden) of een kleur.

Beoefenaars en betrokkenen

Er zijn in Nederland nog enkele mensen die op professionele wijze papier met de hand kunnen vervaardigen. Het papierscheppen zoals Leo Hoegen het beoefent, is te zien in zijn ‘ambachtelijk atelier voor papierscheppen, boekdrukkunst & boekbinden’. Leo Hoegen geeft workshops. Wie zich meer uitgebreid wil bekwamen, kan bij hem de basiscursus en de vervolgcursus papierscheppen en boekbinden volgen.

Geschiedenis en ontwikkeling

In China is de procedure voor het maken van papier aan het begin van de tweede eeuw ontwikkeld. Belangrijke grondstoffen waren hennep, de bast van de moerbeiboom, zijdeafval en vezels van bamboeriet. Arabieren leerden van Chinese gevangenen in de achtste eeuw papier maken. In Europa is het papierscheppen bekend sinds het einde van de twaalfde eeuw. Voor zover bekend stond in 1405 de eerste papiermolen in de Zuidelijke Nederlanden. Na de val van Antwerpen in 1585 trok een aantal papierscheppers noordwaarts. Spoedig ontstonden er twee centra in het Noorden waar papier gemaakt werd: de kop van Noord-Holland en de Veluwe, waar snelstromende beken en sprengen zorgden voor water en voor aandrijfkracht voor de watermolens waar de grondstoffen voor het papier, met name vodden, werden bewerkt. Voddenmannen kochten in dorpen en steden lompen op om ze door te verkopen aan papiermolens. Rond 1800 kwamen de papiermachines in gebruik. Bij zo’n machine werd het papier gemaakt met grote rollen.

In de negentiende eeuw werd er steeds meer papier machinaal vervaardigd. Vanaf circa 1850 werd er papier gemaakt van plantaardige grondstoffen, zoals stro en hout. Door de mechanisatie, met de daarmee gepaard gaande hogere snelheden van fabricage, en door het gebruik van goedkopere grondstoffen werd het papier veel goedkoper en daarmee toegankelijk voor meer doeleinden. Naast machinaal vervaardigd papier werd er nog handgeschept papier gemaakt. Dit papier, gemaakt van lompen, werd gebruikt voor meer officiële doeleinden. Rond 1920 sloten in de papierfabrieken de laatste afdelingen voor handgeschept papier.

Contact

De Papierderij
Sweder van Zuylenweg 32
3553 HG Utrecht Utrecht
Website