Beschrijving

Limburgse stroop wordt gestookt in koperen ketels op een open hout- of gasvuur. Ingrediënten zijn appels en peren van hoogstamfruitrassen, liefst onbespoten. De bodem van de ketel wordt bedekt met een klein laagje water, zo brandt het fruit niet aan. De ketel wordt gevuld met tot duizend kilo aan lagen peren en appels. Daarna wordt het fruit bedekt met een doek van natuurlijk materiaal, zoals onbewerkte jute of dikke katoen. Door de stoom in de ketel verandert de structuur van de vruchten en barsten de schillen open in vier tot zes uur. Tijdens dit proces moet de stoker het vuur continu controleren en zo nodig bewerken. De door het kookproces ontstane fruitmoes wordt in een houten pers gelegd met doeken ertussen. Het geperste sap wordt grof gefilterd en nogmaals gekookt in de koperen ketel. Het wordt een aantal uren, variërend tussen de vier tot vijftien uur, ingekookt tot ongeveer vijftien procent van het oorspronkelijke gewicht. Wanneer de stroop de juiste dikte heeft, doet de stoker hem meteen in potten. De stroop krijgt door narijping in de pot een intensere smaak.

Beoefenaars en betrokkenen

Er zijn nog vier stroopstokers in Zuid-Limburg, die zich verenigd hebben in het Slow Food Presidium Limburgse Stroop. Zij werken samen met andere organisaties die ijveren voor meer hoogstamboomgaarden, het behoud van oude fruitbomenrassen en het bijbehorende cultuurlandschap. De stroopstokers verkopen hun stroop over het algemeen direct aan huis aan particulieren.

Geschiedenis en ontwikkeling

Vanaf de zestiende eeuw wordt stroop koken als huisnijverheid gedaan in Zuid- en Midden-Limburg. Op deze manier conserveerden boeren het overtollige fruit voor de winterperiode. Door de bevolkingsgroei in de achttiende eeuw ontstonden in veel dorpen loonstookbedrijfjes. Rond het begin van de negentiende eeuw stimuleerde Napoleon de teelt van suikerbieten in Nederland. Vanaf die tijd werden die gebruikt als grondstof voor de stroop in plaats van of als toevoeging bij puur fruit. Aan het einde van de negentiende eeuw ontstonden er stroopfabrieken met productie op grote schaal door de sterk toegenomen vraag. Dit had een negatieve invloed op het kleinschalige, ambachtelijke stroop stoken. Door de toenemende verstedelijking en industrialisatie en door de introductie van de voor het plukproces eenvoudigere laagstamfruitbomen, verdwenen veel oude hoogstamfruitbomen. Deze factoren hebben ook een grote invloed op het ambachtelijke stroop stoken gehad. Vanaf eind twintigste eeuw is er meer aandacht gekomen voor dit typische Zuid-Limburgse ambacht. De overgebleven stroopstokers hebben zich verenigd in het Slow Food Presidium Limburgse Stroop en er worden in het kader van landschapsbeheer weer meer hoogstamboomgaarden aangeplant. De vraag naar ambachtelijke Zuid-Limburgse stroop neemt de laatste jaren weer toe.

Contact

Slow Food Presidium Limburgse Stroop
Maria Wijngaard 12
6001BK Weert
Website