Over

Op de eerste zondag na Pinksteren, Drievuldigheidszondag, trekt er een kleurrijke processie door het centrum van Boxtel. De kern wordt gevormd door de schrijn met de Heilig Bloeddoek. Volgens de overlevering is op deze doek wijn terechtgekomen die tijdens de consecratie in de Heilige Mis bloed van Christus was geworden. De stoet bestaat uit groepen die verschillende delen van het verhaal en de kerk uitbeelden. Op de dag van de processie wordt er ’s morgens eerst een plechtige Heilige Mis gelezen waarbij de Heilig Bloeddoek aan de kerkgangers wordt getoond. De processie zelf start om 15.00 uur en trekt door het centrum, om bij de grote parochiekerk van Sint Petrus te eindigen. In de week voorafgaand aan de Heilig Bloedprocessie is er in de Ridderzaal van het kasteel Stapelen in Boxtel een zogenoemde ‘Bloedmirakelse Avond’. In presentaties, lezingen en muziek wordt dan ingegaan op de hedendaagse betekenis van de verering van de bloeddoeken.

Gemeenschap

Priesters en parochianen in Boxtel en omgeving zijn bij de Heilig Bloedprocessie betrokken. Er zijn meer dan vijfhonderd vrijwilligers direct actief voor de processie. Harmonieën, zangkoren, een gilde en een broederschap uit Boxtel geven acte de présence. Langs de kant van de weg staan duizenden toeschouwers. Voor vrijwel heel Boxtel is de Heilig Bloedprocessie een vertoon van gemeenschapszin waar men trots op is.

Geschiedenis

De verering in Boxtel vindt haar oorsprong in een gebeurtenis die enkele jaren voor 1380 plaatsvond. Priester Eligius van den Aker zou geconsacreerde wijn hebben gemorst op twee altaardoeken, het corporale en de altaardwaal. Het bloed van Christus liet zich niet meer wegwassen. Eligius verborg de doeken en maakte pas op zijn sterfbed bekend wat er destijds was gebeurd en waar de bewuste altaardoeken zich bevonden. De doeken zouden spoedig veel pelgrims naar Boxtel trekken. Op 27 juni 1380 verleende paus Pilaeus per bul toestemming om de doeken eenmaal per jaar, op Drievuldigheidszondag, de eerste zondag na Pinksteren, te tonen aan de gelovigen. Rond 1600 werden de doeken veiliggesteld in Den Bosch. Eenmaal per jaar, op Drievuldigheidszondag, werden ze voor één dag overgebracht naar Boxtel. Na de inname van ’s-Hertogenbosch door Frederik Hendrik in 1629 werden de doeken naar kasteel Stapelen in Boxtel gebracht. Na de Vrede van Münster in 1648 kwamen de doeken terecht in Antwerpen en daarna in Hoogstraten, waar op 26 mei 1652 de eerste Heilig Bloedviering in de Sint Catharinakerk plaatsvond. Het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 versterkte de positie van de katholieke kerk in Nederland. In Boxtel werd getracht de Heilig Bloeddoeken weer terug te krijgen. Na langdurige onderhandelingen werd in 1924 een compromis bereikt: Boxtel zou het corporale terugkrijgen en de altaardwaal zou in Hoogstraten blijven. Op 15 juni 1924 werd het corporale in een plechtige processie overgebracht naar de Sint Petruskerk in Boxtel en vond een processie plaats. Processies op de openbare straat waren verboden. Sinds 1947 trekt de processie door het centrum van Boxtel. In 1949 bedacht beeldend kunstenaar Lucas van Hoek een uitgebreide opzet voor de processie, waarbij historische en Bijbelse figuren werden verbeeld. Voor veel mensen heeft de processie in de loop der jaren een andere betekenis gekregen. Zij beleven de processie als een cultuurhistorisch fenomeen en zoeken naar een weg om er op een moderne manier vorm aan te geven.

Organisatie

Heilig Bloedstichting Boxtel
De Houtbreker 23
5283 ME Boxtel
Website