Over

De snuifreder produceert snuiftabak. In Nederland gebeurt dat nog in twee snuifmolens met een karottenfabriekje te Rotterdam. Snuiftabak is zeer fijn gemalen en gedroogde tabak waaraan kruiden zijn toegevoegd. Snuiftabak wordt niet gerookt, maar gesnoven. De snuifreder stript eerst de tabaksbladeren, waarbij de middennerf geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd. Daarna worden de gestripte bladeren gesaust. De saus is belangrijk voor de fermentatie en zorgt mede voor de geur van de snuif. Er zijn vele soorten saus. Belangrijke bestanddelen van de sausen zijn: zout, potas, salmiak en suiker of stroop. Er kunnen ook geurstoffen aan toegevoegd worden. De gesauste bladeren worden in porties van 1,5 à 2 kg in linnen of katoenen doeken gewikkeld. Deze pakketten of poppen worden omwonden met stevig aangetrokken touw. Dit noemt men karotten trekken. Enkele weken later wordt het karotten trekken herhaald. Na een aantal weken van opslag volgt de volgende fase: het ficeleren. Het doek en het dikke touw worden vervangen door dunne touwtjes. De pakketten, de karotten, gaan nu lange tijd in de opslag. Na ten minste een half jaar kunnen de karotten verder verwerkt worden in de stampkuipen van de snuifmolen. Zowel molen De Ster als molen De Lelie in Rotterdam kunnen hiervoor gebruikt. De karotten worden heel fijn gehakt. De snuif wordt gezeefd en is klaar voor gebruik. Snuiftabak wordt in Nederland heel weinig meer gebruikt. Onder Marokkaanse jongeren in Nederland is het gebruik op kleine schaal populair.

Gemeenschap

De Stichting De Kralingse Snuif en Specerijen Compagnie De Ster en De Lelie zorgt niet alleen voor de instandhouding van de ambachtelijke bereiding van snuiftabak, maar ook voor het verwerven van kennis over de geschiedenis van het verwerkingsproces. Het ambacht wordt door zes à zeven vrijwilligers uitgeoefend. De Stichting zet zich ook in voor het behoud van de benodigde gebouwen.

Geschiedenis

>De tabaksplant komt oorspronkelijk uit Amerika. De eerste tabaksplanten werden in 1518 ingevoerd in Portugal en Spanje. Vandaaruit verspreidde het gebruik van snuif zich over Europa. In het midden van de zeventiende eeuw werd in heel Europa tabak gebruikt en het was vaak populair om medicinale redenen. In de achttiende eeuw waren de zogenoemde karottenfabrieken, waarin snuif werd gemaakt, vermaard. In Rotterdam verscheen in 1752 de eerste fabriek van vele waarin karotten verwerkt werden tot snuif. Door het veranderde tabaksgebruik – er werden meer sigaren en sigaretten gerookt – verdwenen langzamerhand al deze fabrieken en zijn nu alleen het karottenfabriekje en de snuif- en specerijmolens De Ster en De Lelie aan de Kralingse Plas nog over. In 1983 werd het fabriekje provisorisch gerestaureerd, maar wel zodanig dat weinig meer herinnert aan de oorspronkelijke functie. De Gemeente Rotterdam is nu eigenaar van het fabriekje en de twee molens. In 2004 werd door een aantal vrijwillige molenaars in overleg met de oude molenaar op de Rotterdamse snuifmolens de Stichting de Kralingse Snuif en Specerijen Compagnie De Ster en De Lelie opgericht. Hoofddoel van de stichting is het in stand houden van de ambachtelijke verwerking van snuiftabak en specerijen. Met hulp van enkelen die als sponsor optreden, wordt deze doelstelling nu gerealiseerd.

Organisatie

Stichting De Kralingse Snuif en Specerijen Compagnie De Ster en De Lelie
Plaszoom 322
3062 CL Rotterdam
Website