De bachelorscriptie van Eva Klein Gunnewiek is een van de zestien scripties die vorig jaar werden ingezonden voor de Dr. Albert van der Zeijdenscriptieprijs 2025. Naast de genomineerde scripties zijn er ook drie niet-genomineerde onderzoeken die volgens ons extra aandacht verdienen. De scriptie van Klein Gunnewiek is daar een van. Daarom bespreekt wetenschappelijk medewerker Mark Schep in dit artikel 'Between Recognition and Exclusion'. Hij vertelt welke inzichten hem het meest aanspraken en welke raakvlakken hij ziet tussen deze scriptie en het werk van KIEN.
75 jaar geleden kwamen de eerste Molukkers aan in Nederland. Op de Lloydskade in Rotterdam, een van de plekken van aankomst, is op 21 juni 2026 het nieuwe Nationaal Moluks Monument onthuld ter herinnering aan die gebeurtenis. Een van de sprekers was minister-president Jetten; hij maakte namens de Nederlandse regering excuses voor de behandeling van de eerste generatie Molukkers in Nederland. Het monument, Ulu Kora (voorsteven van een traditioneel Moluks roeischip), is voor en door de Molukse gemeenschap tot stand gekomen, met als drijvende kracht de Stichting Landelijk Moluks Monument. In de scriptie die ik hier nader wil belichten, staat de representatie van de Molukse geschiedenis in de publieke ruimte centraal. Een thema dat ook mooi aansluit bij een van de focusgebieden van KIEN.
Voor KIEN zijn vraagstukken rond de doorwerking van het koloniaal verleden (heden), diaspora, diversiteit en representatie al sinds jaar en dag belangrijk. Van onderzoekslijnen superdiversiteit (2017-2020), diversiteit (2021-2025) tot een van de 4 thema’s in het huidige beleidsplan: emanciperende vermogen van immaterieel erfgoed. Mijn eigen onderzoek richt zich ook al jaren op erfgoed in een diasporacontext.
Belangrijke vragen hierbij zijn: Hoe geven mensen hun erfgoed vorm in Nederland? Welke uitdagingen zijn hierbij? Hoe ontwikkelt het erfgoed zich in de Nederlandse context? En, hoe wordt het erfgoed van diasporagemeenschappen ge(re)presenteerd? Zo onderzocht ik met Aholi So (Universiteit Leiden/Universiteit van Amsterdam) de manier waarop jonge Chinese Nederlanders hun erfgoed vormgeven. Momenteel werk ik met collega’s Chaima El Morabet en Lukas Eleuwarin aan een onderzoek naar de rol van social media bij het zichtbaar maken en doorgeven van immaterieel erfgoed van onder andere Molukse Nederlanders.
De bachelorscriptie van Klein Gunnewiek past binnen deze onderzoeksinteresse. Ze zoomt in haar scriptie in op mensen met Molukse roots, woonachtig in de regio Arnhem-Nijmegen. De focus ligt op de representatie van de Molukse geschiedenis en identiteit in de publieke ruimte én de manier waarop Molukse Nederlanders hiernaar kijken. Wat de scriptie extra interessant maakt is de veelzijdigheid aan erfgoed die wordt besproken.
Breder begrip van erfgoed
Erfgoed wordt vaak ingedeeld in hokjes en als Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland doen we daar — zoals onze naam laat zien — deels ook aan mee. Deze scheidslijnen doen vaak geen recht aan de realiteit. De bachelorscriptie van Klein Gunnewiek is hier een mooi voorbeeld van. Het laat zien dat mensen, plekken, monumenten, herdenkingen, geschiedenissen en verhalen met elkaar verbonden zijn; het vormt een geheel dat voor mensen van waarde is.
Ook in het in 2025 verschenen rapport Erfgoed Herzien, van Jaswina Elahi, worden vraagtekens gezet bij het dominante erfgoedbegrip omdat veel erfgoedpraktijken hierdoor buiten de boot vallen. Zeker als we naar het erfgoed van postkoloniale groepen kijken, zoals de Molukse gemeenschappen. Bij KIEN bekijken we, ondanks onze naam, het erfgoed ook meer als geïntegreerd geheel, waarin bijvoorbeeld gebouwen en locaties verbonden zijn aan de praktijken die er plaatsvinden. Terug naar de scriptie van Klein Gunnewiek.
De representatie van Molukkers in Nederland
Ze begint haar scriptie door kort de geschiedenis van Molukkers in Nederland te beschrijven. Daarnaast bespreekt ze verschillende grote auteurs die relevant zijn voor haar vragen over identiteit, representatie, (collectief) herinneren, herdenken en macht, zoals Edward Said, Stuart Hall, Pierre Nora, Maurice Halbwachs. Maar het zwaartepunt en interessantste deel van haar onderzoek ligt bij de hedendaagse ervaringen van Molukse Nederlanders. Om een beeld te vormen van deze ervaringen heeft Klein Gunnewiek een rijke verzameling aan data: een vragenlijst (ingevuld door 39 personen), zeven diepte-interviews en observaties op tien plekken.
RMS-vlag in graffiti op een elektriciteitskast
Ze laat zien dat de Molukse geschiedenis en identiteit verschillende manieren zichtbaar is in de publieke ruimte. Op een meer geïnstitutionaliseerde of georganiseerde manier zoals de Molukse barak in het Nederlands Openluchtmuseum en de RMS-dag (Republiek der Zuid-Molukken) op 25 april, maar ook in het straatbeeld door de Molukse wijken, stickers en graffiti met een RMS-boodschap. Een belangrijke constatering van Klein Gunnewiek is dat de Molukse Nederlanders in haar onderzoek vinden dat hun verhaal en geschiedenis niet voldoende, of niet goed gerepresenteerd wordt.
Machtsrelaties spelen hierbij een belangrijke rol. Wie heeft de macht om te bepalen welke verhalen er verteld worden? En op welke manier? Denk bijvoorbeeld aan standbeelden van omstreden militairen als Jan Pieterszoon Coen en Jo Van Heutz. Welke verhalen vertel je hier? Die van de genocide op de Banda-eilanden en de slachtoffers van de Atjeh-opstand? Of de verhalen van een overzeese handelscompagnie en de “pacificator van Atjeh”? Klein Gunnewiek haalt hierbij het werk Postcolonial Memory in the Netherlands van cultuurwetenschappen Gerlov van Engelskoven aan. Hij stelt dat het postkoloniale geheugen is gebouwd op de wisselwerking tussen betekenisvolle stemmen en betekenisvolle stiltes. Een ander voorbeeld is de Nationale Herdenking 15 augustus. Zoals bij elke herdenking kunnen vragen worden gesteld als, wie herdenken we, en wie niet? Bij de herdenking op 15 augustus wordt een steeds diversere groep mensen betrokken, waaronder Molukse Nederlanders. Zo is er dit jaar bij het Indisch Monument in Den Haag ook een optreden van zangeres Talita Angwarmasse.
Over de manier waarop de Molukse geschiedenis gerepresenteerd wordt, bestaan dan ook verschillende meningen binnen de Molukse gemeenschappen. Vaak komen de verschillen voort uit de diverse generationele, politieke en culturele achtergronden binnen de gemeenschap. Welke stemmen worden gehoord, en welke niet? Aan de hand van een aantal situaties laat Klein Gunnewiek de verschillende stemmen zien die er binnen de Molukse gemeenschappen in de regio Arnhem-Nijmegen zijn. Zo kijken de 1e en 3e generatie bijvoorbeeld anders aan tegen het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). De jongste generatie ziet de KNIL voornamelijk als een koloniaal product dat niet verheerlijkt dient te worden, terwijl er onder de eerste generatie ook trotse gevoelens zijn.
Een gemene deler is de gedachte dat een betere representatie een gevoel van erkenning geeft. Deze representatie zou moeten beginnen in het (geschiedenis)onderwijs, waarbij het verhaal van de Molukkers in al zijn veelzijdigheid verteld moet worden. Ook voor gemeenten is een rol weggelegd. De ervaringen van de respondenten met gemeenten zijn wisselend. Waar sommige gemeenten de bewoners actief laten participeren, houden andere gemeenten dat meer af. Vaak is het erg afhankelijk van individuen binnen een gemeente.
Canon van Nederland in het Nederlands Openluchtmuseum
Een lichte kentering is wel zichtbaar. Naast dat jongeren uit de 2e en 3e generatie zelf actiever hun plek opeisen, worden ze ook vaker betrokken door culturele instellingen. Een voorbeeld is de tentoonstelling Menyala – De buitengewone geschiedenis van de Molukkers in Drenthe in het Drents Museum. Maar ook in ons eigen museum, het Nederlands Openluchtmuseum, wordt sinds 2003 de geschiedenis van Molukkers in Nederland zichtbaar gemaakt in en met de Molukse barak. Veel respondenten zijn blij dat er aandacht is voor hun verhaal, al zijn er ook kanttekeningen. De barak geeft volgens hen een geromantiseerd beeld van het leven in de barakken. De jaarlijkse Molukse dag in het museum zien de deelnemers aan het onderzoek eensgezind als belangrijk, zowel voor de gemeenschap als voor de bewustwording van museumbezoekers.
Een blik terug en vooruit
Aandacht van musea en in het onderwijs voor de Molukse geschiedenis is belangrijk, want net als veel andere Nederlanders was Eva Klein Gunnewiek voor het onderzoek nauwelijks bekend met de Molukse geschiedenis en het Molukse erfgoed. Terwijl het een wezenlijk onderdeel is van het Nederlandse verleden en heden.
Molukse kerk Bethel in Doesburg
Klein Gunnewiek kijkt met heel veel plezier terug op het onderzoek en alle ontmoetingen. “Het was voor mij een super leerzaam proces, en heel bijzonder hoe ik eerst zo onwetend was, maar echt met open armen ben ontvangen door de Molukse respondenten, die me heel veel verteld hebben over hun erfgoed.” De respondenten reageerden ook enthousiast op haar scriptie en af en toe houden ze Klein Gunnewiek op de hoogte van de evenementen die ze organiseren. Na een tussenjaar, met onder andere een reis naar Australië, begint Klein Gunnewiek in september aan de master Urban and Economic Geography in Utrecht. Hier zal ze zich nog meer verdiepen in de vraag hoe de publieke ruimte in groeiende steden wordt ervaren door verschillende mensen.
Tot slot gaan we weer even terug naar de Lloydskade en het Openluchtmuseum.
De afgelopen jaren zijn er in Nederland veel ontwikkelingen op het gebied van de omgang met het koloniaal verleden en hoe dit verleden in de publieke ruimte gerepresenteerd moet worden. Zoals in de inleiding is aangehaald, maakte minister-president Jetten deze zomer excuses voor de behandeling van de eerste generatie Molukkers in Nederland. Jetten sprak onder andere over de gebrekkige opvang en huisvesting in Nederland. De Molukse barak in het Nederlands Openluchtmuseum is in de tussentijd, in samenwerking met mensen uit Molukse gemeenschappen, ook vernieuwd. Het is interessant om te onderzoeken of de nieuwe presentatie volgens de diverse stemmen in de Molukse gemeenschap meer recht doet aan de geschiedenis en ervaringen van de eerste generatie Molukse Nederlanders. En om in de gaten te houden of de interesse van erfgoedinstellingen en media voor de Molukse verhalen niet stopt na dit herdenkingsjaar.
Wil je meer zien of weten over de Molukse cultuur en geschiedenis? Hier volgen nog enkele tips, met recente tentoonstellingen, documentaires en evenementen waar de Molukse cultuur en geschiedenis zichtbaar wordt gemaakt door of in samenwerking met mensen uit de Molukse gemeenschappen.
- Suara Maluku, evenement op 22 augustus in Wereldmuseum Rotterdam: Molukkers aan de Maas | Wereldmuseum Rotterdam
- Moluks in Amsterdam, buitententoonstelling Samangat! Moluks in Amsterdam (30 juli t/m 22 oktober op de Kop van Java) : Samangat! | Amsterdam Museum
- Twee kanten van één geschiedenis, documentaire van Omroep Max: Twee kanten van één geschiedenis | NPO Start
- Maluku Fest, op 22 september in Museum Maluku ter afsluiting van de tentoonstelling In eigen woorden. Onze Molukse geschiedenis zelf schrijven: MALUKU FEST 2026 - Museum Maluku
- Op verschillende locaties herdenkingen van 15 augustus 1945, waaronder de Nationale Herdenking 15 augustus in Den Haag: Lokale herdenkingen in kaart - Nationale Herdenking 15 Augustus 1945
Zelf meedingen naar de Dr. Albert van der Zeijdenscriptieprijs (2026)?