Raad voor Cultuur adviseert: draag Pride Amsterdam voor ter nominatie internationale UNESCO-lijst

De Raad voor Cultuur adviseert om ‘Pride Amsterdam’ voor te dragen ter nominatie voor UNESCO’s ‘Representatieve lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid’. Dat staat in een advies aan minister Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Het is aan minister Letschert om te komen tot een voordracht ter nominatie bij UNESCO.

In maart 2026 maakte de raad al een selectie (‘shortlist’) bekend van vijf kansrijke vormen van immaterieel erfgoed voor de internationale UNESCO-lijst. Hier vind je meer informatie over de shortlist en hoe deze tot stand is gekomen.

Extra advies aan de minister

Na de bekendmaking van de shortlist in maart vroeg de minister extra advies aan de raad over een uiteindelijke keuze voor een voordracht voor de internationale UNESCO-lijst. Na uitgebreid beraad en verschillende overwegingen, waarover je hieronder meer leest, luidt het advies van de raad om Pride Amsterdam voor te dragen ter nominatie.

Wat bedoelen we eigenlijk met ‘de internationale UNESCO-lijst’? En hoe verhoudt deze internationale lijst zich tot de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland? Kijk voor al je vragen over UNESCO en immaterieel-erfgoedlijsten op deze pagina.

Hoe de Raad voor Cultuur tot dit advies is gekomen

Om tot een keuze te komen uit vijf vormen van immaterieel erfgoed die op de eerste ‘shortlist’ staan, heeft de raad een afweging gemaakt aan de hand het beoordelings- en selectiekader van het UNESCO-verdrag.

Voor ‘Het fanfareorkest’ adviseert de raad om samen met België een nominatiedossier op te stellen. Dit kost tijd, en gezien er in deze ronde weinig tijd is om een multinationaal dossier voor de internationale UNESCO-lijst op te stellen, adviseert de raad om ‘Het fanfareorkest’ niet in deze ronde voor te dragen.

De raad constateert dat historische stadsfeesten, zoals ‘De herdenking en viering van het Leidens Ontzet in 1574' al voorkomen op de UNESCO-lijst. Hetzelfde geldt voor ambachtelijke, rurale tradities gericht op duurzaamheid, zoals ‘Heggenvlechten’.

Maar vormen van erfgoed vergelijkbaar met ‘Pride Amsterdam’ en ‘Woonwagencultuur’ staan nog niet op de representatieve lijst van UNESCO, aldus de raad. Vanwege het criterium dat een voordracht "idealiter" bijdraagt aan "het zichtbaar maken van de rijkheid en diversiteit van immaterieel cultureel erfgoed wereldwijd", ging de uiteindelijke afweging tussen deze laatste twee.

Gendergelijkheid en queer-emancipatie

Het belang van de erkenning van ‘Woonwagencultuur’ is groot, maar de raad vindt dat de  de argumenten voor ‘Pride Amsterdam’ zwaarder wegen. Dit op basis van het criterium over "de vraag of Nederland zich met een bepaald erfgoedelement internationaal zou willen profileren". De raad schrijft: "Nederland heeft op het gebied van gendergelijkheid, queer-emancipatie en seksuele vrijheid een rol vervuld als voorloper.”

Pride (Amsterdam)? Nederland als voortrekker

Een voordracht van 'Pride Amsterdam' is passend en logisch, concludeert de raad. In het belang van een succesvolle nominatie én om aansluiting door andere lidstaten te zijner tijd te vergemakkelijken, doet de raad de suggestie om de titel van het nominatiedossier te veranderen in 'Pride'. Nederland kan zo de voortrekkersrol pakken in de nominatieprocedure.

Klik hier om het volledige (aanvullende) advies van de Raad voor Cultuur te lezen.

Alle rechten voorbehouden