Veel gestelde vragen uitschrijving Sint & Pietengilde

We realiseren ons dat het uitschrijven van het Sinterklaasfeest door Stichting Sint & Pietengilde uit de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland veel vragen oproept. Daarom geven we hieronder antwoord op een aantal vragen die mogelijk bij mensen leven. 

Waarom wordt het Sinterklaasfeest van Stichting Sint & Pietengilde uitgeschreven uit de Inventaris?

Uit de periodieke evaluaties in met Stichting Sint & Pietengilde bleek dat er onvoldoende oog voor was dat de figuur van Zwarte Piet door grote groepen mensen als kwetsend wordt ervaren. Ook al is dat niet de intentie, het is wel het gevolg.
Uit de evaluatie blijkt dat de Stichting hier onvoldoende rekening  mee houdt en er geen borgingsacties op uitvoert. Dat is niet in lijn met de ethische uitgangspunten van het UNESCO Verdrag. Daarover heeft het Kenniscentrum meermalen met Stichting Sint & Pietengilde gesproken, en hen gevraagd hier in de evaluatie aandacht aan te besteden. Helaas is er onvoldoende met de feedback gedaan. De Toetsingscommissie adviseerde het Kenniscentrum daarom om het Sinterklaasfeest, zoals geborgd door het Sint & Pietengilde, uit te schrijven uit zowel het Netwerk als de Inventaris. Het Kenniscentrum neemt dat advies over.

Uitgebreider antwoord

Bij de periodieke evaluatie, die elke drie jaar plaatsvindt, wordt gekeken naar de borging in de afgelopen periode en wordt vooruit gekeken naar de komende drie jaar. Het Kenniscentrum constateerde dat de evaluatie in 2019 aanpassing behoefde en besprak dat meerdere keren met Stichting Sint & Pietengilde. Het Sint & Pietengilde diende in 2021 een herziene evaluatie in. Hierin was de feedback van het Kenniscentrum onvoldoende verwerkt.

 In algemene zin kan men zeggen dat er uit de evaluatie bleek dat het Sint & Pietengilde met deze evaluaties niet voldoet aan de ethische uitgangspunten die bij dit UNESCO verdrag horen. Er is onvoldoende oog voor dat de figuur van Zwarte Piet door grote groepen mensen als kwetsend wordt ervaren, ook al is dit niet de intentie, het is wel het gevolg.

De reflectie op de huidige samenleving, de verschuivingen binnen de samenleving met betrekking tot (bedoeld of onbedoeld) racisme en de eigen positie binnen die samenleving is onvoldoende. Het Kenniscentrum vroeg advies aan de Toetsingscommissie Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland en die adviseerde om het Sinterklaasfeest, zoals geborgd door Stichting Sint & Pietengilde uit zowel het Netwerk als de Inventaris uit te schrijven.

Wat betekent het dat het Sinterklaasfeest uit de Inventaris uitgeschreven wordt?

Het betekent dat dit feest niet langer zichtbaar is in de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland. Uiteraard zegt dit niets over of en hoe mensen in Nederland het Sinterklaasfeest kunnen en mogen vieren. Er is alleen geen plek in de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland voor de manier waarop het Sinterklaasfeest is geborgd door Stichting Sint & Pietengilde.

Het Kenniscentrum wil dit feest, in zijn vele varianten en manieren waarop het gevierd wordt in Nederland, wel graag een plek geven in de Inventaris en de vele onderdelen zoals surprises maken, Sinterklaasgedichtjes schrijven, schoen zetten, pakjesavond, met of zonder (roetveeg) Pieten, het dobbelspel, Sinterklaasliedjes zingen of de (al dan niet lokale) intocht zichtbaar maken. In lijn met het UNESCO verdrag kan het Kenniscentrum dat niet zelf doen, maar moeten gemeenschappen (beoefenaars) dat zelf aanmelden bij het Kenniscentrum. Het Kenniscentrum zal al deze varianten zichtbaar gaan maken in een cluster van Sinterklaasfestiviteiten en -vieringen op www.immaterieelerfgoed.nl.

Het Kenniscentrum erkent het Sinterklaasfeest als immaterieel erfgoed. Het vraagt echter wel aan de gemeenschappen die hun immaterieel erfgoed in de Inventaris willen bijschrijven zich te houden aan de ethische uitgangspunten bij dit UNESCO Verdrag, en dan met name die rond respect voor elkaar en andersdenkenden. Het antiracisme beginsel van de VN is hierbij een van de uitgangspunten.

Is het vaker voorgekomen dat immaterieel erfgoed is uitgeschreven uit de Inventaris?

Er is vaker immaterieel erfgoed uit de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland uitgeschreven, maar altijd op verzoek van de betreffende erfgoedgemeenschap. Dit is de eerste keer dat immaterieel erfgoed op basis van niet voldoen aan de ethische uitgangspunten uitgeschreven wordt. Wel is er eerder veel discussie geweest over Joodse karikaturen in het Carnaval in Aalst, dat op de UNESCO Representatieve Lijst van Immaterieel Erfgoed van de Mensheid stond. Na veel discussie heeft België het Carnaval in Aalst van deze internationale UNESCO lijst teruggetrokken.

Waarom kon het Sinterklaasfeest van Stichting Sint & Pietengilde in 2015 opgenomen worden in de Inventaris?

Stichting Sint & Pietengilde (een samenwerkingsverband van twee vertolkers van Zwarte Piet en Sinterklaas) diende een voordracht in voor het Sinterklaasfeest in de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland. Onderdeel van het borgingsplan (een soort beleidsplan dat bij bijschrijving in de Inventaris hoort) was de mediators rol die de Stichting voor zichzelf zag om te proberen de angel uit het debat te halen. Een ander belangrijk element was de dynamische benadering van het Sinterklaasfeest, wat betekent dat het met de tijd en de samenleving mee verandert. Hiermee voldeed de bijschrijving in 2015 aan de voorwaarden voor opname in de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland.

Hoe ziet het Kenniscentrum de toekomst van het Sinterklaasfeest?

Het Sinterklaasfeest blijft bestaan, of het in de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland staat of niet. Het staat mensen vrij om feesten te vieren zoals zij willen (mits binnen de wettelijke kaders).  

Het Kenniscentrum constateert dat het Sinterklaasfeest bestaat uit veel verschillende onderdelen en er zijn landelijk grote en kleine verschillen, dat is altijd zo geweest: een intocht per trein, te paard of per boot; met surprises op pakjesavond of met een dobbelspel, met of zonder gedichten, met (roetveeg-) Pieten of zonder, met een witte of een zwarte Sinterklaas. Het Kenniscentrum wil graag al deze variaties zichtbaar gaan maken in een cluster Sinterklaasfestiviteiten- en vieringen. 

 

Hoe kan ik mijn Sinterklaasviering aanmelden?

Sinterklaasfeest zichtbaar maken

Het Kenniscentrum wil dit feest, in zijn vele varianten en manieren waarop het gevierd wordt in Nederland, graag een plek geven in het Netwerk en de Inventaris en de vele onderdelen zoals surprises maken, Sinterklaasgedichtjes schrijven, schoen zetten, pakjesavond, met of zonder (roetveeg) Pieten, het dobbelspel, Sinterklaasliedjes zingen of de (al dan niet lokale) intocht zichtbaar maken.

In lijn met het UNESCO Verdrag kan het Kenniscentrum dat niet zelf doen, maar moeten gemeenschappen (beoefenaars) dat zelf aanmelden bij het Kenniscentrum. Het Kenniscentrum zal al deze varianten zichtbaar gaan maken in een cluster van Sinterklaasfestiviteiten en -vieringen op www.immaterieelerfgoed.nl.

Aanmelden

Iedereen die immaterieel erfgoed beoefent kan dit bij het Kenniscentrum aanmelden via www.immaterieelerfgoed.nl/aanmelden of via de rode knop op de homepage. Hiervoor maak je eerst een account aan, en vul je, nadat je account is goedgekeurd, het aanmeldformulier in. Het Kenniscentrum checkt vervolgens of je aanmelding aan de criteria van immaterieel erfgoed voldoet en maakt je immaterieel erfgoed zichtbaar in het Netwerk Immaterieel Erfgoed. Lees meer over de procedure en criteria om je immaterieel erfgoed aan te melden voor het Netwerk.

Om je immaterieel erfgoed bij te schrijven in de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland zijn meer stappen nodig. Hiervoor geef je je onder meer je motivatie door en volg je de training Bouwen aan een borgingsplan, waarbij je je eigen borgingsplan maakt. Lees hier meer over de procedure en criteria voor bijschrijving in de Inventaris.  

Wat is de procedure om in de Inventaris te komen?

Immaterieel erfgoedgemeenschappen maken zelf een borgingsplan (een soort beleidsplan) om hun immaterieel erfgoed toekomst te geven. Dit plan wordt getoetst door de Toetsingscommissie Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland. Deze commissie kijkt onder meer of de uiting voldoet aan de ethische uitgangspunten van UNESCO.

Uitgebreider antwoord:

  • Het immaterieel erfgoed moet aangemeld zijn in het Netwerk Immaterieel Erfgoed.
  • De beoefenaars of erfgoedgemeenschap geven/geeft aan het immaterieel erfgoed in de Inventaris te willen laten bijschrijven.
  • Ze schrijven daarvoor, onder begeleiding van adviseurs van het Kenniscentrum een borgingsplan: Dit is een plan waarbij het immaterieel erfgoed in kaart wordt gebracht en mogelijke knelpunten geïdentificeerd worden. Om deze aan te pakken worden borgingsacties benoemd.
  • Dat plan wordt getoetst door een Toetsingscommissie die de bestuurder van het Kenniscentrum adviseert of het immaterieel erfgoed kan worden bijgeschreven. De commissie toetst of het immaterieel erfgoed aan de ethische uitgangspunten van UNESCO bij dit verdrag voldoet en of het borgingsplan in haalbaar en realistisch is. Indien positief wordt het immaterieel erfgoed opgenomen in de Inventaris. Dat is de start van actieve borging van het immaterieel erfgoed en de uitvoering van de benoemde borgingsacties.
Wat houdt de verplichte evaluatie erfgoedzorg in?

Elke drie jaar vraagt het Kenniscentrum de erfgoedgemeenschap om het borgingsplan bij te ‘evalueren’: bij te werken: er wordt gekeken naar ontwikkelingen in de maatschappij in relatie tot het immaterieel erfgoed en er worden nieuwe acties benoemd om het erfgoed toekomst te geven.

Uitgebreider antwoord

  • Net als een traditie is de Inventaris dynamisch. UNESCO vraagt om een periodieke update van de Inventaris. Het Kenniscentrum doet dat door elke drie jaar de erfgoedzorg te evalueren met de betreffende beoefenaar(s) of erfgoedgemeenschap en vraagt de gemeenschap om het borgingsplan bij te werken.
  • Er wordt bekeken hoe de borging de afgelopen periode is verlopen. Het is een moment van reflectie, o.a. op de huidige situatie in de samenleving en de eigen positie daarin. Zijn er veranderingen en zijn er nieuwe borgingsacties nodig? In het evaluatieformulier wordt een en ander beschreven. Het is een ijkmoment waarbij ook vooruitgekeken wordt naar de volgende drie jaar.
  • Het Kenniscentrum leest de evaluatie en vraagt indien nodig een aanvulling of gesprek met de gemeenschap aan waarin aangegeven wordt op welke punten de evaluatie aanvulling of verduidelijking behoeft. Indien de hernieuwde evaluatie nog niet akkoord is wordt advies gevraagd aan de Toetsingscommissie. Die kan – in het uiterste geval – adviseren het immaterieel erfgoed uit de Inventaris uit te schrijven, volgens de geldende uitschrijvingsprocedure.
Wat is de procedure om immaterieel erfgoed uit te schrijven uit de Inventaris?

De Inventaris is dynamisch: dat betekent dat er immaterieel erfgoed kan worden bijgeschreven, maar ook uitgeschreven. Het Kenniscentrum heeft regelmatig contact met erfgoedgemeenschappen, onder meer tijdens de driejaarlijkse evaluatie. Als het Kenniscentrum twijfelt of het immaterieel erfgoed nog wel aan de criteria voldoet (niet meer aan de ethische uitgangspunten voldoen, of als bijvoorbeeld niet meer levend erfgoed is), neemt het contact op met de betreffende beoefenaars of gemeenschap om dit te bespreken. Als het Kenniscentrum merkt dat er weinig of niets gedaan wordt met de feedback kan het de Toetsingscommissie Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland om advies vragen of het immaterieel erfgoed in de Inventaris kan blijven. De bestuurder neemt op basis van het advies van de commissie een besluit.

Uitgebreider antwoord

De Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland is een dynamische ‘lijst’ wat betekent dat er immaterieel erfgoed bijgeschreven, maar ook uitgeschreven kan worden. Het uitschrijven kan op verzoek van de betreffende beoefenaars zelf, maar kan ook op verzoek van het Kenniscentrum gebeuren, mits er zwaarwegende argumenten zijn, zoals het niet (meer) voldoen aan de ethische uitgangspunten of als het Kenniscentrum twijfelt of het immaterieel erfgoed nog wel levend is. Te allen tijde zal het Kenniscentrum dit eerst bespreken met de betreffende beoefenaars of gemeenschap. Er wordt zo nodig uitleg en feedback gegeven en samen gekeken naar mogelijke aanpassing of oplossingen. Als het Kenniscentrum merkt dat er weinig met de feedback gedaan wordt en de twijfels blijven, vraagt het advies aan de Toetsingscommissie Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland. Die adviseert de bestuurder om het immaterieel erfgoed óf in de Inventaris te laten of het uit te schrijven. De bestuurder neemt op basis van dat advies een besluit.

Lees hier de gehele Uitschrijvingsprocedure Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland.

Ethische uitgangspunten voor het borgen van immaterieel erfgoed

Het 2003 UNESCO Verdrag heeft twaalf ethische uitgangspunten geformuleerd, die de beoefenaars willen beschermen tegen inmenging van buitenaf. De uitgangspunten gelden echter voor iedereen die betrokken is bij borgingsactiviteiten, dus ook voor de gemeenschap zelf. De uitgangpunten geven ook richting aan het handelen van Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland.

Het Kenniscentrum heeft de richtlijnen kort samengevat in de volgende zes punten. Daaronder vind je de originele Engelse 12 ethical principles:

  1. Voorop staat: wederzijds respect en wederzijdse waardering bij interacties met de gemeenschappen, groepen en individuen die zich bezighouden met immaterieel erfgoed;
  2. De beoefenaars bepalen zelf de waarde die het immaterieel erfgoed voor hen heeft en zijn zelf verantwoordelijk voor de borging van dit erfgoed;
  3. De beoefenaars worden altijd betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van borgingsplannen. De beoefenaars hebben altijd medezeggenschap over de borging en profiteren zelf het meest;
  4. Culturele diversiteit wereldwijd dient te allen tijde te worden gerespecteerd, met in borgingsmaatregelen voor immaterieel erfgoed speciale aandacht voor gelijke rechten voor man en vrouw, voor jongeren en voor etnische identiteiten;
  5. Het levende, dynamische karakter van immaterieel erfgoed wordt te allen tijde gerespecteerd, waarbij niemand mag worden buitengesloten;
  6. Alle immaterieel erfgoed, dus ook erfgoed waarover in de samenleving discussie is, wordt benaderd in een sfeer van onderling respect en dialoog. Dat wil zeggen vanuit respect voor de diversiteit van immaterieel erfgoed en voor de betrokkenen, net zozeer met respect voor anderen die dit erfgoed anders beleven en/of er bezwaar tegen maken.

(Vormen van immaterieel erfgoed die ingaan tegen internationale mensenrechtenverdragen of Nederlandse wetgeving worden uitgesloten en kunnen geen plek krijgen in het Netwerk Immaterieel Erfgoed of in de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland).

Vastgesteld op 1 september 2019

 

Ethical Principles for Safeguarding Intangible Cultural Heritage

The Ethical Principles for Safeguarding Intangible Cultural Heritage have been elaborated in the spirit of the 2003 Convention for the Safeguarding of the Intangible Cultural Heritage and existing international normative instruments protecting human rights and the rights of indigenous peoples. They represent a set of overarching aspirational principles that are widely accepted as constituting good practices for governments, organizations and individuals directly or indirectly affecting intangible cultural heritage in order to ensure its viability, thereby recognizing its contribution to peace and sustainable development.

Complementary to the 2003 Convention for the Safeguarding of the Intangible Cultural Heritage, the Operational Directives for the Implementation of the Convention and national legislative frameworks, these Ethical Principles are intended to serve as basis for the development of specific codes of ethics and tools adapted to local and sectoral conditions.

  1. Communities, groups and, where applicable, individuals should have the primary rolein safeguarding their own intangible cultural heritage.
  2. The right of communities, groups and, where applicable, individualsto continue the practices, representations, expressions, knowledge and skills necessary to ensure the viability of the intangible cultural heritage should be recognized and respected.
  3. Mutual respectas well as a respect for and mutual appreciation of intangible cultural heritage, should prevail in interactions between States and between communities, groups and, where applicable, individuals.
  4. All interactions with the communities, groups and, where applicable, individuals who create, safeguard, maintain and transmit intangible cultural heritage should be characterized by transparent collaboration, dialogue, negotiation and consultation, and contingent upon their free, prior, sustained and informed consent.
  5. Accessof communities, groups and individuals to the instruments, objects, artefacts, cultural and natural spaces and places of memory whose existence is necessary for expressing the intangible cultural heritage should be ensured, including in situations of armed conflict. Customary practices governing access to intangible cultural heritage should be fully respected, even where these may limit broader public access.
  6. Each community, group or individual should assess the value of its own intangible cultural heritage and this intangible cultural heritage should not be subject to external judgements of value or worth.
  7. The communities, groups and individuals who create intangible cultural heritage should benefit from the protectionof the moral and material interests resulting from such heritage, and particularly from its use, research, documentation, promotion or adaptation by members of the communities or others.
  8. The dynamic and living nature of intangible cultural heritageshould be continuously respected. Authenticity and exclusivity should not constitute concerns and obstacles in the safeguarding of intangible cultural heritage.
  9. Communities, groups, local, national and transnational organizations and individuals should carefully assess the direct and indirect, short-term and long-term, potential and definitive impactof any action that may affect the viability of intangible cultural heritage or the communities who practise it.
  10. Communities, groups and, where applicable, individuals should play a significant role in determining what constitutes threats to their intangible cultural heritageincluding the decontextualization, commodification and misrepresentation of it and in deciding how to prevent and mitigate such threats.
  11. Cultural diversityand the identities of communities, groups and individuals should be fully respected. In the respect of values recognized by communities, groups and individuals and sensitivity to cultural norms, specific attention to gender equality, youth involvement and respect for ethnic identities should be included in the design and implementation of safeguarding measures.
  12. The safeguarding of intangible cultural heritage is of general interest to humanityand should therefore be undertaken through cooperation among bilateral, sub regional, regional and international parties; nevertheless, communities, groups and, where applicable, individuals should never be alienated from their own intangible cultural heritage.

 (https://ich.unesco.org/en/ethics-and-ich-00866)

Alle rechten voorbehouden