Denkend aan Nederland

Op 26 juli verscheen bij het Sociaal en Cultureel Planbureau het Sociaal en Cultureel Rapport 2019 - Denkend aan Nederland, waarin de Nederlandse identiteit vanuit het perspectief van de Nederlandse burger wordt beschreven. Nederlandse identiteit wordt gezien als een onderwerp van (nationaal) belang. Door middel van focusgroepen en interviews door het hele land en enquêtes, is voor het eerst aan Nederlanders zélf gevraagd wat zij belangrijk vinden voor hun gevoel van verbondenheid met hun land.

Het rapport geeft aan dat vooral de Nederlandse taal, symbolen en tradities belangrijk zijn. Bij de hoogst scorende items die in het rapport genoemd worden zitten opvallend veel bijschrijvingen uit de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland, zoals het vieren van Koningsdag, de herdenking en viering van 4 en mei en het vieren van Sinterklaasavond. Binnenkort zal ook de Pride Amsterdam worden bijgeschreven als immaterieel erfgoed, waar weer een belangrijke koppeling ligt met het in Denkend aan Nederland genoemde item ‘gelijkheid van homo en hetero’ (voor de wet). Lees hieronder het mediabericht van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Denkend aan Nederland

Ondanks scherpe tegenstellingen in het publieke debat zijn Nederlanders eensgezind over wat Nederland tot Nederland maakt

Dit blijkt uit Denkend aan Nederland. Sociaal en Cultureel Rapport 2019. Een onderzoek naar wat Nederland voor de Nederlanders betekent. Een groot deel van de Nederlanders geeft aan dat er een Nederlandse identiteit bestaat. Hierbij zijn vooral de Nederlandse taal, symbolen en tradities belangrijk. Er komen opvallend weinig verschillen tussen Nederlanders naar geslacht, leeftijd, opleiding en afkomst naar voren. We zijn het dus behoorlijk met elkaar eens over wat Nederland tot Nederland maakt. In situatie van debat zijn er Nederlanders die meer belang hechten aan symbolen en tradities en Nederlanders die burgerlijke vrijheden centraal stellen. Dat kan dan flink botsen. Vragen vernauwen zich dan vaak tot ‘meer of minder EU’ en ‘voor of tegen Zwarte Piet’. Vrijheid geldt als grote gemene deler voor veel Nederlanders, maar de invulling verschilt in soms tegengestelde richtingen. Waar Nederlanders het wél over eens zijn, sneuvelt in de discussie en komt vaak niet aan bod.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) beschrijft in Denkend aan Nederland. Sociaal en Cultureel Rapport 2019 de Nederlandse identiteit vanuit het perspectief van de Nederlandse burger. Door middel van focusgroepen en interviews door het hele land en enquêtes, is aan Nederlanders zélf gevraagd wat zij belangrijk vinden voor hun gevoel van verbondenheid met hun land. Niet eerder is onder Nederlandse burgers wetenschappelijk onderzoek gedaan naar wat zij verstaan onder Nederlandse identiteit. Dit onderzoek draagt bij aan de inzichten in wat ons bindt en wat ons scheidt, door te analyseren en beschrijven wat wij als Nederlanders delen en wat niet.

Waaruit bestaat onze nationale identiteit?

Op de vraag of er een Nederlandse identiteit bestaat antwoordt 41% van de Nederlanders ‘ja’, 42% denkt dat er in sommige opzichten sprake van is en 6% wijst dit absoluut af. Opvallend zijn de grote overeenkomsten in wat men typisch Nederlands vindt en waar we ons mee verbonden voelen. Mensen benoemen vooral culturele kenmerken als typerend voor Nederland: eerst en vooral de Nederlandse taal, maar ook symbolen en tradities. Denk aan Koningsdag, Dodenherdenking en Bevrijdingsdag, oliebollen tijdens oud en nieuw en de Nederlandse vlag. Behalve deze elementen worden ook landschappelijke of omgevingskenmerken als karakteristiek gezien, zoals de Nederlandse wolkenluchten, de polder en onze strijd tegen het water. Religies zoals de islam, boeddhisme en in mindere mate ook het christendom zijn geen bron van verbondenheid voor de meerderheid van de Nederlanders.

Nederland een gepolariseerd land?

We zijn het in de basis erg met elkaar eens. De meeste mensen voelen zowel verbinding via symbolen en tradities als met burgerlijke vrijheden. Maar soms ontstaan er situaties of discussies waarin mensen het gevoel hebben dat zij een keuze moeten maken. Dan kunnen spanningen ontstaan tussen mensen die zich net wat sterker verbonden voelen met Nederland op basis van symbolen en tradities (denk aan Koningsdag en Sinterklaas) en mensen die juist binding met Nederland ervaren op basis van burgerlijke vrijheden (zoals vrijheid van meningsuiting, recht tot demonstreren en vrijheid van godsdienst). Dit kan bijvoorbeeld botsen als er verschillend gedacht wordt over de invulling van de Nederlandse identiteit zoals bij de intocht van Sinterklaas. Versterkt door (sociale) media geeft dit – ondanks de grote mate van overeenstemming – een beeld van een gepolariseerd land waarin tegenstellingen overheersen.

Mensen die voornamelijk symbolen en tradities als verbindend zien, zijn geneigd te denken in termen van dé Nederlandse identiteit en vinden dat de overheid een verantwoordelijkheid heeft om die identiteit en onze tradities te borgen. Mensen die zich meer verbonden voelen via burgerlijke vrijheden vinden dat de overheid primair democratische vrijheden en de inclusiviteit van de rechtsstaat moet waarborgen.

De blik van buiten naar binnen

Internationaal gezien is Nederland te karakteriseren als ‘het meest zuidelijke Scandinavische land dat zich graag spiegelt aan Angelsaksische landen en met wortels in het Duitstalige deel van Europa’. Wat Nederlanders in het buitenland vooral bindt aan Nederland zijn in de eerste plaats familie en vrienden en daarnaast de Nederlandse taal en cultuur (eten, feestdagen, tradities). Het valt hen op hoe vol en druk, maar ook hoe gezellig en goed georganiseerd Nederland is. Vaak zijn het twee kanten van dezelfde medaille. Nederlanders zijn in de ogen van veel Nederlanders in het buitenland soms `lomp’ en gedragen zich `asociaal’, maar diezelfde kenmerken worden ook wel als direct en nuchter omschreven. Bureaucratie en regels in Nederland vallen op in het buitenland, maar zaken in ons land zijn ook goed georganiseerd.

Het belang van de Nederlandse geschiedenis

In theorieën en discussies over het Nederlandse identiteitsbesef speelt nationale historie een belangrijke rol, denk aan de discussie over de historische canon. Uit het onderzoek blijkt dat Nederlanders belang hechten aan geschiedenis via nationale herdenkingen, feestdagen, tradities en gewoonten (zoals schaatsen en ijspret). De historische kennis is daarentegen beperkt. Over het Plakkaat van Verlatinghe bijvoorbeeld, begin 2018 via een televisieverkiezing nog uitverkoren tot ‘pronkstuk van Nederland’, velt maar liefst 50% van de respondenten geen oordeel, omdat ze het niet kennen of omdat ze niet weten wat ze ervan vinden.

Over dit onderzoek

De belangrijkste ambitie van Denkend aan Nederland is beschrijven wat Nederland voor Nederlanders tot Nederland maakt, en waarmee de Nederlandse bevolking zich op dit moment identificeert en verbonden voelt. Dat betekent dat we geen antwoord geven op de vraag of op scholen het Wilhelmus gezongen moet worden, of Nederland uit de EU moet stappen of hoe Zwarte Piet eruit moet zien. Wel wordt informatie aangedragen vanuit het burgerperspectief die dit soort debatten kan verrijken met de stem van gewone Nederlanders, dus wat zij zien als typerend voor Nederland en of ze zich daarmee verbonden voelen. Dit onderzoek brengt het perspectief van de burger in, in het soms verhitte debat over nationale identiteit.

Alle rechten voorbehouden