Beschrijving

Fries houtsnijwerk is het versieren van houten gebruiksvoorwerpen met de kerfsneetechniek. Kenmerkend zijn de geometrische figuren zoals rozetten, sterren en de vlechtfiguren. De term Fries, waar deze vorm van volkskunst de naam aan te danken heeft, slaat niet alleen op Friesland. Het kwam voor in het hele noorden van Nederland en het gebied rondom de voormalige Zuiderzee. De houtsnijder tekent de patronen op het hout, soms met gebruik van carbonpapier. Een passer is noodzakelijk voor het maken van de rozetten en andere cirkelvormige figuren. Vaak wordt er lindehout gebruikt, dat is zacht en blank, zonder veel noesten. Maar ook rozenhout, eikenhout en tropische houtsoorten zijn geschikt. De snijders van Fries houtsnijwerk gebruiken een beiteltje en een klein scherp mesje. Met het beiteltje worden kerfjes van enkele millimeters in het hout gemaakt, met het mesje worden patronen uitgesneden. Vandaar de naam kerfsnede. Er zijn bekende geometrische basispatronen, waar eindeloos op gevarieerd kan worden. De techniek is niet heel lastig aan te leren en er is weinig ruimte voor nodig. Het kost wel veel tijd en oefening om de techniek echt goed onder de knie te krijgen. Het beste is om het van een zeer geoefende snijder te leren. Voorwerpen die veel versierd worden zijn dienbladen, (sieraden)kistjes en onderzetters.

Beoefenaars en betrokkenen

De meeste houtsnijders zijn individueel actief. Erno Korpershoek is een van hen. De ambachtsman geeft rondleidingen langs zijn eigen collectie, ook houdt hij zich bezig met het vastleggen van de geschiedenis en de techniek van het Fries houtsnijwerk.

Geschiedenis en ontwikkeling

Het Fries houtsnijwerk kent een lange traditie. Het werk werd in eerste instantie gedaan om voorwerpen in het eigen huis te versieren. De techniek heeft blootgestaan aan invloeden van de koopvaardij en de visserij. De oudste nog bestaande voorwerpen met Fries houtsnijwerk dateren uit de zeventiende eeuw. Er zijn objecten aanwezig in het Rijksmuseum, in het Fries Museum en in het Zuiderzeemuseum. In het Rijksmuseum is een mangelplank waarop gekerfd staat: Grete Cornelis Anno 1654. De techniek werd in het verleden niet op schrift vastgelegd, men kopieerde wat men in huis had. De techniek van het kerven werd geleerd, zoals vaak bij volkskunst, in de praktijk van vader op zoon. Door de industrialisatie en mechanisatie was het houtsnijwerk bijna verdwenen, maar rond 1900 werden pogingen gedaan om het Fries houtsnijden opnieuw in de belangstelling te brengen. Er werden op verschillende plaatsen cursussen georganiseerd. Arbeiders in de steden werden gestimuleerd de volkskunst te beoefenen. Er verscheen een op schrift gestelde handleiding, die gretig werd gebruikt. Tijdens de crisis van de jaren dertig en gedurende de mobilisatie werd er ook veel aan houtsnijden gedaan. Na de Tweede Wereldoorlog raakte het Fries houtsnijwerk uit de mode, omdat vrijwel iedereen een modern interieur wilde. Tegenwoordig houden zich nog slechts enkele mensen bezig met Fries houtsnijwerk. Het zijn meestal oudere mensen, die vooral plezier hebben in het snijden. Het gaat nu niet meer om versiering van het interieur van het huis, maar meer om versiering van kleine voorwerpen.

Contact

Het Snijpunt
Dominee Veenweg 12
8456 HR De Knipe
Nederland
Website