Het Netwerk Immaterieel Erfgoed laat de variëteit aan cultuuruitingen zien die erfgoedgemeenschappen, groepen of individuen zelf erkennen als immaterieel erfgoed. Dit immaterieel erfgoed is door henzelf in het Netwerk aangemeld. Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland is derhalve niet verantwoordelijk voor de inhoud van de beschrijving.

Beschrijving

Van de bestelling bij de bakker tot de consumptie wordt de Twentse krentenwegge omgeven door tradities, sociale gebruiken en regels met een historische, culturele en emotionele waarde. Van oudsher is het verzorgen van de kraamvrouw en kraamvisite onderdeel van de burenplicht. In de loop van de tijd groeit de speciale broodsoort uit tot een geboortegeschenk van buren en buurtgemeenschappen. Binnen de ongeschreven regels van ‘noaberplicht’ is het de taak van buurvrouwen om de kraamvrouw herstellend voedsel en delicatessen te brengen. Het ‘met de kromme arm gaan’ oftewel ‘kraamschudden’ krijgt landelijke bekendheid omstreeks 1900. Na de geboorte van prinses Beatrix (1938) gaan in Twentse klederdracht gehulde delegaties decennialang op kraamvisite bij de Oranjes, notabelen en beroemdheden. Van de opening van gebouwen, jubilea tot bezoekjes van hoogwaardigheidsbekleders: in het naoorlogse Twente is de krentenwegge prominent aanwezig bij elke speciale gelegenheid. Sindsdien is de krentenwegge uitgegroeid tot hét symbool van Twentse gastvrijheid. 

In hartje Twente wordt de krentenwegge al drie generaties bereid door bakkerij Schabbink in Saasveld. Aan de basis van de bereiding staat de receptuur die Albertus Schabbink (1912-1978) ontwikkelt tijdens zijn 15-jarige loopbaan als bakkersknecht bij lokale bakkers in Borne, Zenderen en Saasveld. Nadat Bets Schabbink in 1938 zijn eigen bedrijf begint, groeit bakkerij Schabbink uit tot familiebedrijf. Sindsdien heeft de bakkerij zich gespecialiseerd in de bereiding van lokale broodsoorten, koek, beschuit en krentenwegge. Als 3de generatie broodbakker heeft Nicole Schabbink het initiatief genomen om de traditie en geschiedenis van de krentenwegge te documenteren, promoten en meer bekendheid te geven. Van oudsher wordt de krentenwegge op bestelling gebakken en bestaan overal in Twente grotere en kleinere verschillen tussen de wegges en bijbehorende gewoonten. Lang was een breedte van 30 centimeter en lengte van 1 meter geen uitzondering, maar eerder regel.

Ook ontwikkelen de meeste bakkers eigen recepturen. Door de hoeveelheden van de ingrediënten en verhoudingen uit het blote hoofd in te schatten, maken bakkers een stevig deeg van fijngemalen tarwe (patentbloem), bakkersgist, zout, vocht en krenten. Het schoonmaken van de kleine, gedroogde druiven uit Corinthe (verbasterd tot krenten) neemt veel tijd in beslag, ook worden de krenten met de hand door het deeg zijn gekneed. Na een korte voor- en narijs wordt de wegge op de bakplaat de oven ingeschoven. In het verleden tussen latten of planken zodat de korst niet te hard wordt en de zijkant zacht blijft. De krentenwegge wordt op lage temperatuur gebakken. Voor de Tweede Wereldoorlog gebruiken de meeste bakkers de restwarmte van de ‘bakspieker’ -een op takkenbossen gestookte bakkersoven. Tijdens de naoorlogse periode doen moderniseringen hun intrede en gaat de krentenwegge met de tijd mee. Het krentenweggedeeg wordt sindsdien gekneed door machines en in een (elektrische) bakkersoven gebakken. Behalve krenten worden rozijnen gebruikt voor de vulling. De latten en planken worden gaandeweg vervangen door (houten) bakvormen.

Contact

Bakkerij Schabbink
Saasveld
Overijssel