Immaterieel Erfgoed & Diversiteit

Immaterieel erfgoed en diversiteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: er zijn veel verschillende vormen van immaterieel erfgoed met allemaal een eigen geschiedenis en eigen erfgoedbeoefenaars. Hoe borg je immaterieel erfgoed in een diverse samenleving?

Denk bijvoorbeeld aan grote festiviteiten in de openbare ruimte, zoals de Brabantsedag in Heeze, maar ook (kleine) ambachten die plaatsvinden in een werkplaats, zoals hoeden maken. Er zijn erfgoedgemeenschappen die voornamelijk worden vertegenwoordigd door oudere mannenzoals de Abrahamdag in Oosterhout, of juist door jongeren, zoals Houtdorp RijssenMaar er zijn ook gemeenschappen zoals Pencak Silat, waar jong én oud aan deelneemt. Diversiteit binnen één vorm van immaterieel erfgoed. Daarnaast is er immaterieel erfgoed dat een lange geschiedenis kent in Nederlandzoals Shanties zingen of de verschillende paardenmarkten, maar er zijn ook vormen die nog maar relatief kort in Nederland worden beoefend, zoals Kopro Beki en Pride Amsterdam.  

Diversiteit is daarom een logisch onderdeel van immaterieel erfgoed. Het is echter ook een concept dat op veel manieren wordt gebruikt en uitgelegd. Om het begrip diversiteit handen en voeten te geven hanteren we de definitie van de Code Diversiteit en Inclusie:

Diversiteit wordt gebruikt om aan te geven dat mensen op een reeks zichtbare en onzichtbare kenmerken van elkaar verschillen en met elkaar overeenkomen. Diversiteit is een gegeven.’ 

Bij diversiteit wordt vaak in eerste instantie gedacht aan culturele of etnische verschillen, maar, net als in de Code, zien wij dit breder: het gaat ook om bijvoorbeeld verschil in gender, beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd.  

In dit onderzoeksgebied kijken we voornamelijk naar de invloed die diversiteit heeft op de borging van immaterieel erfgoed. Daarnaast is dit onderzoek een aanleiding om meer reflectief te kijken naar de vraag hoe inclusief het Kenniscentrum zelf werkt. Hierbij passen de volgende hoofdvragen:  

  • Hoe borg je immaterieel erfgoed in een diverse samenleving?
  • In hoeverre draagt diversiteit binnen een erfgoedgemeenschap bij aan de borging van het erfgoed? 
  • Hoe kan het Kenniscentrum nieuwe doelgroepen bereiken en hierbij werken aan de representatie van verschillende groepen in Nederland binnen het Netwerk en de Inventaris?  

Welke thema’s komen aan bod?  

Onder de grote paraplu van het begrip diversiteit en de drie hoofdvragen, staan de komende jaren verschillende thema’s centraal. Deze thema’s zijn een vervolg op de onderzoekslijnen IE & Superdiversiteit en IE & Jongerenculturen uit de Kennisagenda 2017-2020. Deze onderzoekslijnen riepen nieuwe vragen op over borging in een (super)diverse context en het betrekken van jongeren.

De thema's zullen verschillen in grootte, van langer lopende onderzoeken (bv: jongeren; inclusiviteit van het Kenniscentrum; nieuwe doelgroepen) tot meer verkennende studies (bv: gender; slavernijverleden). Er is gekozen voor thema's waar het Kenniscentrum op dit moment de grootste uitdagingen ziet op het gebied van borging. Hieronder bespreken we per gekozen thema kort de eerste inzichten en invalshoeken. In de Kennisagenda die in het voorjaar van 2022 wordt gepresenteerd, worden de plannen verder uit de doeken gedaan. 

Grotere onderzoeken

Jongeren

Binnen het thema jongeren doen we onderzoek naar de volgende onderwerpen: het voortdurend betrekken en betrokken houden van jongeren ede borging van erfgoed door jongeren met meerdere culturele achtergronden.  

Betrekken van jongeren

Bij een groot gedeelte van de bij het Kenniscentrum bekende erfgoedgemeenschappen is het een uitdaging om jongeren betrokken houden bij het immaterieel erfgoed. Daarom doen we vanaf 2021 onderzoek naar het verjongen van besturen. De centrale vraag is: Hoe veranker je de betrokkenheid van een jongere generatie in de structuur van de organisatie van het immaterieel erfgoed? Op basis van interviews met jongeren en ouderen die actief zijn in besturen, ontwikkelen we een praktische handreiking voor erfgoedgemeenschappen. Het doel is om met behulp van deze methodiek jongerenbesturen of -panels op te zetten. Daarnaast willen we verschillende generaties met elkaar in gesprek brengen over rollen en verantwoordelijkheden binnen de erfgoedgemeenschap, met het oog op de toekomst van het immaterieel erfgoed.

Jongeren met een bi- en triculturele achtergrond

Een tweede onderwerp binnen het thema ‘jongeren’ zijn bi- en triculturele jongeren: personen met wortels in meerdere culturen of opgroeiend in meerdere culturen. Wij spreken van superdiversiteit: de toegenomen etnisch-culturele diversiteit in met name grote steden. In deze steden is er geen meerderheidsgroep of dominante cultuur meer. In de superdiverse samenleving zijn er steeds meer jongeren met een biculturele of triculturele achtergrond. De centrale vraag binnen dit onderwerp is: Wat betekent een bi- of triculturele achtergrond voor het borgen van immaterieel erfgoed? 

Een voorbeeld: de hindoestaanse jongeren die via hun ouders en Stichting Ashna kennismaken met het hindoestaanse erfgoed en opgroeien in Arnhem waar ze via de maatschappij en op school vooral in aanraking komen met ander erfgoed (Schep, 2020). Een andere trend die we signaleren is, dat jongeren (hernieuwde) interesse krijgen in de cultuur van hun voorouders. Zoals jongeren met Surinaamse wortels, die zich verdiepen in de Winti-cultuur of Chinees-Nederlandse jongeren die ‘authentieke’ Chinese gerechten bereiden in restaurants in plaats van het de babi pangang die in Nederland wordt geserveerd. 

Deelvragen die hiermee samenhangen zijn: Hoe kijken de jongeren naar het immaterieel erfgoed dat zij van huis uit meekrijgen? Met welk immaterieel erfgoed voelen jongeren met een bi- of triculturele achtergrond zich verbonden?  En, hoe borgen ze het in een (super)diverse samenleving? Om inzicht te krijgen in dit vraagstuk, zullen we semigestructureerde interviews houden met jongeren met een bi- of triculturele achtergrond.  

Samenwerkingspartners: UNESCO Nederland  

 

Inclusiviteit

Eén van de doelstellingen van het Kenniscentrum is om immaterieel erfgoed in Nederland zichtbaar te maken in al zijn diversiteit. Dit wordt onder andere gedaan door het Netwerk Immaterieel Erfgoed en de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland.

 

Hoe inclusief werkt het Kenniscentrum?

Erfgoedgemeenschappen, groepen en individuen melden zelf het immaterieel erfgoed aan. Deze bottum-up werkwijze is gekozen vanuit de 2003 UNESCO Conventie. Hierbij wil het Kenniscentrum zo inclusief mogelijk werken.  De centrale vraag binnen dit themaHoe kan het Kenniscentrum nieuwe doelgroepen bereiken en hierbij werken aan de representatie van verschillende groepen in Nederland binnen het Netwerk en de Inventaris?  

In 2021 zijn zeventien borgingsplannen van erfgoedgemeenschappen met een migratieachtergrond geanalyseerd. Uit deze analyse kwamen een aantal interessante,  soms tegengestelde, observaties, die een relatie hebben met de zojuist genoemde centrale vraag. Zo geefteen aantal erfgoedgemeenschappen aan bang te zijn voor assimilatie van hun immaterieel erfgoed; deze erfgoedgemeenschappen vrezen dat hun erfgoed ‘vernederlandst’ of ‘verwestert’. Anderzijds geven sommige erfgoedgemeenschappen als positief punt aan, dat de bijschrijving laat zien dat het erfgoed echt onderdeel uitmaakt van de Nederlandse samenleving. Beide observaties hebben een relatie met de vraag waarom erfgoedgemeenschappen zich wel of niet aanmelden voor bij het Kenniscentrum 

Om een antwoord te vinden op de centrale vraag zijn de volgende deelvragen opgesteld: Hoe komen mensen in aanraking met het Kenniscentrum? Worden er drempels ervaren bij de aanmelding voor het Netwerk? Welke behoeftes voor het borgen van immaterieel erfgoed hebben deze gemeenschappen?  Wat maakt het Netwerk of de Inventaris voor deze groepen de moeite waard om er iets mee te doen? Deze vragen zullen we voorleggen aan gemeenschappen die we de komende onderzoeksperiode leren kennen en aan de al bij ons bekende erfgoedgemeenschappen. 

Dit deelonderwerp heeft raakvlakken met het onderzoeksgebied Inventarisatiemethodieken.

 

Nieuwe doelgroepen 

Veel erfgoedgemeenschappen, van São João Baptista Rotterdam tot de Hoornse Kermis en Lappendag, geven in hun borgingsplannen aan open te staan voor andere/nieuwe groepen of hebben de ambitie om andere mensen te betrekken bij het erfgoed. Het thema ‘werven van nieuwe doelgroepen’ leeft. Dit blijkt ook uit de voorwaarde van sommige subsidieverstrekkers, die soms opnemen in hun voorwaarden dat er nieuwe doelgroepen moeten worden bereikt. De centrale vraag hierbij is: Op welke manieren kunnen erfgoedgemeenschappen nieuwe doelgroepen op een bestendige manier betrekken bij het erfgoed en welke invloed heeft dit op de borging?

Nieuwe doelgroepen binnen erfgoedgemeenschappen

Via een aantal deelvragen proberen we inzicht te krijgen in dit vraagstuk. Allereerst moet duidelijk worden aan wat voor nieuwe doelgroepen de erfgoedgemeenschappen denken en met welke redenen ze deze doelgroepen willen betrekkenVerschillende erfgoedgemeenschappen hebben al met succes nieuwe doelgroepen bij het erfgoed betrokken. Zo maakte  Gondelvaart op wielen in Drogeham het voor mensen in de bijstand eenvoudiger om te participeren en betrok Houtdorp Rijssen asielzoekers bij hun erfgoed. Hoe kun je dit aanpakken als erfgoedgemeenschap? Wat zijn handige tips om nieuwe doelgroepen blijven te betrekken en een plek te geven in de gemeenschap? Bij erfgoedgemeenschappen waar al met succes nieuwe doelgroepen worden betrokken, inventariseren we wat er gebeurt als er nieuwe aanwas actief gaat participeren. Ofwel, hebben nieuwe groepen ook invloed op de dynamiek van het erfgoed?  

Het doel is erfgoedgemeenschappen een praktische handreiking te bieden voor het betrekken van nieuwe doelgroepen. 

 

Verkennende studies

Gender

In de maatschappij is bewustzijn rond (gender)inclusiviteit en gelijke behandeling toegenomen. Ook rond immaterieel erfgoed speelt gender een rol. Tijdens de cursus Bouwen aan een Borgingsplan, het traject richting de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland, is een terugkerende vraag: ‘Hoe wordt er omgegaan met gender door de erfgoedgemeenschap?' Ook tijdens de vergadering van de onafhankelijke Toetsingscommissie is gender een punt van aandacht geworden. De vraag hoe er wordt omgegaan met gender zal om deze redenen centraal staan in een verkennende studie over immaterieel erfgoed en gender. Er zijn voorbeelden van erfgoedgemeenschappen die ervoor hebben gekozen van een 'prins' een 'prinses' te maken of van een 'koningin' een 'koning'. Deze voorbeelden zijn echter niet gedocumenteerd. Een enquête onder erfgoedgemeenschappen over wat er in het verleden en op dit moment wordt gedaan op het gebied van (gender)gelijkheid kan hier meer inzicht op geven.  

Deelvragen binnen dit onderzoek zijn: Is (een bepaald onderdeel van) het erfgoed alleen voorbehouden aan een bepaald gender? En zo ja, hoe staat de erfgoedgemeenschap daar tegenover? Spelen er uitdagingen rond gender en immaterieel erfgoed? En wat betekent dit voor de borging van het erfgoed?  

Tegelijkertijd kan deze studie dienen als een soort nulmeting. Hoe denken immaterieel erfgoedgemeenschappen in de periode waarin dit onderzoek gedaan wordt over deze vraagstukken en welke acties zijn er al ondernomen?   

Slavernijverleden

De eerdergenoemde analyse van de borgingsplannen liet ook zien dat (tenminste) zes vormen van immaterieel erfgoed die bij het Kenniscentrum zijn aangemeld een relatie hebben met het slavernijverleden. Naast Keti Koti, de viering van de afschaffing van slavernij, zijn dat de Anansi verteltraditie, Angisa binden en koto maken, Kopro Beki, Marroncultuur en TambúMaar ook  Surinaams-Javaanse Gamelantraditie kan niet los worden gezien van (de gevolgen van) het slavernijverleden. In een verkennende studie willen we de relatie tussen immaterieel erfgoed in Nederland en het slavernijverleden in kaart brengen. De centrale vraag hierbij is: Hoe zijn deze vormen van immaterieel erfgoed verankerd in de relatie tussen verleden, heden en toekomst? Vragen die we voor willen leggen aan de erfgoedgemeenschappen zijn: Welke rol speelt het slavernijverleden in de beoefening van het erfgoed? Hoe wordt er door leden van de gemeenschap aangekeken tegen de relatie van het erfgoed met het slavernijverleden?  

In samenwerking met UNESCO Nederland en de erfgoedgemeenschappen verkennen we de rol van het slavernijverleden in immaterieel erfgoed dat hedendaags in Nederland wordt beoefend. Gezien de complexiteit van dit onderwerp betreft dit een eerste verkenning die mogelijk kan leiden tot vervolgstudies. 

Samenwerkingspartner: UNESCO Nederland

Methodieken en resultaten 

Al het onderzoek dat het Kenniscentrum uitvoert, heeft een participatieve component. We voeren gesprekken met beoefenaars, nemen semigestructureerde interviews af en observeren participatief bij bijeenkomsten. Daarnaast zijn de borgingsplannen en evaluatieformulieren die zijn opgesteld door erfgoedgemeenschappen uit de Inventaris een belangrijke bron van informatie. Veel onderzoeksvragen uit dit onderzoeksgebied zijn gebaseerd op behoeften van erfgoedgemeenschappen zoals ze naar voren komen tijdens trainingen, gesprekken en in de borgingsplannen. 

Via onder andere artikelen, conferenties en praktische handreikingen willen we de borging van immaterieel erfgoed stimuleren. Tegelijkertijd beogen we bewustwording rond immaterieel erfgoed en diversiteit te creëren bij een breder publiek.   

In het kort is de planning voor de komende jaren: 

  • Methodiek jongerenbesturen: pilotversie 2022
  • Verkenning Slavernijverleden: eerste helft 2022
  • Onderzoek doelgroepen Kenniscentrum: start 2022
  • Onderzoek doelgroepen erfgoedgemeenschappen: start 2022
  • Onderzoek naar jongeren met bi-/triculturele achtergronden: start 2023
  • Verkenning gender: start 2023

Programma Internationale Erfgoedsamenwerking 

Het programma Internationale Erfgoedsamenwerking (voorheen: Gedeeld Cultureel Erfgoed) is onderdeel van het internationaal cultuurbeleid van Nederland . Daar waar de aandacht in de afgelopen jaren  vooral uitging naar materieel erfgoed, waren er in de vorige beleidsperiode al duidelijke signalen, dat er een toenemende vraag is naar internationale samenwerking op het gebied van immaterieel erfgoed.  

Het Kenniscentrum ziet vooral kansen door te focussen op gedeelde erfgoedgemeenschappen in Nederland, die als gevolg van migratieprocessen in Nederland terecht zijn gekomen, en de herkomstlanden. Bijvoorbeeld uitwisseling tussen Surinaamse erfgoedgemeenschappen in Suriname, Nederland en in India, maar ook tussen erfgoedgemeenschappen in Indonesië, Nederland en in Suriname. Kortom: met landen waarmee Nederland via kolonisatie en migratie (immaterieel) erfgoed deelt. Het Kenniscentrum zal zich binnen het programma  de komende vier jaar inspannen om, met de hulp van buitenlandse collega-NGO’s en de Nederlandse posten in de genoemde landen, de wederzijdse uitwisseling tot stand te brengen tussen gedeelde erfgoedgemeenschappen op het vlak van kennisdeling en borgingsmethodieken. 

De invulling van het Programma Internationale Erfgoedsamenwerking zal raakvlakken en nieuwe kansen bieden voor het onderzoeksgebied Immaterieel Erfgoed & Diversiteit. Voornamelijk op het gebied van transnationaal erfgoed en transnationale kennisuitwisseling volgen we de ontwikkelingen nauw.  

Oproep 

Ben je geïnteresseerd in één van de onderwerpen? Word je graag betrokken? Missen we binnen het thema diversiteit iets dat speelt binnen jouw erfgoedgemeenschap? 

Stuur een bericht naar kennisontwikkeling@immaterieelerfgoed.nl t.a.v. Mark Schep en Susanne Verburg.   

Alle rechten voorbehouden