Nieuwe rituelen voor ongekende uitdagingen

Begrafenissen en jubilea, podiumkunsten en culturele evenementen als de dodenherdenking, bloemencorso’s en de Pride – Immaterieel ‘levend’ Erfgoed – kunnen niet, of alleen sterk aangepast, plaatsvinden. Dat wordt ervaren als een groot gemis. Nieuwe vormen worden uitgeprobeerd. Kan de digitale ruimte het fysieke contact overnemen? Welke nieuwe rituelen zijn toekomstbestendig?

Gebruiken en rituelen helpen zin en richting te geven aan ons menselijk bestaan. Het samen doorlopen van bekende patronen, met vaak een dieperliggende, symbolische betekenislaag, steunt en verbindt. Huwelijken en begrafenissen geven richting aan belangrijke en kwetsbare momenten in ons leven, 4 en 5 mei helpen ons te herdenken en verwerken, Pride onderstreept de LHBTI-emancipatie. Veel van deze cultuuruitingen zijn door de tijd heen gevormd en overgeleverd en bewegen met de tijd mee, zodat ze ook in de toekomst van betekenis blijven. Zij zijn immateriële erfgoed; niet vaststaand, maar levend, veranderlijk, door mensen beoefend. Ze verbinden generaties, maar hun kracht is toch vooral dat ze òns als gemeenschap verbinden, in het heden, en liefst fysiek.

Nu we noodgedwongen op een kleine kring zijn teruggeworpen, en in grote onzekerheid verkeren, is de behoefte aan die verbondenheid -  op het persoonlijke vlak, maar ook als gemeenschap - extra sterk. Afgelopen 4 februari  benadrukte de Israëlische schrijver en historicus Yuval Noah Harari tegenover Adriaan van Dis nog eens hoe het menselijk vermogen tot samenwerken via taal als stuwende evolutionaire kracht was opgetreden. Samenzijn en samenwerken zit diep in onze genen verankerd. De emotionele verbondenheid en het welbevinden dat groepsgevoel ons verschaft, is een sterke emotie en drijfveer. Collectief beleefde gebeurtenissen, zoals bovengenoemde culturele gebruiken, wakkeren dat groepsgevoel aan. Alleen:  vrijwel alle vormen van vieringen, herdenkingen of andere gemeenschappelijk beleden culturele gebruiken zijn afgelast.  Wat nu? Ontstaat door deze kaalslag ruimte om ’iets’ nieuws te ontwikkelen? Los-vaste rituelen die de gemeenschapszin aanspreken en die steun geven? Dit lijkt inderdaad te gebeuren. Vooral – maar niet uitsluitend -  in de digitale ruimte. 

Nieuwe vormen en digitale gemeenschappen

Met het intreden van de corona crisis wordt geëxperimenteerd met nieuwe mogelijkheden, waarbij de fysieke ruimte noodgedwongen wordt verruild voor een digitaal podium. Een geslaagde aanpassing bleek de dodenherdenking en de kranslegging op de uitgestorven Dam op 4 mei. Daar werd massaal naar gekeken op de televisie, dit jaar ook door mensen die daar gewoonlijk ‘niet zoveel mee hadden’. Men was zelfs extra ontroerd. Een innovatie was ook een gezamenlijk gespeelde taptoe, door individuele musici gespeeld op de eigen locatie, maar op hetzelfde moment , en door ons kijkers gezamenlijk beleefd via televisie of internet.

4 mei 2019 - Dodenherdenking op de Dam in Amsterdam. Kranslegging door het Koninklijk Paar - Foto Ben Houdijk.

Kranslegging op de Dam

De computer biedt ook een helpende hand aan gelovigen. Kerkdiensten worden veelvuldig gestreamd, zodat mensen ze thuis kunnen bekijken. De diensten worden, naar het schijnt, goed ‘bezocht’. Ontroerend detail: een priester in Giussano, een stadje in het door corona zwaar getroffen Lombardije, werd zo treurig van het opvoeren van de mis voor een lege kerk, dat hij iets bedacht. Hij vroeg zijn parochianen een selfie op te sturen, en daarmee bekleedde hij zijn kerkbanken. Zijn idee vond inmiddels in vele kerken navolging. In andere dorpen wordt niet gestreamd, maar worden de klokken extra geluid om de gebedsmomenten te markeren, zodat de parochianen er in gedachten toch  bij kunnen zijn en zich zo toch een gemeenschap kunnen voelen.

Wat betekent het voor mensen om digitaal deelnemer te zijn van dit soort bijeenkomsten, in plaats van fysiek? Martin Hoondert, verbonden aan de Universiteit van Tilburg, onderzoekt al langer de werking van rituelen in tijden van rampspoed. Hij ziet hoe, ook voor de corona crisis, steeds meer digitale gemeenschappen ontstaan, door hem ‘lichte gemeenschappen’ genoemd. Ze zijn een tegenhanger van de hechte gemeenschappen die ontstaan door fysieke samenkomsten en intense, gedeelde ervaringen, zoals gebruikelijk bij immaterieel erfgoed. Als voorbeeld beschrijft hij hoe mensen, vanuit hun eigen huis, naar de webcam van de Lourdesgrot gaan. Via hun computer kijken ze naar bedevaartgangers die kaarsen aansteken, doen dat zelf thuis ook, en bidden en zingen gewoon mee. Ze ervaren zo wel degelijk een gemeenschap. De ervaring is, volgens Hoondert, niet hetzelfde, maar wel waardevol.  Juist door dat gevoel van gelijktijdigheid via livestreams en directe uitzendingen op de televisie, wordt die emotionele verbondenheid opgeroepen.

Maar ook buiten de digitale wereld ontstaan nieuwe vormen. Begrafenissen kunnen momenteel slechts in kleine kring doorgang vinden. Om toch betrokken te zijn, hangen vrienden en omwonenden de vlag halfstok, alsof het om een officieel evenement ging. In andere gevallen wordt een erehaag langs de route van de rouwauto gevormd, zoals vroeger op veel plaatsen gebruikelijk was.  

Straatrumoer

Bovenstaande voorbeelden zijn vooral noodgedwongen aanpassingen van oude patronen. Ontstaan  er ook nieuwe gebruiken? Een soort van straatrumoer begon in Italië, waar in de eerste weken van de quarantaine ’s avonds op veel plaatsen  om 6 uur samen muziek werd gemaakt en gezongen vanaf het balkon of open raam, om te laten horen: ‘we zijn er nog’ en zo elkaar, en jezelf, een hart onder de riem te steken.

Toen ook in Nederland de scholen werden gesloten kwam via Facebook een vrolijk initiatief op gang, door voor de verplicht thuiszittende schoolkinderen een ‘berenjacht’ te organiseren. Iedereen werd opgeroepen om een speelgoedbeer voor het raam te zetten en zo ouders te helpen om hun balorige kroost een spannende ontdekkingstocht in de buurt te laten maken. 

berenjacht

Foto: Sophie Elpers

Vervolgens werden ook in Nederlanden de zorgverleners geëerd met een luid applaus, hiertoe opgeroepen via de sociale media. Op dinsdagavond 17 maart, om 8 uur, klapten we minutenlang vanaf de voordeur of het balkon. De filmpjes hiervan werden weer massaal gedeeld via de sociale media. In België, en ook in Nederlandse steden, werden witte lakens en T-shirts, soms beschilderd met rode harten, op straat gehangen, als eerbetoon aan alle artsen en verpleegkundigen. Op diverse initiatieven luiden tot eind april iedere woensdag, tussen 19.00 en 19.45, verschillende kerken de klokken, als steun voor al die mensen die getroffen zijn door het coronavirus.  In ‘drakendorp’ Beesel – waar om de 7 jaar een indrukwekkend drakensteekspel wordt opgevoerd -  werden in maart de drakenvlaggen uitgehangen om iedereen die is getroffen door het coronavirus een hart onder de riem te steken. Stichting Draaksteken: “Volgens de diepgewortelde traditie van het Draaksteken vertrouwen we erop dat het goede telkens weer het kwade (de draak) overwint. Nu moeten we als mensheid het gevecht aangaan met een ander kwaad dat ons bedreigt.”

Drakenvlag-Beesel_HR-014

Drakenvlaggen in Beesel

Dit soort nieuwe rituelen en gebruiken sterkt niet alleen de mensen waarvoor het is bedoeld – de schoolkinderen en hun ouders, de zorgverleners - maar ook de deelnemers. We onderstrepen hiermee een wezenlijke waarde (‘we helpen elkaar, we eren de zorg) en voelen ons weer verbonden met een groter geheel dan het eigen, geïsoleerde huishouden. En misschien hopen we, deep down, nog op de oude, werkzame en magische kracht die rituelen aankleeft. Rob van Essen formuleerde dat onlangs in de Groene Amsterdammer elegant, door ons, applaudisserend in de berm voor de zorgverleners, te vergelijken met kleine reflectorpaaltjes. “We maken de geschiedenis mee en willen laten zien dat we daar onderdeel van zijn, onderdeel van iets groters, om niet te krimpen tot onzichtbaarheid (…) Kijk ons daar staan, kleine reflectorpaaltjes langs de loop van de geschiedenis (…). De geschiedenis komt aanstormen en wij kaatsen het eigen licht naar haar terug om te zorgen dat ze in haar baan blijft en ons niet allemaal uitroeit”.

Rituelen tegen ziekte

Zijn we in de hoge drukketel van de eerste crisismaanden extra geëmotioneerd? Zijn we sneller geraakt door wat we mooi en waardevol vinden?  Putten we misschien sneller hoop uit spirituele domeinen van geloof en bijgeloof?  De vraag is dan of  we deze kersverse gebruiken voortzetten, wanneer de crisis voorbij is. Het is niet de eerste keer dat een ziekte nieuwe rituelen oproept, die zelfs eeuwen na het afwenden van een ramp nog worden uitgevoerd. Zo planten de inwoners van het Limburgse Noorbeek nog steeds jaarlijks een dennenboom voor de kapel van Sint Brigida, als dank dat zij in 1634 de runderpest verdreef (zie ‘Sint Brigida Denhalen’ in de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland). Het is een opmerkelijke continuïteit, al zal het ritueel nu een andere functie vervullen dan in de tijd dat ze ontstond.

166 IP8A3936_resize.JPG

Foto: St Brigida denhalen

Een actieve bezwering van ziekte wordt nog steeds, (of misschien wel : opnieuw)  uitgeoefend door een lapje te hangen in de koortsboom in het bos bij Overasselt. De boom staat naast de ruïne van de Sint Walrick kapel. Deze Walrick was, volgens de overleveringen,  een middeleeuwse wonderdoener die zieken kon genezen. Het gebruik om door een lapje van een kledingstuk van een ziek persoon aan een tak te binden, de ziekte aan de boom over te dragen, heeft oude, pre-christelijke wortels en is wijd verspreid. De boom bij Overasselt hangt nog steeds vol met lappen en soms zelfs hele kledingstukken. Of men er nog steeds een koortswerende kracht aan verbindt, is moeilijk te onderzoeken, omdat het aanbinden volgens de traditie in afzondering moet gebeuren. Maar volgens een regelmatige bezoeker van de kapel hangt de boom, in deze corona tijden, opvallend vol.

Onder druk van de beperkingen, en van onze angsten, zoeken we nieuwe  vormen van samenzijn, en van steun: voor elkaar en voor onszelf. Hoe waardevol zijn die als we ons weer als vanouds kunnen bewegen? Het aanvankelijk vurig klappen van de zorg is in Nederland snel uitgedoofd. Vanuit de zorg liet men ook al snel weten ‘liever salarisverhoging te krijgen dan een applaus’. En ook in Italië en Spanje scheen de laatste tijd de lust tot het zingen verstomd. Mensen voelen de werkeloosheid, geldgebrek, er zijn doden te betreuren. Samen zingen is geen langdurig wondermiddel.  Het ergste lijkt nu achter de rug, we willen door. Maar wat als de beperkingen opnieuw opspelen? Gaan we ons noodgedwongen ontwikkelen tot een soort cyborgs, die zich net zo gemakkelijk bewegen in de digitale ruimte als in de fysieke? Dat toekomst beeld lijkt ver weg. Het fysieke samenzijn wordt in alle opzichten vreselijk gemist.  Maar  het digitale podium blijkt opmerkelijk sterk te kunnen functioneren.

 

 

Jet Bakels, wetenschappelijk medewerker

Alle rechten voorbehouden