Reflectie op Inventarisatiemethodieken

In 2022 wordt de tweehonderdste vorm van immaterieel erfgoed bijgeschreven in de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland. Een mijlpaal die ook verbonden is met uitdagingen voor het Kenniscentrum. Hoe kan het grote en steeds groeiende aantal immaterieel erfgoedgemeenschappen die verbonden zijn aan de Inventaris goed begeleid worden? Ook is deze mijlpaal een goed moment om te reflecteren op de inventarisatiemethodieken van het Kenniscentrum: Hoe werkt de Inventaris als borgingsmiddel in de praktijk?

Sinds de start van het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland in 2012 - volgend jaar tien jaar geleden! -  is er veel veranderd in de inventarisatiemethodieken. Naast de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland zijn er een Netwerk Immaterieel Erfgoed (een laagdrempelige manier om al het immaterieel erfgoed in Nederland zichtbaar te maken) en een Register van Inspirerende Voorbeelden van Borging bij gekomenBovendien is er een methodiek ontwikkeld om de borgingsacties uit het borgingsplan te evalueren. Ook is er steeds meer, al dan nog geen structurele, aandacht voor de impact die het inventariseren heeft. 

Vanuit het perspectief van het Kenniscentrum is uitwisseling van kennis tussen de erfgoedgemeenschappen onder elkaar één van de gewenste effecten  van de Inventaris: erfgoedgemeenschappen wisselen met elkaar uit over hun ervaringen rond de borging van hun erfgoed. De Inventaris vormt hierbij duidelijk een middel om immaterieel erfgoed te borgen, en is geen doel op zich. Maar welke impact heeft de Inventaris verder nog?  

In de komende beleidsperiode zullen we – in nauwe samenwerking met Team Erfgoedzorg – reflecteren op onze manieren van inventariseren en van evalueren en op de effecten ervan.Het doel is om tot effectievere manieren van inventariseren en evalueren te komen.  Om de beoefening en borging van immaterieel erfgoed effectief te ondersteunen, is het noodzakelijk om te reflecteren op onze eigen inventarisatiemethodieken 

Bij het onderzoek naar de effecten van bijschrijving in de Inventaris, kijken we ook naar waarde-toekenningen die verbonden worden aan immaterieel erfgoed. De eerste vraag die we zullen beantwoorden is: wat wordt met de begrippen waardes’ en ‘waardering’ eigenlijk bedoeld? In een volgende stap vragen we: maakt de Inventaris bepaalde bestaande waardes (bijvoorbeeld economische, maatschappelijke, …) extra duidelijk? Of schept de Inventaris waardes? Bij de beantwoording van deze vragen vergelijken we de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland en werkwijze van het Kenniscentrum met het Europese immaterieel erfgoedveld.   

 

Thema’s  

In de beleidsperiode 2021-2024 staan de volgende thema’s centraal:

Evaluaties borgingsplan

Tijdens het onderzoek naar de inventarisatiemethodieken wordt er gekeken naar de evaluaties van de borgingsplannenImmaterieel erfgoedgemeenschappen, groepen en individuen met immaterieel erfgoed in de Inventaris, evalueren iedere drie jaar hoe het gaat met de borging. Uit een eerste verkenning naar wat UNESCO vraagt over het evalueren van borgingsacties, valt op dat het onmiskenbaar samenhangt met het updaten van de Inventaris, die immers borgen tot doel heeft. Wat in Nederland met 'evaluaties' wordt aangeduid, wordt in UNESCO-termen uitgedrukt met 'updates'. 'Update' suggereert een stand van zaken, waarbij de dynamiek van het immaterieel erfgoed centraal staat. 

Dit is ook het doel van het evalueren van de borgingsplannen: het helpt in het actueel houden van borgingsplannen en het stimuleert erfgoedgemeenschappen doorlopend na te denken over borgingsacties.  

Het evalueren of updaten is dus onderdeel van de werking van de Inventaris en moet ook als zodanig behandeld worden. Eén van de uitdagingen op dit gebied is de beheersbaarheid van het aantal bijschrijvingen in het Netwerk en de Inventaris. Een groeiende Inventaris, betekent ook een groeiend aantal evaluaties. 

‘Update’ suggereert een stand van zaken, waarbij de dynamiek van het immaterieel erfgoed centraal staat.

De hoofdvraag binnen dit onderzoeksgebied is: hoe kunnen borgingsplannen effectief geëvalueerd worden? Waarbij het versterken van erfgoedgemeenschappen bij de borging van hun erfgoed het primaire doel is.  

Binnen dit onderzoek wordt er een internationaal vergelijkend onderzoek gedaan onder collega’s in Europa: hoe wordt er in andere landen geëvalueerd? Waar ligt de nadruk bij deze evaluaties? En hoe kan dit een inspiratie zijn voor Nederland, ook gezien het hoge aantal evaluaties dat het Kenniscentrum moet verwerken.  

Er komt veel informatie uit de borgingsplannen en de evaluaties hiervan. Erfgoedgemeenschappen reflecteren namelijk op de uitdagingen die zij drie jaar eerder hebben geïdentificeerd en op de borgingsacties en doelen die zij bedacht hebben. Met elke nieuwe ronde van evaluaties worden dus de ontwikkelingen binnen een bepaalde vorm van immaterieel erfgoed beschreven. In de toekomst laten deze evaluatieformulieren de dynamiek van immaterieel erfgoed en borging  zien, doordat er een lijn ontstaat van uitdagingen en bijhorende borgingsacties door de tijd heen. Hieruit ontstaat de volgende subvraag: hoe kan de kennis uit de evaluaties op een ethisch verantwoorde manier worden opgeslagen en doorzoekbaar gemaakt worden voor belangstellenden? 

Bij het Kenniscentrum wordt gewerkt met digitale formulieren in de website. Elk formulier ‘hangt’ aan de pagina van de betreffende immaterieel erfgoedbeoefenaar. Een overzichtelijk en inzichtelijk systeem om de uitkomsten van de borgingsplannen en evaluaties in te kunnen zien en makkelijk te vergelijken, is er echter niet. Een onderzoek naar een datasysteem, waarin gegevens en metadata op een toepasselijke en ethisch verantwoorde manier opgeslagen staan, is daarom nodig. Dit datasysteem kan dan worden gebruikt door onderzoekers én erfgoedgemeenschappen. Dit past ook binnen de richtlijnen van de Operational Directives van UNESCO waarin wordt aangegeven dat informatie en kennis, die kunnen bijdragen aan onderzoek naar immaterieel erfgoed, via databases of managementsystemen toegankelijk moet zijn (Artikel 123 OD).    

Waardes

Tijdens de cursus ‘Bouwen aan een Borgingsplan’ werken de immaterieel erfgoed beoefenaren aan een plan waarin zij onder andere de kernwaarden van het immaterieel erfgoed omschrijvenMet ‘kernwaarden’ bedoelt het Kenniscentrum het hart van het erfgoed: wat is voor jou als beoefenaar het belangrijkste om door te geven aan een volgende generatie? In veel gevallen wordt onderling contact en sociale cohesie genoemd. De kernwaardes lijken stabieler dan de kernonderdelen van immaterieel erfgoed, die juist dynamisch moeten zijn en meebewegen met een veranderende maatschappij. Het concept ‘kernwaardes’ roept echter ook vragen op: Wat zijn precies kernwaardesHoe kan bij het borgen van immaterieel erfgoed het beste rekening gehouden worden met de kernwaardes? En welke andere waardes hangen nog meer samen met immaterieel erfgoed?   

Twee waardes die relevant zijn om nader te onderzoeken zijn de economische en maatschappelijke waarde van immaterieel erfgoed. Hoe ga je om met enerzijds de waarschuwing van UNESCO om niet te commercialiseren en anderzijds de praktijk waarin de economische waarde juist belangrijk is voor de erfgoedgemeenschappen en anderen? Voor veel erfgoedgemeenschappen is de commerciële waarde een kans en soms een voorwaarde om te kunnen borgen. Dit laatste geldt voornamelijk voor ambachten. Het aantonen van (economische) netwerken kan erfgoedgemeenschappen (lokaal) versterken, en tegelijkertijd beleidsmakers bewust laten worden van het belang van immaterieel erfgoed. Denk hierbij aan alle lokale ondernemers die betrokken zijn bij evenementen, waardoor er vaak een financieel voordeel is voor de erfgoedgemeenschappen, maar ook de ondernemers zelf profiteren.   

Ook het in kaart brengen van de maatschappelijke waardes rond immaterieel erfgoed kan de erfgoedgemeenschappen versterken. Welke maatschappelijke waardes spelen een rol bij de beoefening van immaterieel erfgoed? Hoe worden de maatschappelijke waardes van immaterieel erfgoed zichtbaar? Meer inzicht in deze zaken kan helpen bij het aanvragen van subsidies en in de samenwerking met overheden.  

De hoofdvraag binnen dit deelonderzoek is: hoe worden kern-, maatschappelijke, economische en andere waardes beleefd door erfgoedgemeenschappen en hoe hangen deze waardes samen?

Impact Inventaris

Zowel nationaal als internationaal ontbreken studies die de impact van inventariseringen beschrijven en monitoren. Dit soort onderzoek is echter nodig om inventariseringsmethodieken ten behoeve van de borging van immaterieel erfgoed te optimaliseren.  De centrale vraag hierbij is: hoe werkt de Inventaris als borgingsmiddel in de praktijk?  

Subvragen die hieruit voortkomen zijn: hoe beleven immaterieel erfgoedgemeenschappen de bijschrijving in de Inventaris? Wat betekent een bijschrijving in de Inventaris voor de beoefening van het erfgoed? Hoe werkt een digitale inventaris als borgingsmiddel? 

Wanneer immaterieel erfgoed wordt bijgeschreven in de Inventaris, wordt regelmatig het woord ‘erkenning’ in de mond genomen. In het Verdrag inzake de Bescherming van Immaterieel Cultureel Erfgoed van 2003 wordt bewust niet gesproken over erkenning of ‘Outstanding Universal Value’ – anders dan de Werelderfgoedlijst van 1972 is de OUV geen criterium. Echter: in de media en elders wordt er rijkelijk gestrooid met frases als ‘bloemencorso erkend als immaterieel erfgoed’. Hier wordt ‘erkend’ bedoeld als ‘goedgekeurd’ en ‘officieel’, terwijl het uitgangspunt van UNESCO is, dat immaterieel erfgoed alleen erkend kan worden door de erfgoedbeoefenaar.   

Als Kenniscentrum in Nederland benadrukken wij echter in onze communicatie dat een bijschrijving in de Inventaris geen erkenning betreft. Wij begrijpen immaterieel erfgoed al een culturele uitging die door een gemeenschap, groep of individu zelf als erfgoed wordt beleefd en de Inventaris draagt bij aan de borging en zichtbaarheid hiervan. De onafhankelijke toetsingscommissie toetst alleen of het borgingsplan voldoet aan de gestelde eisen. Immaterieel erfgoed dat niet in de Inventaris staat bijgeschreven, is net zo goed immaterieel erfgoed. Voor de immaterieel erfgoedbeoefenaren betekent de bijschrijving in de Inventaris vaak meer dan alleen zelferkenning: zij zijn trots op het immaterieel erfgoed en de erkenning van de Inventaris. Daarnaast kan het label ‘Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland’ deuren openen bij een gemeente of andere samenwerkingspartners.  Ook organiseren wij een ceremonie rond de bijschrijving, waarbij een certificaat wordt ondertekend en logo's worden uitgedeeld. Ter vergelijking met de Nederlandse situatie: in Vlaanderen en in Duitsland wordt ‘erkenning’ wel gebruikt in de communicatie rond immaterieel erfgoed.  

Erfgoedbeoefenaren zijn trots op het immaterieel erfgoed en de erkenning van de Inventaris. 

De vraag die hieruit voortkomt is hoe we in Nederland om kunnen gaan met de vragen rond ‘erkenning’. Houden we vast aan de huidige uitleg of kan de Inventaris als erkennende methodiek worden gezien? 

Clusters

Een vierde thematiek die we behandelen is clustervorming. In het verleden zijn clusters gevormd van erfgoedgemeenschappen om kennis uit te wisselen of om vormen van immaterieel erfgoed die nagenoeg hetzelfde zijn tegelijkertijd een borgingsplan te laten maken en vervolgens bij te schrijven in de Inventaris. Denk aan de bijschrijving van elf kortebaandraverijen tegelijkertijd. Bij de overwerging om clusters te vormen, speelt ook de beheersbaarheid en het management van de sterk groeiende Inventaris een rol. 

Wanneer we spreken over clusters, dan zijn er drie soorten: 

  • Praktische clusters – een groep erfgoedgemeenschappen van vergelijkbare vormen van immaterieel erfgoed volgt gezamenlijk de training Bouwen aan een Borgingsplan 
  • Visuele clusters  op de website www.immaterieelerfgoed.nl worden clusters ontwikkeld, waardoor de verbindingen tussen verschillende of dezelfde vormen van immaterieel erfgoed sneller zichtbaar worden. Denk hierbij aan alle corso's.  
  • Zelflerende clusters – deze vorm wordt nu veelal door erfgoedgemeenschappen zelf georganiseerd en draait om de uitwisseling van kennis en ervaringen.  

Hoe kunnen clusters bijdragen aan borging? Wat is er nodig om clusters te laten functioneren als een zelflerend netwerk? Rond welke thema's kunnen clusters worden gevormd en hoe blijven gevormde clusters toch dynamisch?  

 

Methodieken en resultaten  

Binnen dit onderzoeksgebied wordt internationaal vergelijkend onderzoek gedaan onder Europese immaterieel erfgoed professionals. Daarnaast worden er interviews afgenomen onder erfgoedgemeenschappen die zijn aangemeld in het Netwerk of bijgeschreven in de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland. 

De resultaten binnen dit onderzoeksgebied zullen in vorm van artikelen en conferenties gepresenteerd worden. Vanuit het onderzoek naar de impact van de Inventaris, worden ook een workshop en handreiking ontwikkeld rond het inventariseren van immaterieel erfgoed door erfgoedhuizen of andere partijen. Provinciale erfgoedhuizen zijn een potentiële samenwerkingspartner wanneer het gaat om regionaal inventariseren van immaterieel erfgoed en lokale borgingondersteuning. Dit hangt samen met het toenemende aantal bijschrijvingen in het Netwerk en in de Inventaris, dat steeds meer capaciteit vraagt van het Kenniscentrum. 

Tot slot wordt er binnen dit onderzoeksgebied gewerkt aan een manier om op een meer regelmatige basis internationaal kennis uit te wisselen. Hierbij wordt gedacht aan een ICH Residence and Exchange Programme, waarbij een immaterieel erfgoed expert een aantal dagen meeloopt en uitwisselt met de medewerkers van het Kenniscentrum.  

In het kort de planning voor de komende jaren: 

  • Evaluatie van het borgingsplan: 2021-2022
  • Impact van de Inventaris: start 2022 
  • Waardes rond immaterieel erfgoed: start 2023 
  • Ontwikkelen masterclass inventariseren: start 2024 
  • Clusters: doorlopend  

Oproep 

Ben je geïnteresseerd in een van de onderwerpen? Of word je graag betrokken bij het onderzoek? 

Stuur dan een bericht naar kennisontwikkeling@immaterieelerfgoed.nl t.a.v. Sophie Elpers of Susanne Verburg.  

Alle rechten voorbehouden