Ring- en sjezenrijden in Zeeland

Ringrijden is een dag lang samen buiten zijn, meestal in stad of dorp, omringd door paarden, publiek en mensen die je vaak al je hele leven kent. Vanaf de vroege ochtend tot de laatste wedstrijd blijft iedereen betrokken, of je nu als rijder de finale haalt, de hele dag meehelpt of vanaf de zijlijn aanmoedigt.

Iedereen komt samen en ontmoet elkaar tijdens de wedstrijd. ‘Als organisatie ben je de hele dag bezig. Je bent samen in de weer om er een mooie dag van te maken,’ vertelt lid van de Zeeuwse Ringrijders Vereniging (ZRV) Alice Brasser.

Samenwerking tussen mens en dier

Ringrijden start met de verbinding van de rijder of ‘menner’ met het paard. Die relatie en het vertrouwen in elkaar worden door het hele seizoen heen opgebouwd: door verzorging, training en het afstemmen van ritme. De zorg voor de paarden is stevig verankerd in de praktijk, van dagelijkse aandacht tot gezondheidscontroles, inentingen, het hitteprotocol en de veiligheidscheck van tuig en wagen. ‘Voor de rijders is het paard het meest belangrijk. Zonder een goede band ben je nergens. Daarom oefenen de meeste rijders voorafgaand aan de wedstrijd om samen optimaal te kunnen presteren,’ legt verenigingslid en ervaringsdeskundige Alice Brasser uit.

Met paard (en sjees)

Bij het Zeeuwse ringrijden draait alles om het steken van zoveel mogelijk ringen met een lans. De ruiter rijdt daarbij in galop over de baan op een ongezadeld, versierd paard en draagt een wit tenue met een oranje sjerp.

De ring hangt midden op de baan in een ‘bus’: een metalen houdertje dat over het touw tussen de twee ringpalen wordt verschoven. Op aanwijzing van de rijder plaatst de ringoppasser – de vrijwilliger die de ring ophangt – de bus precies op de juiste hoogte. De ringpalen worden in het Zeeuws ‘poengers’ genoemd.

Bij het sjezenrijden gebeurt hetzelfde vanuit een tweewielige wagen, ook wel ‘sjees’ genoemd, getrokken door een dravend paard, met een koetsier en ringsteker in traditionele Walcherse klederdracht. Van oudsher is de ringsteker een vrouw en de koetsier een man, tijdens de boerenronde wisselen zij van positie.

"Zo conservatief als het ringrijden kan zijn, zo uitbundig is de versiering."

- Jan-Willem Poppe, voorzitter van de Zeeuwse Ringrijders Vereniging (2026)

Wedstrijdrijden

Een officiële ringrijbaan is 36 meter lang en 1 meter breed, met een touw op 2,20 meter hoogte. Aan beide uiteinden van de baan staan de paarden opgesteld in zogenoemde boxen, zodat elke deelnemer direct klaarstaat voor zijn of haar beurt. Bij officiële wedstrijden rijdt iedere deelnemer dertig beurten. Na zo'n beurt geeft de ringloper de lans door, neemt gestoken ringen aan en zorgt dat de volgende deelnemer klaarstaat. De wedstrijdleiding en baancommissaris bewaken het tempo, de veiligheid en de naleving van de regels. De schrijvers houden de stand bij op bord en papier en controleren elkaar. Bij een gelijke stand volgt het ‘kampen’, waarbij gestoken wordt op ringen met een steeds kleinere diameter, van 38 mm tot uiteindelijk 10 mm.

Versiering en vlechtwerk

Naast dat de paarden gezond moeten zijn, worden ze verzorgd en versierd. Alle deelnemers worden beoordeeld volgens een wedstrijdreglement. De versieringsprijs wordt toegekend op basis van deze beoordeling, waarbij vooral wordt gekeken naar de uiterlijke verzorging en de finesse van het vlechtwerk en de versiering. ‘Bij sjezen wordt altijd gewerkt met een bloemstuk achterop en de paarden worden ingevlochten, van origine met wol, inmiddels ook soms met ander materiaal. Waar het om gaat is dat de manen en staart ingevlochten zijn, maar sommigen zijn heel creatief. Zo conservatief als het ringrijden kan zijn, zo uitbundig is de versiering. Vroeger rood-wit-blauw, stukje oranje. Dat is nu echt niet meer, mede door de creativiteit van een nieuwe generatie deelnemers,’ vertelt voorzitter van de ZRV Jan-Willem Poppe.

"Voor de rijders is het paard het meest belangrijk. Zonder een goede band ben je nergens. Daarom oefenen de meeste rijders voorafgaand aan de wedstrijd om samen optimaal te kunnen presteren"

Alice Brasser, lid van de Zeeuwse Ringrijders Vereniging (2026)

Een uitbundig feest

Het Zeeuwse ringrijden lijkt een afgeleide te zijn van ridderlijke steekspelen en middeleeuwse toernooien. Al in de zeventiende eeuw werd er in dorpen op Walcheren en Zuid‑Beveland ringgereden, gefeest en gedronken, tot grote ergernis van de kerk. Ondanks pogingen om het te verbieden, bleef het gebruik bestaan dankzij lokale notabelen en de warme belangstelling van het Koninklijk Huis. Zij schonken vanaf de 18e eeuw prijzen die nog altijd worden uitgereikt. In de twintigste eeuw groeide het ringrijden uit tot een georganiseerde sport gedragen door dorpsverenigingen, met een gezamenlijke jaarwedstrijd op het Abdijplein in Middelburg. Sinds 1965 is er een klassensysteem, vergelijkbaar met dat van voetbal, waardoor rijders zich op verschillende niveaus met elkaar kunnen meten. Bij de dorpswedstrijden kwalificeren rijders zich voor deelname aan de klassewedstrijden van de Zeeuwse Ringrijders Vereniging.

Competitie en verbinding

Het ringrijden verbindt mensen met elkaar, met de paarden, met het gedeelde verleden en met de regio. Door de diversiteit aan rijders komen mensen van verschillende leeftijden, uit verschillende plaatsen en met uiteenlopende achtergronden bij elkaar. ‘Dit werkt door in het dagelijks leven,’ vertelt Alice. ‘Als je een stukadoor nodig hebt bijvoorbeeld, want elk vakgebied is wel vertegenwoordigd. Je kent elkaar van het ringrijden en weet elkaar te vinden.’

Die verbondenheid is voelbaar op de wedstrijddag zelf. Dat geldt zowel voor het steken van de laatste twee ringen voor de felbegeerde pollepel als voor het rijden om grote prijzen, zoals het bronzen beeldje van een paard en ruiter. Dit bronzen beeldje is een wisselprijs en werd in 1981 gemaakt door Prinses Beatrix. De pollepel was vroeger een schandeprijs, maar is tegenwoordig een van de mooiste handbeschilderde prijzen. Maar even belangrijk als de competitie, zijn gedeelde gebruiken als het jonassen van de kampioen en het opbouwen en opruimen van de baan.

Meer weten over ring- en sjezenrijden in Zeeland?

Lees verder over onder meer de historie, de tradities en de Zeeuwse kledendracht op de website www.ringrijden.nl. Hier zijn ook de jaaragenda, de uitslagen en de reglementen te vinden.


Bij ons bekend

Immaterieel erfgoed wordt in heel Nederland beoefend. Benieuwd welke gemeenschappen, stichtingen, cultuurdragers en enthousiastelingen zich actief inzetten om het Zeeuwse ring- en sjezenrijden levend te houden? Hieronder vind je een overzicht van alle erfgoedgemeenschappen en -beoefenaars die bij ons bekend zijn en zich inzetten voor het Zeeuwse ringrijden.

Draag jij ook bij aan het voortbestaan van deze sport en wil je jouw organisatie, vereniging of naam toevoegen aan deze pagina? Wat leuk! Stuur een mail naar info@immaterieelerfgoed.nl of bel ons op telefoonnummer 026 356113.

Gebruikte bronnen

Voor het schrijven van deze Inventarispagina hebben wij erfgoedbeoefenaren geïnterviewd en bronnen van de Zeeuwse Ringrijders Vereniging gebruikt. Mis je informatie of zie je onjuistheden? Laat het ons weten door een mail te sturen naar info@immaterieelerfgoed.nl.