Beschrijving

Voor het maken van een goede sigaar is goede tabak nodig, die past bij de soort sigaar. Er zijn verschillende vormen en smaken sigaren, zoals de bolknak, de tuitknak en de corona. Kenmerkend voor de Nederlandse sigaar, de shortfiller, is de melange van gesneden binnengoed van verschillende – vaak wel twintig – tabakssoorten. De sigaar wordt gemaakt op een zinkje, een ijzeren plaatje. Bij een longfiller  wordt de tabak eerst gestript, de middennerf wordt uit het blad gehaald. Dan wordt de tabak harmonicagewijs opgerold, waardoor er rookkanalen ontstaan. De bundel die dan ontstaat, wordt in een zogenaamd omblad gerold: een stevig blad dat zorgt dat de wikkel bij elkaar blijft. Het is van groot belang dat het omblad stevig maar ook soepel is, om de juiste vorm te kunnen geven aan de sigaar. Het pakketje heet nu een wikkel en die gaat in de sigarenplank. Daar gaat een deksel op en dat gaat ongeveer drie uur onder een sigarenpers. Die zorgt ervoor dat de wikkel droogt en houdt de sigaar stevig. Als de sigaar uit de pers komt, wordt hij bijgeknipt met een klein schaartje. Dan wordt er een dekblad gesneden met een radertje, een speciaal mesje. Dit dekblad is van de fijnste tabak en moet volkomen gaaf zijn, anders zou de sigaar lek zijn en niet goed te roken. De smaak van het dekblad wordt afgestemd op de melange binnenin, zodat ze een goede combinatie vormen. Veel goede dekbladen komen van Sumatra. De wikkel wordt schuin in het dekblad gerold en vastgelijmd met arabische gom. De sigaar is klaar, maar voordat hij gerookt kan worden, moet hij nog een paar dagen goed drogen.

Beoefenaars en betrokkenen

Ria Bos leerde het ambacht toen ze werkzaam was in twee sigarenfabrieken in Kampen. Nu is Bos een van de weinigen in Nederland die het ambacht beheerst en zich inzet om haar kennis door te geven naar volgende generaties. Via workshops, demonstraties en een toekomstige cursus, wil zij de bekendheid van haar ambacht vergroten en nieuwe sigarenmakers opleiden. Sinds 2015 staat de Stichting Tabak en Ambacht haar bij om de kennis over het ambacht te verspreiden

Geschiedenis en ontwikkeling

In Nederland worden er sinds begin 1700 sigaren gemaakt. De shortfiller werd veel gemaakt met tabak uit Java en Sumatra, die via de VOC naar Nederland kwam. In 1870 telde Kampen twintig sigarenfabrieken en in 1892 waren het er zelfs 35. Door opkoop van Sumatrablad eind negentiende eeuw schoten de prijzen omhoog. De hele sigarenindustrie in Nederland kreeg een flinke tik. Sigaren werden lange tijd met de hand gemaakt, thuis of in fabrieken. Vanaf de Tweede Wereldoorlog werd het proces gedeeltelijk gemechaniseerd. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw worden sigaren steeds vaker halfautomatisch gemaakt en in de jaren negentig werd er overgegaan op volautomatische productie van sigaren. De machines produceren ongeveer honderd sigaren per minuut. Hier kan geen handwerk tegenop en het aantal mensen dat puur handmatig sigaren kan maken, neemt drastisch af. De Stichting Tabak en Ambacht is in 2015 opgericht om het ambacht handmatig sigaren maken levend te houden en toekomst te geven. De Nederlandse sigaar staat nog steeds bekend om de hoge kwaliteit en er worden jaarlijks zo’n twee miljard sigaren geëxporteerd naar ruim honderd landen wereldwijd.

Contact

Ria Bos
Website