Sociale praktijken Ethiek UNESCO

Wanneer een erfgoedgemeenschap geen probleem ziet

Wat gebeurt er als je als onderzoeker een botsing ervaart tussen je veranderde opvattingen en die van de gemeenschap waaruit je afkomstig bent? Tijdens het schrijven van haar masterscriptie was Kim Verbeke zowel insider als outsider. In 'Returning to Aalst: A Feminist Ethnography of the Carnivalesque Dirty Jenny' onderzoekt zij Vuil Janet van het Aalsterse carnaval, een vorm van immaterieel erfgoed die van de Representatieve Lijst van UNESCO is verwijderd.

te voil ver unesco

Foto uit Verbekes scriptie


De bachelorscriptie van Kim Verbeke is een van de zestien scripties die vorig jaar werden ingezonden voor de Dr. Albert van der Zeijdenscriptieprijs 2025. Naast de genomineerde scripties zijn er ook niet-genomineerde onderzoeken die volgens ons extra aandacht verdienen. De scriptie van Verbeke is daar een van. Daarom bespreekt communicatiemedewerker Roos Wijnants in dit artikel 'Returning to Aalst: A Feminist Ethnography of the Carnivalesque Dirty Jenny'. Zij vertelt wat haar na het lezen van de scriptie is bijgebleven en waarom. 


Ik werk nu zo'n twee jaar als communicatiemedewerker bij Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN). Als ik in die tijd iets heb geleerd, is het wel dat wij de erfgoedgemeenschap en haar behoeften centraal stellen. We werken bottom-up: veranderingen beginnen bij de gemeenschap zelf. De vragen waarmee wij aan de slag gaan, komen dan ook meestal van hen. Soms zoekt een gemeenschap hulp bij het vinden van een ruimte of subsidie. Soms verandert wet- of regelgeving, waardoor een traditie zich moet aanpassen, zoals onlangs met het verbod op consumentenvuurwerk. In deze gevallen klopt een gemeenschap bij ons aan, of nemen wij het heft in handen en contacteren wij de gemeenschap.

Wat minder vaak gebeurt, is het omgekeerde: dat wij, vanuit onze eigen expertise, iets zien schuren en zélf het gesprek aangaan. Dat wil niet zeggen dat we zulke spanningen niet opmerken. Ook wij zien erfgoedpraktijken waarin traditionele genderrollen een grote rol spelen, of waarin de omgang met dieren vragen oproept. Maar juist omdat KIEN werkt vanuit de verantwoordelijkheid van erfgoedgemeenschappen voor de borging van hun eigen erfgoed, zijn wij terughoudend om een praktijk vanuit onszelf als problematisch te benaderen. Dat roept een interessante vraag op: wat doe je als je als erfgoedprofessional wél iets ziet dat volgens de gemeenschap helemaal geen probleem is?

Juist daarom bleef de scriptie Returning to Aalst: A Feminist Ethnography of the Carnivalesque Dirty Jenny van Kim Verbeke (Research Master Gender Studies, Universiteit Utrecht) me bij. Hoewel de scriptie uiteindelijk niet werd genomineerd voor de Dr. Albert van der Zeijdenscriptieprijs, vond ik de vragen die zij oproept bijzonder waardevol voor het erfgoedveld en verdient haar onderzoek dubbel en dwars een podium.

Vuil Janet

Verbeke onderzoekt de 'Vuil Janet' (of dialect: ‘Voil J(e)anet), een carnavalsfiguur uit het Belgische Aalst. Op de derde dag van carnaval trekken grote groepen mannen verkleed als Vuil Janet door de stad: extravagante, vieze vrouwenfiguren, in oude ongewassen gewaden, beplakt met maandverband en uitgedost met alles wat het omgekeerde is van het patriarchale idee van succesvolle vrouwelijkheid. Zoals zoveel carnavaleske figuren draait ook de Vuil Janet om omkering: de bestaande orde wordt tijdelijk op zijn kop gezet. Cis-mannen worden vrouwen, en de vrouwen die ze dan worden, zijn vies, luid en zéker niet lieflijk. Ofwel: het omgekeerde van wat een vrouw zou moeten zijn in een patriarchale maatschappij.

Toch laat Verbeke zien dat juist die omkering, dat carnavaleske, niet voor iedereen bevrijdend voelt. Vanuit een queer-feministisch perspectief analyseert zij hoe de figuur volgens haar bestaande ideeën over gender, seksualiteit en uitsluiting kan reproduceren, in plaats van ondermijnen. Daarmee raakt haar onderzoek aan een bredere discussie die rond het Aalsters carnaval al langer speelt. De carnavalsviering kwam de afgelopen jaren internationaal onder vuur te liggen vanwege beschuldigingen van onder meer antisemitisme en stereotypering en verdween uiteindelijk van de UNESCO Representative List nadat de organisatie achter het carnaval zelf besloot de inschrijving in te trekken.

Positie als onderzoeker

Maar wat ik het meest interessant vond, was niet zozeer Verbekes analyse van de Vuil Janet zelf. Het was de positie waarin zij als onderzoeker terechtkomt.

Verbeke is geboren en getogen in Aalst. Ze groeide op met carnaval en kende de Vuil Janet van jongs af aan. Pas nadat ze naar Amsterdam verhuisde en terechtkwam in artistieke, academische en queerfeministische kringen, begon haar blik op de traditie te veranderen. In haar scriptie beschrijft ze deze spanning als affective dissonance: een botsing tussen haar eigen veranderde gevoelens en die van de gemeenschap waaruit ze afkomstig is. Ze is tegelijkertijd insider en outsider.

'Largely met with silence or explicit refusals'

Die spanning blijft niet beperkt tot haar analyse; ze wordt onderdeel van haar onderzoek. Verbeke probeert bijvoorbeeld een feministische lees- en praatgroep op te zetten om met inwoners van Aalst over de Vuil Janet in gesprek te gaan. Ze hangt flyers op, spreekt mensen aan in cafés, maar haar initiatief wordt, zoals ze zelf schrijft, "largely met with silence or explicit refusals". Volgens haar speelde het woord 'feministisch' daarin al een belangrijke rol: het bleek voor veel mensen geen uitnodiging tot gesprek, maar een reden om af te haken.

Juist dat moment vond ik misschien wel het meest leerzaam. Niet omdat het bewijst dat haar analyse gelijk of ongelijk heeft, maar omdat het laat zien hoe moeilijk het is om een gesprek te beginnen over iets dat voor jou urgent voelt, maar voor de gemeenschap zelf nauwelijks een vraagstuk is.

Ruimte voor emoties en ongemak

Voor mij zit daarin de grootste waarde van Verbekes scriptie. Niet alleen in haar analyse van de Vuil Janet, maar juist in haar openheid over haar eigen positie als onderzoeker en over het ongemak dat ontstaat wanneer verschillende perspectieven botsen. Voor Verbeke is het belangrijk dat onderzoekers ruimte maken voor emoties en ongemak. Volgens haar zijn ontmoetingen tussen onderzoekers en erfgoedgemeenschappen nooit neutraal: ze zijn persoonlijk en hebben vaak ook een politieke lading. Juist daarom is het belangrijk om niet te snel te oordelen, maar open te blijven staan voor wat er in zo'n ontmoeting gebeurt. Onderzoek voor Verbeke gaat dan ook niet over de erfgoedgemeenschap als geheel, maar om die ontmoetingen tussen mensen uit die gemeenschap en mensen van buiten de gemeenschap.

Misschien is dat wel een les waar ook erfgoedprofessionals iets aan hebben. Kritisch kijken naar immaterieel erfgoed is belangrijk, maar minstens zo belangrijk is kritisch blijven kijken naar onze eigen uitgangspunten. Welke woorden kiezen we? Vanuit welke waarden voeren we een gesprek? En hoe zorgen we ervoor dat een uitnodiging tot dialoog niet al bij voorbaat voelt als een oordeel? Want zonder een gedeeld vertrekpunt kan een gesprek al voorbij zijn voordat het begonnen is.


Kim heeft inmiddels haar Master of Arts in Gender Studies behaald en is gestart als junior docent bij de afdeling Antropologie van de Universiteit van Amsterdam. Momenteel werkt ze aan haar eerste publicatie, die voortkomt uit haar veldwerk in Aalst. Je kunt haar (onderzoeks)carrière volgen op LinkedIn.


Zelf meedingen naar de Dr. Albert van der Zeijdenscriptieprijs (2026)?

Stuur je scriptie in vóór 1 oktober 2026

De licentielink van de banner

Alle rechten voorbehouden