Het Netwerk Immaterieel Erfgoed laat de variëteit aan cultuuruitingen zien die erfgoedgemeenschappen, groepen of individuen zelf erkennen als immaterieel erfgoed. Dit immaterieel erfgoed is door henzelf in het Netwerk aangemeld. Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland is derhalve niet verantwoordelijk voor de inhoud van de beschrijving.

Beschrijving

Op de plek waar in de 12e eeuw een benedictijner orde in Overasselt een kloosterboerderij bestierde, staan nu nog de resten van een aan Sint-Walrick gewijde kapel. Walrick leefde rond 600 en werd de patroon van mensen die voor de rechter moeten verschijnen, maar ook van de zieken. Hij stond erom bekend dat men zijn voorspraak tegen de koorts kon aanroepen. Naast de Walrickkapel staat daarom de koortsboom. Aan deze boom wordt geneeskracht toegedicht. Bedevaartgangers smeken er genezing af voor hun eigen of voor andermans ziekte door een - door de zieke gedragen - kledingstuk (tegenwoordig ook een mondkapje) in de boom te hangen.

Vogels en wandelaars hebben hier normaal het rijk alleen, maar op paaszaterdag klinkt er op deze historische gedenkplaats ook gregoriaanse zang. Die wordt ten gehore gebracht door zangers van de Nijmeegse Schola Cantorum Karolus Magnus. Zij hebben de locatie nieuw leven ingeblazen door haar begin 21e eeuw spiritueel te 'adopteren'. Sinds 2008 verzorgen zij er ieder jaar op paaszaterdag kort na zonsopgang om 7.00 uur een ‘concert des levens’.

Bij optrekkende ochtenddauw komen zij, gekleed in benedictijner kovels, in processie uit de omringende bossen tevoorschijn en zingen, midden in de ontluikende natuur in aanwezigheid van enkele honderden toeschouwers, gregoriaanse gezangen. Die gaan over Sint-Walrick, over de koortsboom, over het nieuwe seizoen van de lente, over de cyclische bewegingen van leven en dood en - vanwege paaszaterdag - over het nieuwe leven na de dood. In feite brengen zij een ode aan het leven. Ze vieren de opkomst van het zonlicht en gedenken op deze paaszaterdag de opstanding van Christus.

Na de intredeprocessie stellen de ’monniken’ zich op in een kring rond de koortsboom. Hun gezangen worden even onderbroken als twee van hen een stukje kleding in de koortsboomboom hangen. Daarna verplaatst de groep zich naar de kapelruïne. In een van de muren bevindt zich een nis met een Mariabeeld. Na ca. drie kwartier verdwijnen de monniken weer het bos in en laten zij hun gehoor in veelal stille ontroering achter. Er is geen sprake van spektakel, maar van inkeer en bezinning.

Oude lokale gebruiken op deze plaats worden door de schola nieuw leven ingeblazen. Gregoriaanse gezangen namen vroeger bij liturgische riten in kerken en kloosters een belangrijke plaats in. Inmiddels hebben die aan betekenis ingeboet. De Schola, in 1988 opgericht, zet zich in om het kostbare culturele erfgoed van de gregoriaanse zang voor toekomstige generaties te behouden. Niet alleen door deze gezangen opnieuw onder de aandacht te brengen, maar vooral door ze in het heden te plaatsen. De Schola heeft ook andere, gelijksoortige, programma’s op haar repertoire. Zo ontwikkelde zij een programma over het in de geschiedenis van de mensheid steeds aanwezige geweld tegen vrouwen, een programma dat haar bronnen vindt in Dantes Divina Commedia en – heel recent – een programma met gezangen die gerelateerd zijn aan de coronapandemie. De schola wil daarmee een nieuwe lading en een moderne, actuele invulling geven aan de traditionele gregoriaanse zang, die al dateert van vòòr de Middeleeuwen. 

Contact

Schola cantorum karolus magnus
Overloon
Noord-Brabant
Website