Nederland en het Verdrag van Faro

Vorig jaar liet de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in haar beleidsbrief ‘Cultuur in een open samenleving’ weten dat het kabinet voornemens was een onderzoek naar de ratificatie van het Verdrag van Faro te starten. Uitgangspunt van dit verdrag van de Raad van Europa is de sociale waarde van erfgoed. Het kabinet laat een inventarisatie maken van voorbeelden van de Faro-werkwijze en ondersteunt projecten waarbij de actieve betrokkenheid van burgers bij erfgoed centraal staat. Er bestaan veel raakvlakken tussen dit verdrag en het UNESCO Verdrag inzake de bescherming van Immaterieel Erfgoed.

Sinds 1 maart van dit jaar is de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Faro-programma gestart met als doel burgerinitiatief en -participatie tot een vanzelfsprekend onderdeel van de erfgoedpraktijk te maken. Dit programma wordt in nauwe samenwerking met erfgoedorganisaties uitgevoerd en heeft als motto ‘leren door te doen’. Eerst wordt een netwerk van experts en gemeenschappen opgezet. In proefprojecten worden vervolgens gezamenlijk methoden en instrumenten ontwikkeld waarmee overheden, erfgoedorganisaties en erfgoedgemeenschappen aan de slag kunnen in de praktijk. Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland leverde bijdrage aan de ‘programma startup’. De uitkomsten van het programma leveren een advies op aan de minister van over ratificatie van het Verdrag van Faro.

Op 15 en 16 mei belegde de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een Faro Convention Meeting in Maastricht in Heerlen. Onder de titel ‘De rol van erfgoed bij maatschappelijke vraagstukken’ is een verslag van deze tweedaagse uitgebracht als magazine (zie bijlage). Wil je op hoogte blijven van andere bijeenkomsten en activiteiten van het Faro-programma in Nederland? Dat kan via dit formulier.

Alle rechten voorbehouden