Zes miljoen erfgoedbeoefenaars
In totaal zet 38 procent van de bevolking van 12 jaar en ouder zich in de vrije tijd actief in voor materieel en immaterieel erfgoed — goed voor zo’n zes miljoen mensen. Dat blijkt uit het onderzoek Actief met erfgoed in de vrije tijd – Monitor Erfgoedbeoefening 2025, uitgevoerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN).
Met dit onderzoek brengen RCE en KIEN in kaart hoeveel mensen zich in hun vrije tijd actief inzetten voor erfgoed, welke activiteiten zij ondernemen, wat hen motiveert en welke belemmeringen zij ervaren. De resultaten zijn opgenomen in de Erfgoedmonitor, het online platform van de RCE dat trends en ontwikkelingen in het erfgoedveld zichtbaar maakt op basis van actuele data. De monitor zal elke twee jaar worden herhaald, zodat veranderingen in deelname en betrokkenheid over de tijd goed gevolgd kunnen worden.
Wat mensen doen — en waarom
De zes miljoen Nederlanders die actief zijn met erfgoedbeoefening doen dat op uiteenlopende manieren. Sommigen onderzoeken hun familiegeschiedenis of lokale archieven, anderen helpen bij het organiseren van evenementen of restaureren historische objecten. Veel deelnemers zeggen dat het hen plezier en ontspanning brengt — én dat ze het belangrijk vinden om bij te dragen aan het behoud van cultureel erfgoed. Opvallend is dat erfgoedbeoefening in heel Nederland voorkomt, maar iets vaker buiten de sterk stedelijke gebieden.
Jongeren prikken dahlia's voor de jaarlijkse bloemencorso in Zundert. Foto door Werner Pellis
Jongeren het meest actief
Uit de cijfers van deze monitor blijkt dat in de leeftijdsgroep 12-24 jaar het percentage actieve erfgoedbeoefenaars het grootst is. In de praktijk zijn dus meer jongeren dan senioren (65 jaar en ouder) in hun vrije tijd actief voor cultureel erfgoed. Met name in de domeinen archeologie en immaterieel erfgoed zijn jongeren het actiefst. Binnen het domein van archeologie zijn jongeren vooral actief met metaaldetectie. En binnen het immaterieel erfgoed is het aandeel jongeren het grootst in de categorie feesten, vieren en rituelen en de categorie streektaal/dialect.
Mens meer centraal
De erfgoedbeoefenaar, de mens achter het erfgoed, komt steeds meer centraal te staan in het erfgoedveld. Dit is in de context van het Verdrag van Faro (2005) en het Unesco Verdrag inzake de Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed (2003) een logische ontwikkeling. In beide verdragen wordt de nadruk gelegd op de relatie van mensen met hun erfgoed. Welke waarde hechten mensen aan erfgoed? En welke rol speelt daarmee het erfgoed in onze samenleving? Deze Monitor Erfgoedbeoefening is dan ook vanuit de drie Faro-kernwaarden ontwikkeld, waarin participatie, een brede erfgoedopvatting en de waarde van erfgoed voor de samenleving centraal staan.
Wim Burggraaff, adviseur en onderzoeker erfgoedparticipatie bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en auteur van het rapport: "We zien dat ruim 40% van alle actieve erfgoedbeoefenaars verbonden is aan een vereniging of andere, informele groep, of deel uitmaakt van een online community. Zo krijgen we zicht op erfgoedgemeenschappen in Nederland, sociale verbanden waaraan mensen zich verbinden vanuit interesse en intrinsieke motivatie voor cultureel erfgoed.”
Susanne Bergwerff was vanuit Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN) betrokken bij dit rapport. Bergwerff: “Uit de Monitor komt naar voren dat 22% van de Nederlanders zet zich actief in voor een vorm van immaterieel erfgoed. Dat is een percentage dat laat zien hoe breed immaterieel erfgoed leeft in de samenleving. Tegelijkertijd laat de Monitor Erfgoedbeoefening zien welke belemmeringen beoefenaars (in alle zes de erfgoeddomeinen) ervaren. Deze gegevens geven aanleiding specifieker onderzoek te kunnen doen naar manieren van ondersteuning en hoe we dit kunnen verbeteren.”
Bekijk hier 'Actief met erfgoed in de vrije tijd - Monitor Erfgoedbeoefening 2025’. Vernieuwend aan de rapportage is dat deze dynamisch is: deze wordt automatisch samengesteld uit de laatst beschikbare onderzoeksdata.