• Ambachten, handwerk en techniek

Een ruwe diamant ziet er vaak uit als een gewone kiezelsteen. Pas als de diamantbewerker gaat snijden en slijpen verandert deze in een fonkelende en kostbare edelsteen. Eerst bekijkt de slijper welke vorm in de ruwe diamant verborgen zit, daarna brengt die de gewenste vlakken aan. Hoe beter deze facetten het licht weerkaatsen, hoe groter de schittering en hoe waardevoller de diamant

Diamant is het hardste natuurlijke materiaal dat we kennen. Het ontstaat diep in de aarde wanneer onder hoge temperatuur en druk koolstofatomen samenklonteren tot een kristal. “Moeder natuur doet er miljoenen jaren over om de ruwe diamant te vormen,” vertelt Marie-Louise Bartels, diamantbewerker bij familiebedrijf GASSAN Diamonds in Amsterdam. “Als je zo’n eeuwenoude steen in handen hebt, dan denkt niemand dat het zoiets moois kan worden.” Overigens geldt dit niet voor alle diamanten: minder dan twintig procent is geschikt voor het bewerken tot juwelen.

Hoe slijp je een diamant?

Dat diamanten waardevol zijn, heeft naast de zeldzaamheid te maken met het bewerkingsproces van zagen, snijden en slijpen. De diamantbewerker deelt de ruwe diamant eerst in twee of meer stukken door er een fosforbronzen zaagje tegenaan te houden dat ingesmeerd is met diamantpoeder en olie, want diamant is zo hard dat het alleen met diamant gesneden kan worden. Tegenwoordig gebruikt men hier ook een laser voor.

Daarna snijdt de diamantbewerker er een vorm in – bijvoorbeeld een peer, een ellips met puntige uiteinden of een briljant – door er een andere diamant tegenaan te drukken. Met een gietijzeren schijf die drieduizend toeren per minuut draait, brengt de diamantbewerker vervolgens facetten of vlakken aan op de diamant. Hier valt de meeste winst te behalen, want als de edelsteen juist geslepen is, weerkaatsen alle vlakken als kleine spiegels het licht. Deze lichtreflectie geeft de kenmerkende schittering aan de diamant. Samen met het gewicht, de kleur en de zuiverheid, bepaalt de vorm de prijs die de diamant bij verkoop gaat opbrengen.

Benieuwd hoe de waarde van een diamant wordt bepaald? Op de website van Royal Coster en op de website van GASSAN vind je meer informatie.

Minimaal verlies van materiaal

In de zeventiende eeuw zorgden mensen er handmatig voor dat de slijpstenen of -molens bleven draaien. Later zette men hier paarden en stoomkracht voor in. De diamantfabriek, en daarmee ook het beroep van diamantbewerker, ontstond bij bedrijven waar meerdere slijpmolens draaiden.

De techniek van het bewerken is in de loop van de tijd niet zozeer veranderd, als wel de tangen en slijpmachines. “Tegenwoordig gebruikt de diamantbewerker een automatische snijmachine om de vorm nog exacter rond te maken en de facetten nog beter aan te brengen met minimaal verlies van materiaal, waardoor de schittering nog perfecter wordt,” vertelt Bartels.

“Elke diamant is uniek. Elke keer bekijk ik opnieuw hoe ik hem het beste kan bewerken en de optimale lichtreflectie in de diamant kan creëren. Stap voor stap zie ik hoe de geslepen vorm uiteindelijk uit de ruwe diamant ontstaat. Het is magisch om dit voor elkaar te krijgen.”

- Marie-Louise Bartels, diamantbewerker (2025)

Amsterdam diamantstad

Het vak van diamantbewerker is sterk verbonden met de Joodse gemeenschap, die al rond 1500 actief was in de diamanthandel in Spanje en Portugal. Tijdens de Spaanse inquisitie, toen de katholieken andersgelovigen onderdrukten en bestraften, vluchtte een groep Joden naar Antwerpen. Dat was in die tijd een belangrijk handelscentrum voor edelstenen. Vandaaruit trokken sommigen naar het noorden, waar ze onder andere in Amsterdam terechtkwamen. Hier handelde de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) onder meer met India en later Zuid-Afrika in edelstenen. De stad groeide uit tot het centrum voor de diamantindustrie.

Dit veranderde omstreeks 1930 door de wereldwijde economische crisis en daarna door de Tweede Wereldoorlog, toen veel Joodse diamantbewerkers door de Duitse bezetter werden gedeporteerd en vermoord. Ook de markt veranderde. België was eerder bevrijd dan Nederland, waardoor daar de handel eerder opgepakt werd. En de opkomst van lagelonenlanden zoals India, betekende een steeds sterkere concurrentie.

Rondleidingen, masterclasses en workshops

Een klein aantal diamantbewerkers dat de oorlog overleefde, zorgde voor een heropleving van het slijpersvak en de handel in diamanten. Coster Diamonds en GASSAN Diamonds, respectievelijk in 1840 en 1945 opgericht in Amsterdam, bestaan nog steeds. Tegenwoordig slijpen de bedrijven niet alleen diamanten, maar ontwerpen ze ook juwelen met diamanten. Ook het openstellen van hun bedrijf voor toeristen, vormt een belangrijke inkomstenbron. Ze bieden rondleidingen aan en masterclasses, waarbij mensen zelf de laatste facetten op hun eigen diamant mogen aanbrengen.

GASSAN, gevestigd in een historische diamantfabriek waarvan de originele onderdelen van de voormalige stoomaandrijving nog intact zijn, leert jonge diamantbewerkers het vak tijdens een interne opleiding van een jaar. Het bedrijf onderhoudt contact met de Vakschool Schoonhoven voor edelsmeden, organiseert demonstraties tijdens het Amsterdamse Ambacht in Beeld Festival en biedt educatieve programma’s op scholen aan. Zo zijn er houten 3D-puzzels van een diamant en een bordspel ontwikkeld om kinderen en jongeren meer over het vak te leren.


Bij ons bekend

Immaterieel erfgoed wordt in heel Nederland beoefend. Benieuwd welke gemeenschappen, stichtingen, cultuurdragers en enthousiastelingen zich actief inzetten om het ambacht van de diamantbewerker levend te houden en door te geven? Hieronder vind je een overzicht van alle erfgoedgemeenschappen en beoefenaars die bij ons bekend zijn en zich inzetten voor diamantbewerking.

Draag jij ook bij aan dit ambacht en wil je jouw organisatie, vereniging of naam toevoegen aan deze pagina? Wat leuk! Neem contact met ons op via info@immaterieelerfgoed.nl of telefonisch via 026 357 6113.