Superdivers immaterieel erfgoed

Verslag van de conferentie in Utrecht

Op 15 en 16 februari 2018 organiseerde het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed een internationale conferentie in Utrecht over ‘Urban Cultures, superdiversity and Intangible Heritage’. De dag was georganiseerd in samenwerking met de Vlaamse organisaties tapis plein (nu: Werkplaats Immaterieel Erfgoed), FARO en met de Duitse UNESCO commissie. De dag vond plaatst in het kader van het Europese Jaar van het Cultureel Erfgoed 2018.

Ulu Moskee

Urban Cultures

De tweedaagse conferentie in Utrecht werd bezocht door zo’n 130 deelnemers, de meesten afkomstig uit Duitsland, Nederland, België en Zwitserland, maar er waren ook deelnemers uit Italië en landen zo ver weg als China, Zuid-Korea en Nepal. Lezingen en workshops werden afgewisseld met optredens. Zo was er bijvoorbeeld een optreden van de multiculturele band Shaian, uit Kaiserslautern, aangevoerd door een uit Iran afkomstige rapper. De conferentie vond plaats in de Ulu Moskee, in de multiculturele wijk Lombok.

Shaian

Immaterieel erfgoed gaat over tradities, gewoonten en gebruiken die je van huis uit hebt meegekregen en principe overal mee naar toe neemt, waar je ook gaat. Maar hoe beleef je die tradities en gewoonten in een superdiverse omgeving met soms meer dan 160 etniciteiten in een wijk? Niet alleen voor het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed maar ook voor UNESCO wereldwijd is het een uitdaging.

Dat UNESCO het onderwerp van belang vindt, bleek uit de komst van Tim Curtis, de secretaris van de Conventie ter Bescherming van het Immaterieel Erfgoed, die in Parijs de immaterieel erfgoed sectie van UNESCO aanstuurt. Volgens Curtis, tijdens zijn openingstoespraak op dag twee, maakt cultuur steden attractief en interessant en is immaterieel erfgoed een motor voor duurzame ontwikkeling.

 

Tim Curtis

Identificeren met diversiteit

Misschien de belangrijkste conclusie van de conferentie was dat in een diverse wijk mensen zich niet zozeer identificeren met de eigen cultuur van het land van herkomst maar met diversiteit. Deze conclusie baseerde key-note speaker Jenny Phillimore op haar onderzoek naar een superdiverse wijk in Birmingham waarvoor ze bijna honderd mensen interviewde. Waar voelen mensen zich thuis? Een typerend citaat uit haar onderzoek: ‘de mensen die er wonen zijn allemaal anders, net als ik’. Een vergelijkbare trend zie je ook in Nederland. Op een feest als Koningsdag worden in een wijk als Lombok (in Utrecht) andere accenten gelegd dan in rest van Nederland, minder oranje, muziek van multiculturele bands en met heel veel verschillende eetculturen. ‘Lombok anders’ is niet voor niets de naam van het organiserende comité. Elementen uit andere culturen geven een exotisch tintje aan een wijk. Zoals keynote Wolfgang Kaschuba het verwoordde: migranten brengen onverwachte en (voor Europa) ongewone tradities mee.

Het is een uitdaging voor de samenleving als geheel: hoe kun je mensen een thuisgevoel geven met behulp van immaterieel erfgoed? Het is ook een vraag met uitgesproken cultuurpolitieke dimensies.

 

Turkse gerechten in Utrecht

Europees erfgoed of erfgoed in Europa?

Roel During, van Wageningen Universiteit, plaatste de uitdagingen van de nieuwe diversiteit in het kader van uiteenlopende Europese discoursen over erfgoed. Volgens During is Europa nog vooral ingesteld op min of meer homogene, regionale, zo niet nationale culturen. Sommigen spreken zelfs van een Europese cultuur, waarvan de oorsprong al zou liggen in de tijd van de Kelten. Een dergelijk model is in het huidige superdiverse Europa niet langer houdbaar.

Volgens During is ‘erfgoed maken’ in zekere zin een reactie op het voortgaande proces van modernisering. Je kan daarbij terugblikken en zoeken naar een homogeniserend ‘gecanoniseerd’ verleden. Maar je kan ook zoeken naar een meer open benadering gekenmerkt door inclusivitieit, waarbij top down benaderingen worden geplaatst tegenover een meer open en conviviale benadering van cultuur. ‘Bonding needs a canon. Bridging needs co-creation. Canonisation is not an answer to cultural complexity.’

Uitwisseling in kleinere groepen

In de verschillende praktijkvoorbeelden die tijdens de conferentie werden gepresenteerd werd uitgebreid gesproken over politieke instrumentaliseringen van erfgoed. Zoals bijvoorbeeld in Skopje waar de overheid op een top down manier terug wil grijpen op een orthodox cultureel verleden dat weinig nieuwe invloeden verdraagt. Barcelona was een ander voorbeeld, in het spanningsveld tussen een naar onafhankelijkheid strevend Catalonië en een centraliserend Spanje. De politiek was, zoals Marc Jacobs het in zijn ‘concluding remarks’ formuleerde, één van de terugkerende ‘elephants in the room’. Dat de politiek ook kan kiezen voor een open en inclusieve benadering bleek uit weer andere voorbeelden, bijvoorbeeld uit Nederland. In de superdiverse wijk van West-Kruiskade, in Rotterdam, wordt immaterieel erfgoed bijvoorbeeld gebruikt om de wijk te profileren als een in al zijn diversiteit aantrekkelijke wijk om te vertoeven, met een brede variëteit aan feesten en tradities en met festivals zoals het Chinees Drakenfeest, de viering van Keti Koti en de vele restaurants met gerechten uit de hele wereld. Immaterieel erfgoed kan dan fungeren als een manier om bruggen te slaan en aldus bijdragen aan sociale cohesie.In Rotterdam gingen stadverbetering en een nieuw gevoel van sociale cohesie kweken met behulp van immaterieel erfgoed hand in hand.

Het past in het Nederlandse beleid om te kiezen voor een bottom up benadering. Beleidsambtenaar Riet de Leeuw, verbonden aan het ministerie van OCW, noemde minister Van Engelshoven als voorbeeld. Van Engelshoven is nog niet zo lang minister van Cultuur. Om kennis te nemen van de sector van het immaterieel erfgoed bracht ze onlangs een bezoek aan de West-Kruiskade om direct in gesprek te gaan met de erfgoeddragers zelf, dat door hen erg op prijs werd gesteld.

 

Immaterieel erfgoed in de publieke ruimte

In een stedelijke context is Immaterieel erfgoed iets dat zich vooral afspeelt in de publieke ruimte. Bij erfgoed en cultuur gaat het, in de woorden van keynote Monika Salzbrunn, om een proces van ‘place making’, waarbij mensen zich identificeren met een breed scala aan publiek gedeelde cultuuruitingen. Tijdens de conferentie werd veelvuldig gesproken over wat je het ‘festival’ of ook wel het ‘carnaval’ model van immaterieel erfgoed zou kunnen noemen. Kleurrijke feesten zoals Divali en het Chinese drakenfestival, alsmede het Rotterdamse Zomercarnaval, zijn tegenwoordig ‘identity markers’ geworden voor uiteenlopende diverse wijken in steden als Den Haag, Mannheim, Birmingham en Rotterdam. Feesten waarmee een hele wijk zich tegenwoordig identificeert.

Een uitgebreid Engelstalig verslag van het symposium zal gepubliceerd worden op deze website.

Voor een Franstalig verslag van de conferentie zie hiernaast.

 

De foto's bij dit verslag werden gemaakt door Iris Wissenburg, Arie Koelemij, Susanne Verburg en Saskia van Oostveen.

 

Steven Vertovec

Alle rechten voorbehouden