Beschrijving

Nederland Fietsland

Het fietsen - en alles daaruit voortkomend - is onlosmakelijk en onuitwisbaar ingebakken in de Nederlandse cultuur. Veel meer en anders dan in culturen van andere landen.

In Nederland is fietsen losgezongen van status, geld en gebrek. Van Minister-President Mark Rutte tot schoolkinderen. Van atleet tot gehandicapt. Iedereen doet het. Om maar een saillant feitje te noemen: nergens ter wereld is er een ander land met meer fietsen dan inwoners (22,3 miljoen versus 17 miljoen)! En met zoveel stalen rossen is het evident dat het fietsen in Nederland een preferente status en bescherming geniet, een eigen infrastructuur, bewegwijzering en mores heeft, en verbonden is met alle aspecten van het leven in Nederland.

Het komt dan ook niet als een verrassing dat volgens recent onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (Denkend aan Nederland, 2019) het fietsen zeer hoog scoort op wat men ‘heel erg typerend voor Nederland’ acht.    

En als men er in het buitenland ook al een boek over schrijft (Building the Cycling City: The Dutch Blueprint for Urban Vitality), dan is het hoog tijd dat deze Nederlandse Fietscultuur de status van immaterieel erfgoed krijgt. Want zoals ook een Amerikaanse planoloog het in De Volkskrant omschrijft:

 “Nederlands fietsgedrag laat zich met geen land ter wereld vergelijken”.

Deel van de opvoeding

‘Even de fiets pakken’ is in Nederland haast vergelijkbaar met koffiezetten – het is een heel gewone dagelijkse behoefte. De kans dat je als baby al dagelijks aan deze behoefte wordt blootgesteld is in Nederland zeer aannemelijk. Hetzij vanuit je kinderzitje, hetzij vanuit je Maxicosi in de bakfiets, want Nederland is ook bakfietsland bij uitstek. 

Leren fietsen is dan ook een vast onderdeel van de opvoeding, waardoor kinderen vanaf 4 jaar vaak al op een tweewieler kunnen rijden. En een paar jaar later fietsen ze massaal met hun ouder naar hun basisschool. Rond je tiende jaar krijg je dan (vaak via school) nog een verkeersexamen, opdat je een tijdje later veilig en alleen naar je middelbare school kunt fietsen. Niet verrassend dus dat uit onderzoek van de Britse krant The Telegraph blijkt dat Nederlandse kinderen fietsen als erg prettig ervaren.  

Met de paplepel ingegoten dus. Dat verklaart wellicht waarom we in Nederland massaal onbevreesd en zonder helm (in tegenstelling tot veel andere landen) op de fiets stappen voor een boodschap of een georganiseerd tourtje. Van mei t/m september kan je namelijk serieuze kilometers maken bij een van de honderden recreatieve fietstochten die in ons land worden georganiseerd. Van goede doelentochten tot fiets4daagsen, van familietochten tot een 24 uursrace op een circuit.        

Eigen infrastructuur

Omdat het fietsen zo’n casual gewoonte is in Nederland, heeft de fietser in Nederland een hele eigen infrastructuur gekregen die uniek is in de wereld. Dit ontstond niet zomaar, maar werd in de jaren ’70 afgedwongen met heuse burgerprotesten.

Nu, met ruim 37.000 km aan fietspaden, is nagenoeg elke plek in Nederland te bereiken met de fiets. Via die paden fietsen we zo’n 15 miljard km per jaar met z’n allen. Dat is ruim 880 kilometer per persoon, verdeeld over ongeveer 250 tot 300 fietsritten. Daarmee is de fiets goed voor bijna een kwart van onze verplaatsingen. In de spits zijn er in Nederland zelfs meer fietsen op de weg dan auto’s!

Deze uniek hoge gebruikscijfers vragen om preferente ‘fietsvriendelijke’ Hollandse oplossingen. We noemen er een paar: luie trappen, fietstunnels, ‘rollend tapijt’ (roltrap voor de fiets), fietsverkeerslichten, fietsvriendelijke drempels, de ‘Opgeblazen Fiets-Opstel-Strook’ (een fietsvak vóór de auto’s bij een verkeerslicht), en zelfs eigen fietsstraten waar de auto ‘te gast’ is.

In Nederland worden vervolgens enorme fietsgarages en heuse ‘fietsflats’ gebouwd om al die ijzeren rossen een plekje te geven. Met als als kroonjuweel de grootste fietsenstalling ter wereld (12.500!) bij station Utrecht Centraal.

Om fietsen van en naar stations aantrekkelijker, bereikbaarder en veiliger te maken, worden er allerlei fietsvoorzieningen bij stations gerealiseerd. De grootste fietsenstalling ter wereld is een mooi voorbeeld van een voorziening die de groei kan faciliteren. Daarmee zijn nu al 490.000 fietsparkeerplaatsen bij stations beschikbaar (waarvan 150.000 bewaakt) en dat groeit naar 600.000 in 2030.

Inmiddels komt de helft van de treinreizigers al op de fiets naar het station, en een groot deel fietst vervolgens in de stad van bestemming weer verder op een OV-fiets. Dit herkenbare blauw-gele rijwiel breekt jaar na jaar z’n eigen record: in 2018 hebben we in Nederland ruim 4 miljoen ritten gemaakt met de 20.500 OV-fietsen. Dat is 800.000 meer dan een jaar ervoor! Waar er vijf jaar geleden ‘slechts’ 160.000 abonnees waren, dat zit het nu al op 750.000. En wat in elk ander land ondenkbaar is: dat abonnement is gratis, je claimt een fiets met je OV-chipkaart en je stalt het veilig in stationsstallingen. Door deze duurzame oplossingen blijft Nederland mobiel en bereikbaar.

De populariteit van de OV-fiets is mede te danken aan de dichtslibbende autowegen. Nederland is een klein en dichtbevolkt land, met alsmaar groeiende files waar vooralsnog geen passend antwoord op is gevonden. De roep om duurzame mobiliteitsoplossingen wordt daarmee steeds luider en de rol van en behoefte aan de (deel-)fiets steeds groter. Met name de opkomst van de e-bike profiteert hier enorm van.   

Fiets-economie

Het is evident dat zo’n unieke fietscultuur ook een voedingsbodem voor innovaties en productontwikkeling is. Nederland kent van oudsher grote fietsmerken (zoals Gazelle, Batavus, Giant, Koga, Sparta, Union) die het rijwiel continu verbeterd hebben. En op dit moment zitten we weer in een nieuwe golf – mede aangewakkerd door de populariteit van elektrisch fietsen - waarin nieuwe Nederlandse fietsmerken geboren worden (zoals VanMoof, Veloretti, Urban Arrow, Lekker Bikes, Watt).

Innovaties als de elektrische fietsen helpen mee dat ouderen langer kunnen blijven fietsen en zich fitter voelen. Ook kunnen langere afstanden worden afgelegd en is het voor menigeen een vervanger van de auto.

Als laatste kunnen ondernemende Nederlanders het zelfs niet laten om onze Nederlandse fietsgewoontes over de grens te brengen. Denk aan de fameuze fietstours van (wijlen) Co van Kessel in Bangkok, en die van het Nederlandse Baja Bikes dat inmiddels in 150 landen fietstours aanbiedt. Daarnaast helpen Nederlandse fietsexperts met hun kennis regelmatig bij het oplossen van mobiliteitsvraagstukken in het buitenland. Denk aan het fietsplan dat voor Peking is ontwikkeld door een groot ingenieursbureau. En er zijn zelfs Mini-Holland projecten in de buitenwijken van London, waardoor het fietsen wordt gestimuleerd. 

 

Beoefenaars en betrokkenen

Borgen, bewaken en verbeteren van ‘fietsgeluk’.

Speciaal voor de Nederlandse fietser zijn talloze belangenorganisaties opgericht en groot geworden met het verbeteren van het ‘fietsleven’.

De meeste van deze organisaties zijn inmiddels aangesloten bij Het Landelijk Fietsplatform. De drie meest invloedrijke organisaties hebben allemaal hun eigen rol en verantwoordelijkheid bij het borgen en bewaken van de Fietscultuur:  

FIETSERSBOND

Zoals op hun homepage al preikt: ‘Wij zorgen voor meer fietsgeluk in Nederland’. Dat doen zij door allerlei projecten en campagnes te initiëren die bijdragen aan meer fietsgeluk. Denk aan de fietsschool, fietsen naar het werk, de Fietsrouteplanner, etc. Daarnaast zijn zij uitgever van hét magazine voor de fietser “Vogel Vrije Fietser”.  Met het project ‘Fietsen Alle Jaren’ bieden zij ook de meest kwetsbare en minst mobiele mensen van onze samenleving een onvergetelijke fietservaring.  

ANWB

De ANWB is onmisbaar geweest bij de opzet van de Nederlandse Fietscultuur, en nog steeds zeer betrokken. Zo waren zij de initiatiefnemers van de eerste fietspaden en de iconische ‘paddenstoel’ als bewegwijzering. Maar ook vandaag de dag houdt zij de fietscultuur in leven door telkens nieuwe diensten te bieden die voor fietsers stimulerend zijn, zoals de Fietspas (pechhulp), informatie en tests over de nieuwste trends, en een loyaltyprogramma voor gratis lekkers tijdens je fietstocht.

NTFU

Naast de recreërende en woonwerk-fietser bestaat er ook een hele grote groep sportieve fietsers in Nederland waarvan de belangen moeten worden behartigd. Dat doet de Nederlandse Tour en Fiets Unie (NTFU). Zij zet zich vooral in voor de bewaking van de kwaliteit en veiligheid binnen de wielersport. En samen met hun 500 verenigingen bieden zij de ruim 850.000 sportieve fietsers in Nederland mooie toertochten, trainingen en clinics, en praktische kennis en voorlichting over de wielersport. De NTFU helpt verenigingen o.a. met ledenwerving en -behoud, met tips voor het organiseren van toertochten, communicatie, sfeer binnen de club, etc.

De opname van Fietscultuur in het Netwerk Immaterieel Erfgoed werd ondersteund door:

Stientje van Veldhoven, Staatssecretaris ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Ans Rietstra, directeur Projecten van Prorail

Roger van Boxtel, president-directeur Nederlandse Spoorwegen

Victor Everhardt, wethouder Stationsgebied gemeente Utrecht

Lot van Hooijdonk, wethouder mobiliteit gemeente Utrecht

Geschiedenis en ontwikkeling

Hoe het begon

In de 19de eeuw werd de fiets steeds populairder. Nederland was toen nog niet een echt fietsland. Fietsen was eerder iets voor waaghalzen en jongeren.

Maar dit veranderde snel toen het rijwiel in trek kwam bij dames en heren. De fiets werd gezien als de keurige en veilige manier van verplaatsen, mede aangemoedigd door campagnes van de ANWB. 

 

Vrijheid

Toen de ANWB begon met het aanleggen van fietspaden gingen meer en meer Nederlanders fietsen. Voor vrouwen was fietsen zelfs de manier om los te komen van het huishouden. Iedereen moest wel rustig fietsen en de rijwielen kregen bewust geen versnellingen. Dan kon je tenminste niet te hard gaan.

 

Fietsland

In de jaren ’20 en ’30 werd Nederland écht een fietsland. Elk huishouden had wel een fiets voor de deur staan. Door de opkomst van de auto verloor de fiets helaas iets aan populariteit. Gelukkig duurde dit slechts tot de jaren ’70. De Flower Power- tijd heeft alles weer goed gemaakt en zorgde voor een sterke comeback.

 

Mythisch symbool

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg de fiets een mythische status doordat er rijwielen in beslag werden genomen door de Duitse bezetters. Na de oorlog werd het motto: 'Geef mij m'n fiets terug'. De fiets werd symbool voor het Nederland na de Tweede Wereldoorlog.

 

Kom, we gaan fietsen!

Nu - meer dan 200 jaar later na de uitvinding van de fiets - kunnen we ‘fietsen’ niet meer wegdenken uit onze samenleving.  Van jongs af aan leren we hoe we moeten fietsen, en tot aan onze oude dag is fietsen dé manier om je te verplaatsen. Het is duurzaam en het houdt je fit.

Ook blijft het zich ontwikkelen: van racefietsen, ligfietsen, stadsfietsen kinderfietsen, bakfietsen tot éénwielers, tandems, deel-fietsen en e-bikes.

Contact

Stichting Landelijk Fietsplatform
Berkenweg 30
3818LB Amersfoort
Utrecht
Website