Beschrijving

Het pijporgel is een zeer oud muziekinstrument dat én voor de orgelbouwer én door de orgelbespeler tot leven wordt gewekt. In Nederland en daarbuiten zijn vele orgels ambachtelijk gebouwd.  Zowel professionals als amateurs bespelen zeer veel pijporgels in Nederland. Uiteraard zijn in het heden en verleden componisten aan het werk geweest dat speelbare orgelmuziek heeft opgeleverd. Deze orgelkunst dient niet verloren te gaan en dient aan volgende generaties te worden doorgegeven.

Met name de Brabants Orgelfederatie beijvert zich de orgelkunst in de provincie Brabant te inventariseren, te promoten, te begeleiden, te behouden en door te geven.  Zij doet dit middels organisatie van a. van een informatie- en documentatiecentrum,  b. studiedagen en masterclasses, c. organisatie van excursies naar Brabantse orgels, d. belangenbehartiging voor de aangesloten leden (orgelbouwers, eigenaren van orgels, organisten, componisten). 

Beoefenaars en betrokkenen

Orgelbouwers, organisten, componisten en vele organisaties die zich bezig houden met de creatie, het behoud en het onderhoud van het pijporgel.

Geschiedenis en ontwikkeling

Vanaf de 3e eeuw v. Chr. komt het waterorgel (organum) als muziekinstrument voor. Het zou een uitvinding zijn van een Griekse werktuigkundige Ktesibios. Belangrijke functies voor een orgel waren en zijn de windtoevoer, regeerwerk en pijpwerk. Bekend is een Romeins waterorgel dat in 1931 in Budapest is gevonden. Met de neergang daarvan verdwenen ook de orgels maar niet in het Byzanitum. 

Rond 700-800 komt het pijporgel weer in West-Europa tevoorschijn. Rond 1300 wordt het orgel ondanks tegenstand gebruik in kerken. In het begin van de Renaissance tijd waren er organisten maar nog geen zelfstandige composities. De organisten speelden ter ondersteuning van de rijkelijk gecomponeerde vocale geestelijke muziek. Meestal gebruikten de organisten een Gregoriaans thema en omspeelde deze melodie met een tweede bovenstem. Via bewerkingen (Intavolierungen) van vocale muziek bespeelde de organist aanvankelijk het pijporgel solo. Vanaf de 12e eeuw ontstaan ook zelfstandige orgelwerken, ( Conrad Paumann & Johannes Buchner). Een bundel (Buxheimer Orgelboek) uit 1470 geeft een verzameling van 258 orgelwerken via Intavolierungen en 27 vrije orgelwerken.

Veel Renaissance componisten gingen naast vocale werken ook werken voor orgel solo componeren. Met de invoering van de generaal bas, begin 17 e eeuw - verdwijnt de kunst van Intavolierung en komen de zelfstandige orgelwerken tot stand. Zowel het pijporgel, de organisten als de orgelmuziek gaan vanaf die tijd met de enorme ontwikkeling van de tijd (Barok, Romantiek, via industriële tijdperk en elektriciteit naar avant-garde, modernen) en vooral de steeds veranderende muziekstromingen en muziekinzichten mee, waardoor een enorme variëteit aan orgelbouwkunst, orgelmuziek en organisten ontstaat die in een symbiose heden ten dage met elkaar werken.

Contact

Brabantse Orgelfederatie
van den Berghstraat 15
5831 GP Boxmeer
Brabant